U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-08-2007.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 31 oktober 1995, houdende bepalingen met betrekking tot de educatie en het beroepsonderwijsWet educatie en beroepsonderwijsWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het met het oog op de totstandkoming van een landelijke kwalificatiestructuur voor het beroepsonderwijs, de gewenste verbetering van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, de gewenste verbetering van de afstemming tussen beroepsonderwijs en educatie, en voor een samenhangende besluitvorming op het gebied van de educatie, wenselijk is de toedeling van bevoegdheden aan de rijksoverheid, aan de gemeenten, aan de landelijke organen en aan de instellingen te herzien;

dat het daarvoor wenselijk is de regelingen met betrekking tot de educatie en het beroepsonderwijs in de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs en de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991, alsmede de regelingen met betrekking tot het middelbaar beroepsonderwijs en het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs in de Wet op het voortgezet onderwijs, in een samenhangend wettelijk kader neer te leggen met ingang van de expiratiedatum van deze regelingen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage31 oktober 1995BeatrixDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,J. M. M. RitzenDe Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,J. J. van Aartsende tweede november 1995De Minister van Justitie,W. Sorgdrager

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Vervallen

Vervallen

Bij de uitvoering van hun taak dragen de instellingen, onverminderd het bij of krachtens deze wet bepaalde, mede zorg voor:

De kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven die daartoe op voet van artikel 2.1.5 door Onze Minister in aanmerking zijn gebracht, hebben aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas ten behoeve van het vervullen van hun bij deze wet opgedragen werkzaamheden, voor zover niet verricht in het kader van dienstverlening.

Vervallen

Onze Minister kan besluiten dat een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven van zijn taken ontheven is indien niet langer behoefte bestaat aan het kenniscentrum of gebleken is dat het zijn taken niet of niet naar behoren vervult. Een beschikking als bedoeld in de eerste volzin brengt mee dat de aanspraak op bekostiging, bedoeld in artikel 1.5.1, vervalt.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente waaraan een rijksbijdrage als bedoeld in artikel 2.3.1 is verstrekt, besluit jaarlijks voor 1 november ten behoeve van het daaropvolgende jaar welke bedragen zullen worden bestemd voor de educatieve activiteiten, onderscheiden naar de opleidingen, bedoeld in artikel 7.3.1, en in voorkomende gevallen naar doelgroepen.

Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet bepaalde omtrent het gebruik van het sociaal-fiscaalnummer door de gemeente, gebruikt de gemeente het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding educatie of een voortijdige schoolverlater als bedoeld in artikel 8.3.1 uitsluitend ten behoeve van:

Indien bijzondere ontwikkelingen in het beroepsonderwijs daartoe aanleiding geven, kan volgens bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden aan de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven voor een bij die regeling te bepalen periode een aanvullende rijksbijdrage worden toegekend.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet bepaalde omtrent het gebruik van het sociaal-fiscaalnummer door de gemeente, gebruikt de gemeente het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding of een voortijdige schoolverlater als bedoeld in artikel 8.3.1 uitsluitend ten behoeve van:

Onze Minister kan naast het accountantsonderzoek, bedoeld in artikel 2.5.3, vierde lid, een onderzoek instellen of doen instellen naar de jaarrekening en naar de gegevens, bedoeld in artikel 2.5.5, naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de doelmatigheid van het beheer van de instelling. Het bevoegd gezag verstrekt aan degene die door Onze Minister met het onderzoek is belast alle inlichtingen die deze voor de uitvoering van zijn taak nodig oordeelt en geeft desgevraagd inzage in informatie, boeken en bescheiden.

De accountant die door Onze Minister is belast met het onderzoek van de ministeriële jaarrekening, heeft met het oog op het verrichten van dat onderzoek toegang tot elke instelling. Aan de accountant wordt desgevraagd inzage in de informatie en in de boeken en bescheiden gegeven en worden alle inlichtingen verstrekt die deze voor de uitvoering van zijn taak nodig oordeelt.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven omtrent de controle van de boekhouding, de jaarrekening en de administratie van de instellingen.

De artikelen 2.5.2 tot en met 2.5.9 zijn van overeenkomstige toepassing op de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan ten behoeve van het voorbereidend beroepsonderwijs, verzorgd in agrarische opleidingscentra, worden vastgesteld dat het bepaalde bij of krachtens deze wet geheel of gedeeltelijk niet van toepassing is.

Onze Minister kan volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften aan andere rechtspersonen dan die waarvan de instellingen uitgaan, een bijdrage toekennen ter bevordering van de verwezenlijking van de in artikel 1.2.1 bedoelde doelstellingen van de educatie en het beroepsonderwijs dan wel ten behoeve van de afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Voor zover toepassing van de eerste volzin het verstrekken van subsidie betreft, zijn de artikelen 4 tot en met 19 van de Wet overige OCenW-subsidies van toepassing.

Het bevoegd gezag beheert de middelen van de instelling op zodanige wijze dat een behoorlijke exploitatie en het voortbestaan van de instelling zijn verzekerd.

Vervallen

Over de regelingen, bedoeld in artikel 4.1.2, eerste en vierde lid, alsmede over andere aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel, wordt door of namens het bevoegd gezag van de instellingen overleg gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheids- en onderwijspersoneel, op een met deze schriftelijk overeengekomen wijze. In geval van een geschil over de deelneming aan het overleg, bedoeld in de eerste volzin, alsmede in geval van een geschil over de aard, de inhoud en de organisatie van het overleg leggen de betrokken partijen het geschil voor aan een geschillencommissie. Deze geschillencommissie bestaat uit drie personen, die door de partijen gezamenlijk worden aangewezen. De uitspraak van de geschillencommissie heeft bindende kracht.

Artikel 3.2.1 is van overeenkomstige toepassing op de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven.

Het bevoegd gezag stelt jaarlijks het beleid vast met betrekking tot de formatie van het personeel van de instelling. Zoveel mogelijk tegelijk met die vaststelling bepaalt het bevoegd gezag functies en taken van het personeel van de instelling.

In afwijking van de regelingen, bedoeld in artikel 4.1.2, eerste en vierde lid, leggen de gedeputeerde staten van de desbetreffende provincie de disciplinaire maatregel of de schorsing op of verlenen zij het ontslag, indien het betreft een lid van de centrale directie, een lid van het college van bestuur of een docent aan een gemeentelijke instelling, die tevens lid is van de raad van de gemeente die de instelling in stand houdt.

Vervallen

Het bevoegd gezag en het personeel van de instelling verstrekken aan de commissie van beroep de inlichtingen die zij voor de uitvoering van haar taak nodig oordeelt.

Het bevoegd gezag beschikt ten aanzien van elk personeelslid dat een functie of werkzaamheden verricht waarvoor bekwaamheidseisen zijn vastgesteld, over geordende gegevens met betrekking tot de bekwaamheid en het onderhouden van de bekwaamheid. Ten behoeve van de onderlinge vergelijkbaarheid en herkenbaarheid van de gegevens kunnen bij ministeriële regeling voorschriften worden vastgesteld over de inrichting en wijze van ordening van deze gegevens.

De op grond van artikel 4.2.4, derde lid, noodzakelijk geoordeelde scholing wordt uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek die een lerarenopleiding verzorgt. Het bevoegd gezag stelt in overeenstemming met het bestuur van die instelling het voor betrokkene noodzakelijke scholingstraject vast.

Tot lid van het personeel, anders dan bedoeld in de artikelen 4.2.1 en 4.2.2, kan slechts worden benoemd degene die in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden.

Het bestuur van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven stelt jaarlijks het beleid vast met betrekking tot de formatie van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven. Zoveel mogelijk tegelijk met deze vaststelling bepaalt het bestuur functies en taken van het personeel van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven.

Het bestuur en het personeel van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven verstrekken aan de commissie van beroep de inlichtingen die zij voor de uitvoering van haar taak nodig oordeelt.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Het bevoegd gezag bepaalt welke beroepsopleidingen de instelling verzorgt. Ten aanzien van die opleidingen geldt de aanspraak op bekostiging uitsluitend indien Onze Minister krachtens artikel 2.1.1 heeft besloten dat de opleidingen voor bekostiging in aanmerking komen.

Vervallen

Vervallen

Indien de aanmelding voor registratie betrekking heeft op een opleiding, verzorgd door een instelling ten aanzien waarvan Onze Minister in de vier jaren voorafgaand aan de aanmelding voor die opleiding toepassing heeft gegeven aan artikel 6.1.4, verschaft het bevoegd gezag in aanvulling op de gegevens, bedoeld in artikel 6.4.1, vijfde lid, onder a, gegevens waaruit blijkt dat

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Indien het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in artikel 1.4a.1, langer dan een studiejaar een opleiding educatie niet heeft verzorgd, vervalt van rechtswege het recht om voor de desbetreffende opleiding een diploma of certificaat als bedoeld in artikel 1.4a.1, eerste lid, uit te reiken.

Het onderwijs wordt gegeven en de examens worden afgenomen in het Nederlands. Onverminderd artikel 7.3.4, derde lid, kan een andere taal worden gebezigd:

Eindtermen zijn als zodanig omschreven kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht, vaardigheden en in voorkomende gevallen beroepshoudingen, waarover degene die de opleiding voltooit, met het oog op het maatschappelijk en beroepsmatig functioneren dient te beschikken, en die in voorkomende gevallen betekenis hebben voor de doorstroming naar vervolgonderwijs.

Deze titel is van toepassing op beroepsopleidingen.

Eindtermen voor beroepsopleidingen zijn onderverdeeld in deelkwalificaties. Een deelkwalificatie is een combinatie van eindtermen, vastgesteld voor een bepaalde beroepsopleiding, die in het licht van de uitoefening van het beroep waarop de opleiding is gericht een zelfstandige betekenis hebben.

De in artikel 6.1.2, eerste lid, onder b, bedoelde taak van de in dat artikel bedoelde commissie behelst de advisering aan de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven onderscheidenlijk commissies onderwijs-bedrijfsleven over de in artikel 7.2.4, eerste lid, bedoelde voorstellen voor de eindtermen. De advisering heeft in elk geval betrekking op de vraag of en in hoeverre deze voorstellen bijdragen aan de totstandkoming van een kwalificatiestructuur als bedoeld in artikel 7.2.4, eerste lid.

Indien voor een beroep bij of krachtens een wet, verdrag of bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, vereisten zijn vastgesteld over de kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht, vaardigheden of beroepshoudingen waarover degenen die een opleiding gericht op dat beroep voltooien, moeten beschikken, of over de examinering bij de desbetreffende beroepsopleiding:

Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de opleidingen zodanig zijn ingericht dat de deelnemers de eindtermen binnen de vastgestelde studieduur kunnen bereiken.

Deze paragraaf is van toepassing op beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal I en II.

Bij ministeriële regeling worden landelijke standaarden voor de kwaliteit van de examens van de beroepsopleidingen vastgesteld die betrekking hebben op:

Het bevoegd gezag maakt tijdig voor de aanvang van het studiejaar en zodanig dat de aanstaande deelnemer zich een goed beeld kan vormen van de inhoud en inrichting van het onderwijs en de examens, de onderwijs- en examenregeling bekend. De termijn, bedoeld in de vorige volzin, is niet van toepassing op de opleidingen, bedoeld in de artikelen 12.1a.1, eerste lid, en 12.1a.2, eerste lid.

Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen stelt een klachtenregeling vast inzake behandeling van klachten over gedragingen van personen die belast zijn met het uitoefenen van taken voor het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen.

Deze paragraaf is van toepassing op opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en de opleidingen Nederlands als tweede taal I en II.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De leden van de examencommissie en de examinatoren verstrekken aan de commissie van beroep voor de examens de inlichtingen die zij voor de uitvoering van haar taak nodig oordeelt.

Vervallen

Vervallen

De inschrijving wordt niet afhankelijk gesteld van een andere dan een bij of krachtens de wet geregelde geldelijke bijdrage.

Het bevoegd gezag kan de inschrijving voor een bepaalde assistentopleiding of basisberoepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, opschorten voor zover en voor zolang de organisatorische en technische capaciteit voor het verzorgen van die opleiding, ook na aantoonbare inspanningen van het bevoegd gezag om te komen tot een toereikende capaciteit, daartoe naar zijn oordeel noodzaakt. Met inachtneming van de in de eerste volzin bedoelde beperkingen geschiedt de inschrijving in de volgorde van aanmelding voor de desbetreffende opleiding, volgens in de onderwijs- en examenregeling te geven regels van procedurele aard.

Het bevoegd gezag kan bij bestuursreglement een of meer organisatorische eenheden instellen.

Indien de uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 10.1 strekt tot onderscheidenlijk het toekennen van de rechten, genoemd in artikel 1.3.1, diploma-erkenning als bedoeld in de artikelen 1.4.1 of 1.4a.1, examinering als bedoeld in artikel 1.6.1, of registratie in het Centraal register, treden de gevolgen daarvan in met ingang van het studiejaar dat aanvangt in het jaar waarin de uitspraak is gedaan.

Met ingang van 1 januari 1996 worden ingetrokken:

De opleidingen die op basis van de Regeling subsidiëring proeftuinen herontwerp beroepsonderwijs studiejaar 2004–2005 voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht, gelden met ingang van het studiejaar 2005–2006 voor de toepassing van deze wet als opleidingen die op basis van artikel 12.1a.1, eerste lid, voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht voor zover het deelnemers betreft die in het studiejaar 2004–2005 reeds voor de desbetreffende opleiding waren ingeschreven.

Onze Minister zendt voor 1 oktober 2007 aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal een door een onafhankelijke organisatie op te stellen verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de opleidingen, bedoeld in de artikelen 12.1a.1 tot en met 12.1a.3.

De artikelen 1.4.1, lid 5a, 2.1.1, lid 3a, 6.4.2, lid 6a, 7.2.4, lid 3a, 7.4.8, lid 1a, 7.4.9, tweede volzin, 8.1.3, lid 3a, 12.1a.1 en 12.1a.2 vervallen met ingang van 1 augustus 2010, met dien verstande dat

Diploma’s en certificaten ingevolge de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 of het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal, verkregen op grond van een examen verbonden aan opleidingen basiseducatie, voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, deeltijds middelbaar beroepsonderwijs of leerlingwezen dan wel op grond van een staatsexamen Nederlands als tweede taal, gelden als de overeenkomstige diploma’s en certificaten, verkregen op grond van artikel 7.4.6.

De vakinstelling die op grond van artikel 12.3.5, zoals dat luidde op 30 juni 2004, de rijksbijdrage ten aanzien van huisvesting voortgezet onderwijs ontving en nadien is blijven ontvangen, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen, alsmede voor de toepassing van artikel 76v.1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, aangemerkt als scholengemeenschap in de zin van artikel 2.6.

Vervallen

Vervallen

De op 31 december 1995 geldende voorschriften met betrekking tot het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs die berusten op de artikelen 23b, tweede lid, en 29, vijfde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, berusten ten aanzien van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, bedoeld in artikel 7.3.4, met ingang van 1 januari 1996 op artikel 7.3.4, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 7.4.11, derde en zesde lid.

Personeelsleden die op 1 januari 1996 niet in dienst zijn van een instelling in de zin van deze wet of een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven en die voor die datum ten laste van het Rijk verbonden waren aan een school voor beroepsbegeleidend onderwijs, een school voor middelbaar beroepsonderwijs, een school voor voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, een vormingsinstituut voor jeugdigen, een instelling voor basiseducatie, een landbouwpraktijkschool, of een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven waaruit de instelling of het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven voortkomt en die op dat tijdstip aan bij of krachtens de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs of de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 gegeven voorschriften aanspraken, rechten en verplichtingen ontlenen of kunnen ontlenen, ontlenen of kunnen deze met ingang van 1 januari 1996 ontlenen aan artikel 4.1.2 onderscheidenlijk artikel 4.3.2.

Onverminderd artikel 4.2.1 kan tot docent aan een instelling worden benoemd:

Vervallen

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven met betrekking tot de gevolgen voor het personeel van de invoering van deze wet.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Instellingen als bedoeld in artikel 1.4.1 die zijn vermeld in het Centraal register, op 31 juli 1997 zijn erkend op grond van de Wet op de erkende onderwijsinstellingen en op 31 december 1995 opleidden voor het staatsexamen middelbaar economisch en administratief onderwijs, zijn ten behoeve van deelnemers die op 31 juli 1997 voor de desbetreffende opleiding zijn ingeschreven en die opleiding nog niet hebben voltooid, gerechtigd tot het afnemen van de examens van die opleidingen overeenkomstig de op 31 december 1995 geldende bij en krachtens de artikelen 29 en 29a van de Wet op het voortgezet onderwijs vastgestelde voorschriften.

Ten aanzien van de deelnemer op wie artikel 12.3.2, eerste lid, artikel 12.3.23, artikel 12.3.24 of artikel 12.3.25 van toepassing is en die op 31 juli 1997 aanspraak heeft op studiefinanciering ingevolge de Wet op de studiefinanciering zoals luidend op dat tijdstip, strekken de in artikel 12.4.2 opgenomen wijzigingen van de artikelen 9 en 11 van de Wet op de studiefinanciering niet ten nadele, zolang hij de opleiding waarop deze aanspraak betrekking heeft zonder onderbreking voortzet.

Leerplichtwet 1969 in verband met afbouw beroepsbegeleidend onderwijs, alsmede tijdelijke handhaving oude voorschriften WSF i.v.m. beperking reikwijdte WEO

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Ten aanzien van deelnemers op wie de artikelen 12.3.23, 12.3.24 en 12.3.25 van toepassing zijn, blijven tot het tijdstip waarop deze deelnemers op grond van artikel 12.3.24, eerste lid, juncto artikel 12.3.25, zesde lid, hun opleiding hebben kunnen voltooien, van toepassing de artikelen 1, 2, 6 en 9 van de Les- en cursusgeldwet zoals luidend zonder de in artikel 12.4.6 opgenomen wijzigingen.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven voor de toepassing van de artikelen 12.3.36 en 12.3.37.

De op 31 december 1995 geldende voorschriften vastgesteld bij of krachtens de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs of de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 blijven van toepassing ten aanzien van bedragen waarop de instellingen en de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven voor 1 januari 1996 ingevolge de bedoelde voorschriften aanspraak hebben, maar die nog niet zijn vastgesteld of uitbetaald.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Bevat wijzigingen in deze regelgeving.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Onze Minister brengt voor 1 januari 2002 verslag uit over de werking van deze wet aan de beide Kamers der Staten-Generaal.

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1996, met uitzondering van:

Deze wet wordt aangehaald als: Wet educatie en beroepsonderwijs.