Wijzigingen Officiële bron
Wet van 2 november 1995, tot intrekking van de Vestigingswet detailhandel en wijziging van de Drank- en Horecawet en van de Vestigingswet Bedrijven 1954Wijzigingswet Drank- en Horecawet, enz.Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen, lezen saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Vestigingswet detailhandel in te trekken en de Drank- en Horecawet en de Vestigingswet Bedrijven 1954 te wijzigen in verband met de vaststelling van een vestigingsbesluit op basis van de Vestigingswet Bedrijven 1954 dat mede voorziet in een regeling van vestigingseisen voor de detailhandel en voor het horecabedrijf, en tevens te voorzien in daarmee verband houdende wijzigingen van de Wet op de economische delicten en de Wet op de erkende onderwijsinstellingen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage2 november 1995BeatrixDe Minister van Economische Zaken,G. J. WijersDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,E. Borst-Eilersde negentiende december 1995De Minister van Justitie,W. Sorgdrager

De Vestigingswet detailhandel wordt ingetrokken.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

De op grond van artikel 42 van de Drank- en Horecawet verleende ontheffing van de krachtens artikel 7 van die wet gestelde eisen van handelskennis, wordt, voor zover deze ontheffing strekt, beschouwd als een ontheffing van het verbod van artikel 3, eerste lid, van het Vestigingsbesluit bedrijven, voor het bedrijf, bedoeld in artikel 4 van dat besluit.

De op het tijdstip, waarop deze wet in werking treedt, krachtens de Vestigingswet detailhandel geldende vergunning, wordt beschouwd als een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf, bedoeld in artikel 4 van het Vestigingsbesluit bedrijven.

De ontheffing die is verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3 van de Vestigingswet detailhandel, wordt, voor zover deze ontheffing strekt, beschouwd als een ontheffing van het verbod van artikel 3, eerste lid, van het Vestigingsbesluit bedrijven, voor het bedrijf, bedoeld in artikel 4 van dat besluit.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.