U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 14-09-2024.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 31 oktober 1995, houdende bepalingen met betrekking tot de educatie en het beroepsonderwijsWet educatie en beroepsonderwijsWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het met het oog op de totstandkoming van een landelijke kwalificatiestructuur voor het beroepsonderwijs, de gewenste verbetering van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, de gewenste verbetering van de afstemming tussen beroepsonderwijs en educatie, en voor een samenhangende besluitvorming op het gebied van de educatie, wenselijk is de toedeling van bevoegdheden aan de rijksoverheid, aan de gemeenten, aan de landelijke organen en aan de instellingen te herzien;

dat het daarvoor wenselijk is de regelingen met betrekking tot de educatie en het beroepsonderwijs in de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs en de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991, alsmede de regelingen met betrekking tot het middelbaar beroepsonderwijs en het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs in de Wet op het voortgezet onderwijs, in een samenhangend wettelijk kader neer te leggen met ingang van de expiratiedatum van deze regelingen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage31 oktober 1995BeatrixDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,J. M. M. RitzenDe Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,J. J. van Aartsende tweede november 1995De Minister van Justitie,W. Sorgdrager

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

De bij of krachtens deze wet gestelde bepalingen die zich rechtstreeks of naar hun aard richten tot het bevoegd gezag, zijn voor het bekostigd bijzonder onderwijs voorwaarden voor bekostiging.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Bij de uitvoering van hun taak dragen de instellingen, onverminderd het bij of krachtens deze wet bepaalde, mede zorg voor:

Het bevoegd gezag draagt zorg voor het personeelsbeleid, voor zover het betreft de duurzame borging van de kwaliteit van het onderwijspersoneel.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Artikel 2:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing in het verkeer tussen ouders, studenten, vavo-studenten of deelnemers en het bevoegd gezag.

Onverminderd de artikelen 1.3.2 en 6.1.1, tweede lid komt een beroepsopleiding bij een instelling voor bekostiging in aanmerking indien zij is gericht op een kwalificatie of kwalificaties als bedoeld in artikel 7.2.4, tweede lid, onder b3°, alsmede op een keuzedeel of keuzedelen en de rechten, genoemd in artikel 1.3.1, met betrekking tot de desbetreffende beroepsopleiding niet zijn ontnomen op grond van artikel 6.1.4.

Vervallen

Vervallen

Het bevoegd gezag kan het deel van de rijksbijdrage dat overblijft na dekking van de exploitatie- en huisvestingskosten voor een instelling of de huisvestingskosten van een school binnen een verticale scholengemeenschap mede aanwenden ter dekking van de exploitatie- en huisvestingskosten van een door hem in stand gehouden:

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de besteding van de rijksbijdrage aan private activiteiten ten behoeve van het onderwijs.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het door het bevoegd gezag uitzetten van gelden, het aangaan van geldleningen en het aangaan van verbintenissen voor financiële producten.

Het bevoegd gezag beheert de middelen van de instelling op zodanige wijze dat een behoorlijke exploitatie en het voortbestaan van de instelling zijn verzekerd.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet bepaalde omtrent het gebruik van het burgerservicenummer door de gemeente, gebruikt de gemeente het persoonsgebonden nummer van een vavo-student of een voortijdige schoolverlater als bedoeld in artikel 8.3.1 uitsluitend ten behoeve van:

De subsidie voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 1.5.1, eerste lid, onder a tot en met f, wordt per boekjaar verstrekt.

Onze Minister kan jaarlijks het bedrag vaststellen dat ten hoogste beschikbaar is voor de activiteiten, genoemd in artikel 1.5.1, eerste lid, onder g.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet bepaalde omtrent het gebruik van het burgerservicenummer door de gemeente, gebruikt de gemeente het persoonsgebonden nummer van een student of een voortijdige schoolverlater als bedoeld in artikel 8.3.1 uitsluitend ten behoeve van:

Onze Minister kan naast het accountantsonderzoek, bedoeld in artikel 2.5.3, vierde lid, een onderzoek instellen of doen instellen naar de jaarrekening en naar de gegevens, bedoeld in artikel 2.5.5, naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de doelmatigheid van het beheer van de instelling.

Vervallen

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven omtrent de controle van de boekhouding, de jaarrekening en de administratie van de instellingen.

Vervallen

De artikelen 2.5.3, 2.5.4, 2.5.6, 2.5.7a en 2.5.9 zijn van overeenkomstige toepassing op de rijksbijdrage voor het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs.

Vervallen

Het bevoegd gezag kan in afwijking van artikel 8.1.1, in gevallen als geregeld in en met inachtneming van artikel 14b van de Wet op de expertisecentra, ook tot examenvoorzieningen van de instelling toelaten zij die niet als extraneus aan de instelling worden ingeschreven maar zijn ingeschreven als leerling aan een school waar voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra wordt verzorgd.

Onze Minister kan volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften aan andere rechtspersonen dan die waarvan de instellingen uitgaan, een bijdrage toekennen ter bevordering van de verwezenlijking van de in artikel 1.2.1 bedoelde doelstellingen van de educatie en het beroepsonderwijs dan wel ten behoeve van de afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Bij de toepassing van dit artikel zijn de artikelen 4, 5, 9 en 10 van de Wet overige OCW-subsidies van toepassing.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Het bevoegd gezag stelt jaarlijks het beleid vast met betrekking tot de formatie van het personeel van de instelling. Zoveel mogelijk tegelijk met die vaststelling bepaalt het bevoegd gezag functies en taken van het personeel van de instelling.

Het bevoegd gezag streeft evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende posities na.

Met het oog op de voortdurende verbetering van de professionaliteit van het personeel, wordt door of namens de bevoegde gezagsorganen in overeenstemming met vakorganisaties van overheids- en onderwijspersoneel een professioneel statuut vastgesteld.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Onze Minister kan aan een persoon die in het bezit is van een buiten de Europese Economische Ruimte en Zwitserland behaald bewijsstuk waarmee de bekwaamheid wordt aangetoond voor het docentschap, bedoeld in artikel 4.2.1, tweede lid, onderdeel b, of voor het verrichten van onderwijsondersteunende werkzaamheden, bedoeld in artikel 4.2.3, tweede lid, de bevoegdheid tot het geven van beroepsonderwijs onderscheidenlijk het verrichten van onderwijsondersteunende werkzaamheden verlenen. Hij kan daarbij voorwaarden en beperkingen stellen.

Het bevoegd gezag beschikt ten aanzien van elk personeelslid dat een functie of werkzaamheden verricht waarvoor bekwaamheidseisen zijn vastgesteld, over geordende gegevens met betrekking tot de bekwaamheid en het onderhouden van de bekwaamheid. Ten behoeve van de onderlinge vergelijkbaarheid en herkenbaarheid van de gegevens kunnen bij ministeriële regeling voorschriften worden vastgesteld over de inrichting en wijze van ordening van deze gegevens.

Artikel 1.3.6, eerste lid, wat het onderhouden van de bekwaamheid betreft, vindt voor een bepaalde personeelscategorie voor het eerst toepassing met ingang van het tijdstip waarop de bekwaamheidseisen voor die categorie in werking treden.

De op grond van artikel 4.2.4, derde lid, noodzakelijk geoordeelde scholing wordt uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek die een lerarenopleiding verzorgt. Het bevoegd gezag stelt in overeenstemming met het bestuur van die instelling het voor betrokkene noodzakelijke scholingstraject vast.

Tot lid van het personeel, anders dan bedoeld in de artikelen 4.2.1 en 4.2.2, kan slechts worden benoemd degene die in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden.

Het bestuur van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven stelt jaarlijks het beleid vast met betrekking tot de formatie van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven. Zoveel mogelijk tegelijk met deze vaststelling bepaalt het bestuur functies en taken van het personeel van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven.

Artikel 4.1.2, met uitzondering van het derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de rechtspositie van het personeel van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, met dien verstande dat het gaat om de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven en het bestuur daarvan in plaats van om instellingen en de bevoegde gezagsorganen daarvan.

Vervallen

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/86.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/86.

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/86.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/86.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Treedt op een later tijdstip in werking.

In de gevallen, bedoeld in artikel 6.2.2, eerste lid, onder a en b, is artikel 6.1.5a van overeenkomstige toepassing.

De artikelen 6.2.3b en 6.2.3c zijn van overeenkomstige toepassing op exameninstellingen.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Indien het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in artikel 1.4a.1, langer dan twee studiejaren een opleiding educatie niet heeft verzorgd, vervalt van rechtswege het recht om voor de desbetreffende opleiding een diploma of certificaat als bedoeld in artikel 1.4a.1, eerste lid, uit te reiken.

Het onderwijs wordt gegeven en de examens worden afgenomen in het Nederlands. Een andere taal kan worden gebezigd:

Het bevoegd gezag rapporteert over de vorderingen van de studenten aan hun ouders, voogden of verzorgers, dan wel aan de studenten zelf indien zij meerderjarig en handelingsbekwaam zijn.

Deze titel is van toepassing op beroepsopleidingen.

Vervallen

Bij ministeriële regeling worden op voorstel van de instellingen in overleg met de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven de opleidingsdomeinen vastgesteld.

Vervallen

Vervallen

Deze paragraaf is van toepassing op beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal I en II.

Bij ministeriële regeling worden landelijke standaarden voor de kwaliteit van de examens van de beroepsopleidingen vastgesteld die betrekking hebben op:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Deze paragraaf is van toepassing op opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en de opleidingen Nederlands als tweede taal I en II.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De leden van de examencommissie en de examinatoren verstrekken aan de commissie van beroep voor de examens de inlichtingen die zij voor de uitvoering van haar taak nodig oordeelt.

Het bevoegd gezag beslist na ontvangst van het bezwaar binnen tien weken, onverminderd de beslissingen op grond van de procedure, bedoeld in artikel 7.5.7, vijfde lid. Wat de openbare instellingen betreft beslist het bevoegd gezag in afwijking van artikel 7:10, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Vervallen

Vervallen

De inschrijving wordt niet afhankelijk gesteld van een andere dan een bij of krachtens de wet geregelde geldelijke bijdrage.

Het bevoegd gezag kan indien sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard ondersteuning verstrekken voor andere bijzondere omstandigheden dan genoemd in artikel 8.1.5, derde lid, onderdelen a tot en met f, of de voorwaarden bedoeld in artikel 8.1.5a, tweede en derde lid, buiten toepassing laten.

In aanvulling op de voorziening, bedoeld in de artikelen 8.1.5 of 8.1.5b, kan voor een student die een beroepsopleidende leerweg volgt een voorziening voor financiële ondersteuning worden getroffen, die samen met de financiële ondersteuning ingevolge de voorziening, bedoeld in de artikelen 8.1.5 of 8.1.5b hoger is dan het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor het beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000, en indien van toepassing hoger is dan de som van dat bedrag en het bedrag van de toeslag eenoudergezin. Deze aanvulling wordt verstrekt onder de benaming: voorziening voor aanvullende ondersteuning.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over vergoeding door het bevoegd gezag van kosten die studenten hebben gemaakt voor de aanschaf van onderwijsbenodigdheden die door het bevoegd gezag zijn voorgeschreven, maar waarvan gezien het onderwijsprogramma door de studenten geen gebruik is gemaakt. De voordracht voor deze algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Indien degene die voldoet aan artikel 8.1.8, eerste lid, onderdelen a en b, het onderwijs of het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aan de instelling gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vier weken of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden, waaronder in ieder geval de redenen, bedoeld in artikel 8.1.7, negende lid, worden verstaan, niet meer volgt, ontstaat voor het bevoegd gezag de leveringsverplichting, bedoeld in artikel 12, derde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers.

Het bevoegd gezag neemt deel aan het overleg, bedoeld in artikel 2.47, tiende lid, tweede volzin, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, indien de instelling één of meer vestigingen heeft in het gebied van het desbetreffende samenwerkingsverband en stemt het ondersteuningsaanbod af op de afspraken die zijn gemaakt in dat overleg.

In deze titel wordt verstaan onder school: school voor mavo als bedoeld in artikel 2.6 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of school voor vbo als bedoeld in artikel 2.7 van die wet.

Het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school melden gezamenlijk aan Onze Minister dat zij een doorlopende leerroute vmbo-mbo aanbieden.

Vervallen

De leerling van een school die een doorlopende leerroute vmbo-mbo volgt wordt met ingang van het derde studiejaar van die doorlopende leerroute vmbo-mbo ingeschreven als student aan de instelling die het beroepsonderwijs binnen de doorlopende leerroute vmbo-mbo verzorgt. In afwijking van artikel 8.1.1a, eerste lid, eerste volzin, overlegt de school de gegevens, bedoeld in die volzin.

Voor de vakoverstijgende delen van het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 8.5a.9, eerste lid, onderdeel a, en voor de delen van het onderwijsprogramma die een combinatie van voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs betreffen, bedoeld 8.5a.9, eerste lid, onderdeel c, kan, voor zover wordt voldaan aan artikel 7.13a van de Wet voortgezet onderwijs 2020, worden gewerkt met teams die verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van dat deel van het onderwijsprogramma.

Op een student aan een doorlopende leerroute op wie de Leerplichtwet 1969 niet van toepassing is, is artikel 8.1.7d, tweede lid, van overeenkomstige toepassing, indien hij nog geen vmbo-diploma heeft behaald.

Het bevoegd gezag van de instelling kan met het bevoegd gezag van de school waarmee een samenwerkingsovereenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 8.5a.3, overeenkomen om vanwege een doorlopende leerroute vmbo-mbo een deel van de rijksbijdrage over te dragen aan dat andere bevoegd gezag.

De artikelen 8.0.1, 8.0.3, 8.0.4, 8.1.1c, 8.1.7a, 8.2.1, 8.2.2 en 8.2.2a zijn niet van toepassing op een doorlopende leerroute vmbo-mbo.

Een samenwerkingscollege wordt gevormd op grondslag van een schriftelijke overeenkomst tussen de bevoegde gezagsorganen van de samenwerkende instellingen, waarbij in ieder geval afspraken zijn gemaakt over:

Onze Minister pleegt geregeld overleg met de daarvoor in aanmerking komende belangenorganisaties van studenten over aangelegenheden van algemeen belang voor studenten.

Indien het bevoegd gezag een voorstel voor advies of instemming voorlegt aan de studentenraad, wijst het bevoegd gezag de studentenraad uitdrukkelijk op haar instemmings- of adviesbevoegdheid.

Indien een te nemen beslissing op grond van artikel 8a.2.2 vooraf voor advies dient te worden voorgelegd aan de studentenraad, draagt het bevoegd gezag er zorg voor dat:

De studentenraad neemt voorafgaand aan de uitoefening van de adviesbevoegdheid, bedoeld in artikel 8a.2.2, vierde lid, onder a, voor zover het betreft fusie en overdracht van de instelling, kennis van de opgestelde fusie-effectrapportage, bedoeld in artikel 2.1.10, derde lid.

De commissie neemt kennis van de volgende geschillen:

Deze titel is van overeenkomstige toepassing op een advies als bedoeld in artikel 3.1.4, tweede lid.

Deze titel is van overeenkomstige toepassing op geschillen die voortvloeien uit artikel 8a.1.6, met dien verstande dat:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Indien de uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 2 van de bij de Algemene wet bestuursrecht behorende Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak strekt tot onderscheidenlijk het toekennen van de rechten, genoemd in artikel 1.3.1, diploma-erkenning als bedoeld in de artikelen 1.4.1 of 1.4a.1, examinering als bedoeld in artikel 1.6.1, of registratie in de Registratie instellingen en opleidingen, treden de gevolgen daarvan in met ingang van het studiejaar dat aanvangt in het jaar waarin de uitspraak is gedaan.

Vervallen

Vervallen

Diploma’s en certificaten ingevolge de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 of het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal, verkregen op grond van een examen verbonden aan opleidingen basiseducatie, voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, deeltijds middelbaar beroepsonderwijs of leerlingwezen dan wel op grond van een staatsexamen Nederlands als tweede taal, gelden als de overeenkomstige diploma’s en certificaten, verkregen op grond van artikel 7.4.6.

De op 31 december 1995 geldende voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 37a, 38, 39, 40 en 40a van de Wet op het voortgezet onderwijs, de artikelen 2.42, 2.45, 2.46, 2.51, 2.75 en 2.76 van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs en artikel 9 van de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991, berusten ten aanzien van het personeel aan instellingen in de zin van deze wet met ingang van 1 januari 1996 op onderscheidenlijk de artikelen 4.1.1, 4.1.2, 3.1.2 en 3.2.1.

De vakinstelling die op grond van artikel 12.3.5, zoals dat luidde op 30 juni 2004, de rijksbijdrage ten aanzien van huisvesting voortgezet onderwijs ontving en nadien is blijven ontvangen, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen, alsmede voor de toepassing van artikel 6.22 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, aangemerkt als verticale scholengemeenschap in de zin van artikel 2.6.1.

Vervallen

Vervallen

Onverminderd artikel 4.2.1 kan tot docent aan een instelling worden benoemd:

Vervallen

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven met betrekking tot de gevolgen voor het personeel van de invoering van deze wet.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Bevat wijzigingen in deze regelgeving.

De student die in het studiejaar voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel stond ingeschreven voor een beroepsopleiding wordt door het bevoegd gezag in de gelegenheid gesteld deze opleiding te voltooien uiterlijk in het studiejaar volgend op het studiejaar waarin de voor hem geldende studieduur is verstreken. Hierop zijn de artikelen 7.2.2, eerste tot en met derde lid, 7.2.4, achtste en negende lid, 7.2.7 en 12.4a.2 van toepassing zoals die artikelen luidden vóór dat tijdstip.

Vervallen

De leden van de examencommissie, bedoeld in artikel 7.4.5 zoals die bepaling luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van de wet van 25 januari 2017 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake aanscherping van de eisen met betrekking tot examencommissies in het middelbaar beroepsonderwijs en een technische aanpassing (Stb. 2017, 43), worden aangemerkt als leden van de examencommissie, bedoeld in artikel 7.4.5 zoals luidend na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van voornoemde wet.

Onze Minister brengt voor 1 januari 2002 verslag uit over de werking van deze wet aan de beide Kamers der Staten-Generaal.

Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet van 29 november 2017 tot wijziging van diverse onderwijswetten in verband met het pseudonimiseren van het persoonsgebonden nummer van een onderwijsdeelnemer ten behoeve van het bieden van voorzieningen in het kader van het onderwijs en de begeleiding van onderwijsdeelnemers (Stb. 508) aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en effecten van de artikelen 2.3.6a, negende tot en met twaalfde lid, en 2.5.5a, twaalfde tot en met vijftiende lid, in de praktijk.

Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet van 23 februari 2022 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs met het oog op de verbetering van de rechtsbescherming van mbo-studenten (Stb. 2022, 134) aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wet in de praktijk.

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1996, met uitzondering van:

Deze wet wordt aangehaald als: Wet educatie en beroepsonderwijs.