Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de regels met betrekking tot de fiscale faciliteiten voor landgoederen te verruimen ter bevordering van de aanleg van bossen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven, te 's-Gravenhage 16 november 1995BeatrixDe Staatssecretaris van Financiën,W. A. F. G. VermeendDe Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,J. J. van Aartsende vijfde december 1995De Minister van Justitie,W. SorgdragerBevat wijzigingen in andere regelgeving.
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 7, derde lid, van de Natuurschoonwet 1928 vindt met betrekking tot onroerende zaken als bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Natuurschoonwet 1928 slechts toepassing indien het overlijden, de schenking of de in artikel 45, derde lid, tweede volzin, of artikel 53, eerste lid, van de Successiewet 1956 bedoelde gebeurtenis op of na het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet plaatsvindt, zomede indien op of na dat tijdstip krachtens schenking wordt verkregen door vervulling van een voorwaarde.