Ministeriële regeling · BWBR0007663

Regeling medische uitrusting aan boord van zeeschepen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat, houdende nadere voorschriften voor de medische uitrusting aan boord van zeeschepenRegeling medische uitrusting aan boord van zeeschepenDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Vervoer van de Nederlandse Antillen en de Minister van Vervoer en Communicatie van Aruba;

Gelet op artikel 93, eerste lid, artikel 130h van het Schepenbesluit 1965, artikel 38, onderdeel 5.1.8, artikel 41, onderdeel 8.20, en artikel 47, onderdeel 2.2.9, van bijlage XIA en artikel 6 van bijlage XVI bij het Schepenbesluit 1965;

Besluit:

’s-Gravenhage21 november 1995De Minister van Verkeer en Waterstaat, A.Jorritsma-Lebbink

De geneesmiddelen waarop een vervaldatum is vermeld worden vóór die datum vervangen.

Als geneeskundig handboek ten behoeve van het gebruik van de medische uitrusting als bedoeld in artikel 6 van bijlage XVI bij het Schepenbesluit 1965, wordt aangewezen het Geneeskundig Handboek voor de Scheepvaart, laatste editie, tenzij een ander geneeskundig handboek in bijlage I bij deze regeling is aangegeven.

De Bekendmaking aan de Scheepvaart nr. 298/1992 (Stcrt. 150) wordt voor Nederland en Aruba ingetrokken.

Deze regeling treedt in Nederland en in Aruba in werking met ingang van 1 december 1995.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling medische uitrusting aan boord van zeeschepen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant, in de Curaçaosche Courant en in het Afkondigingsblad van Aruba worden geplaatst met uitzondering van bijlage II bij deze regeling, die in Nederland ter inzage ligt bij het Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken, Bordewijkstraat 4 te Rijswijk.

Van de terinzagelegging van bijlage II in de Nederlandse Antillen en Aruba zal mededeling worden gedaan in de Curaçaosche Courant en in de Landscourant van Aruba.

De betekenis van de kolommen

Kolom A: Is van toepassing op zeeschepen alsmede voor vissersvaartuigen waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor een onbeperkt vaargebied.

Kolom A-Z: Is van toepassing op zeilschepen waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor het onbeperkte vaargebied IV.

Kolom A-G: Is van toepassing op zeeschepen die gevaarlijke stoffen vervoeren en waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor een onbeperkt vaargebied.

Kolom B: Is van toepassing op zeeschepen waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor een vaargebied dat zich niet verder uit-strekt dan GMDSS zeegebied A2 alsmede voor vissersvaartuigen met een vaargebied dat zich niet verder uitstrekt dan vaargebied II.

Kolom B-Z: Is van toepassing op zeilschepen waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor een vaargebied dat zich niet verder uitstrekt dan vaargebied III.

Kolom B-G: Is van toepassing op zeeschepen die gevaarlijke stoffen vervoeren en waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor een vaargebied dat zich niet verder uitstrekt dan vaargebied A2.

Kolom C: Is van toepassing op zeeschepen waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor een vaargebied dat zich niet verder uitstrekt dan zeegebied 30, indien de op het certificaat genoemde werkhaven zich bevindt in een Europees land alsmede voor vissersvaartuigen met een vaargebied dat zich niet verder uitstrekt dan vaargebied Ia en voor vissersvaartuigen met een vaargebied I binnen het GMDSS zeegebied A1.

Kolom C-Z: Is van toepassing op zeilschepen waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor een vaargebied dat zich niet verder uitstrekt dan vaargebied I, II en IIIA.

Kolom D: Is van toepassing op passagiersschepen die reizen maken van een langere duur dan 48 uur.

Kolom D-G: Is van toepassing op passagiersschepen die gevaarlijke stoffen vervoeren en die reizen maken van een langere duur dan 48 uur.

Kolom E: Is van toepassing op passagiersschepen die reizen maken van een kortere duur dan 48 uur.

Kolom E-G: Is van toepassing op passagiersschepen die gevaarlijke stoffen vervoeren en die reizen maken van een kortere duur dan 48 uur.

Kolom R: Is van toepassing op reddingboten, reddingvlotten en hulpverleningsvaartuigen.

De hoeveelheden in de kolommen

De hoeveelheden in de kolommen zijn van toepassing op het aantal gemonsterde bemanningsleden t/m 15 personen.

Bij een bemanningssterkte van 16 t/m 23 personen worden de hoeveelheden met 50% verhoogd, met uitzondering van die artikelen waarvoor slechts 1 exemplaar is voorgeschreven.

Bij een bemanningssterkte van 24 t/m 30 personen worden de hoeveelheden verdubbeld.

Bij een bemanningssterkte van 31 t/m 45 personen worden de hoeveelheden verdrievoudigd.

Bij een bemanningssterkte van 46 t/m 60 personen worden de hoeveelheden verviervoudigd.

Enzovoorts.

De in de kolommen vermelde maximale hoeveelheden hoeven niet te worden overschreden.

Voor de kolommen A, A-Z, B, B-Z, C, C-Z en E geldt dat de maximale hoeveelheid in kolom D in geen geval hoeft te worden overschreden.

Voor de kolommen A-G, B-G en E-G geldt dat de maximale hoeveelheid in kolom D-G in geen geval hoeft te worden overschreden.

Indien bij bepaalde artikelen de hoeveelheden tussen () zijn vermeld, betreft het artikelen die zijn aanbevolen, doch niet verplicht.

Aanvullende Code

Indien het codenummer wordt aangevuld met een `H' betekent dit dat het artikel tevens voorkomt op de internationale lijst van geneesmiddelen, vermeld in de Geneeskundige Gids voor Eerste Hulp bij ongevallen met gevaarlijke stoffen (MFAG).

Afhankelijk van de aard van de te vervoeren gevaarlijke stoffen is een selectie van de antidota met de codenummers 10.1.01 t/m 10.2.10 aan boord aanwezig. Indien de aard van de te vervoeren gevaarlijke stoffen niet altijd tevoren bekend zal zijn, dienen alle antidota aan boord aanwezig te zijn.

Indien het codenummer wordt aangevuld met een `t' betekent dit dat het artikel alleen voorgeschreven is indien tropische wateren worden bevaren.

Indien bij een geneesmiddel de code `RMA' is vermeld, betekent dit dat het in principe uitsluitend mag worden toegediend of toegepast op advies van een arts, in het algemeen van de Radio Medische Dienst voor de scheepvaart.

Opslag

Indien staat vermeld dat een artikel dient te worden opgeslagen in een “kluis” betekent dit dat het artikel valt onder de strengste bepalingen van de Opiumwet.

Indien staat aangegeven dat het artikel `koel' dient te worden bewaard betekent dit dat het artikel in kwaliteit en werkzaamheid achteruitgaat als het niet in de koelkast wordt bewaard.

7.4.03 Metronidazol supp of ovule 500 mg

De bereiding en aflevering van Metronidazol zetpillen kan op praktische bezwaren stuiten.

Volgens informatie van de fabrikant is het mogelijk om vaginale ovules ook rectaal te gebruiken. Ovules (Flagyl) zijn daarom een gelijkwaardig alternatief.

7.7.02 Proguanil tabl 100 mg

7.7.03 Chloroquinesulfaat tabl 100 mg

Te gebruiken voor de profylaxe van malaria.

Zie voor nadere informatie het Geneeskundig Handboek voor de Scheepvaart.

Daarnaast dient gezorgd te worden voor de meest actuele informatie over resistentie-gebieden.

8.1.02 NaCl 0,9% infuusvloeistof

Bij de behandeling van chemicaliën in het oog wordt geadviseerd te spoelen met NaCl infuusvloeistof.

Zie Geneeskundige Gids voor Eerste Hulp bij ongevallen met gevaarlijke stoffen: tabel 7.

8.3.01 Polygeline (Haemacel) infuusvloeistof

II.5.03 Bloedtransfusiesysteem met filter

II.5.09 Citraat bevattende bloedafnamezakjes

Onderdelen van de AIDS-preventie set.

II.1.02.a Draagbare zuurstofkoffer compleet

De draagbare zuurstofkoffer van een goedgekeurd type bestaat uit tenminste:

Zuurstofvoorziening aan boord van schepen die gevaarlijke stoffen vervoeren

II.7.07 Brancard van een goedgekeurd type, zie Bijlage 2.

II.7.07 Brancard aan boord van zeilschepen met passagiers

Er dient een brancard aanwezig te zijn op schepen met een LUITWATERING van meer dan 24 meter.

II.7.07 Brancard aan boord van zeeschepen in vaargebied 30

Er dient een brancard aanwezig te zijn zodra de voorgeschreven bemanning uit meer dan 3 personen bestaat.

II.9.13

Een waterdichte medicijnkist die na gebruik weer goed (en nog steeds waterdicht) gesloten kan worden voor reddingvlotten, reddingboten en hulpverleningsvaartuigen, bestemd voor alle artikelen uit de kolom `R'.

De medicijnkist dient voorzien te zijn van een inhoudsopgave en behandelingsvoorschrift in de Nederlandse taal, gedrukt op waterbestendig materiaal.

Een brancard als bedoeld in onderdeel II.7.07 van bijlage I voldoet aan de volgende eisen: