U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2013.

Regeling · BWBR0007687

Arbeidstijdenbesluit

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 4 december 1995, houdende nadere regels inzake de arbeids- en rusttijden ArbeidstijdenbesluitWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 11 juli 1995, AV/RV/95/1620;

Gelet op de Richtlijnen van de Raad van de Europese Unie van 23 november 1993 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd (PbEG 1993, L 307) en van 22 juni 1994 betreffende de bescherming van jongeren op het werk (PbEG 1994, L 216);

Gelet op de artikelen 2:1, eerste lid, 2:7, eerste lid, 4:3, tweede en vierde lid, en 5:12, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet;

De Raad van State gehoord (advies van 4 september 1995, no. W12.95 0352);

Gezien het nader rapport van voornoemde minister van 28 november 1995, Directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden, nr. WBJA/W2/95/1377;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage 4 december 1995 Beatrix De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, A. P. W. Melkert de negentiende december 1995 De Minister van Justitie, W. Sorgdrager

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Vervallen

Vervallen

Paragraaf 5.2 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn van toepassing op arbeid verricht door een werknemer van 18 jaar of ouder in dienst van de Dienst Koninklijk Huis, tenzij bijzondere omstandigheden om redenen van veiligheid en privacy samenhangend met de leden van het Koninklijk Huis de toepassing van die paragraaf en de daarop berustende bepalingen belemmeren.

Artikel 5:6 van de wet is niet van toepassing op arbeid verricht door de werknemer in verband met het vervullen van een geestelijk ambt alsmede op arbeid verricht door de werknemer die hem in de uitoefening van dat ambt bijstaat.

Paragraaf 5.1 van de wet en - voor zover aangeduid als overtredingen - de paragrafen 5.2 tot en met 5.5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de persoon, die zonder werkgever of werknemer te zijn in de zin van de wet, arbeid verricht op of vanaf of ten behoeve van een mijnbouwwerk.

Paragraaf 5.1 van de wet en – voor zover aangeduid als overtredingen – de paragrafen 5.2 tot en met 5.5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de persoon, die zonder werknemer of werkgever te zijn in de zin van de wet duikwerkzaamheden en de direct daarmee samenhangende werkzaamheden verricht in de civiele onderwaterbouw.

De werkgever zorgt er voor, dat op een bemand mijnbouwwerk de op dat mijnbouwwerk betrekking hebbende deugdelijke registratie, bedoeld in artikel 4:3, eerste lid, van de wet aanwezig is. Een afschrift van deze registratie dient na ten hoogste 6 weken, gerekend vanaf de datum waarop de desbetreffende gegevens en bescheiden betrekking hebben, aanwezig te zijn in het hoofdkantoor van de werkgever in Nederland.

De werkgever en de persoon als bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet bewaart de gegevens en bescheiden met betrekking tot de in artikel 4:3 van de wet neergelegde registratieverplichting ten minste 52 weken, gerekend vanaf de datum waarop de desbetreffende gegevens en bescheiden betrekking hebben.

De werkgever houdt een register bij van alle werknemers die instemming hebben verleend als bedoeld in artikel 4.8:2, eerste lid.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder baggerwerkzaamheden: werkzaamheden die bestaan uit het baggeren, zuigen, opspuiten, verplaatsen of winnen van materialen voor industriële, bouwkundige of andere doeleinden en de direct daarmee samenhangende werkzaamheden.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op baggerwerkzaamheden op het Nederlands territoir, verricht door een werknemer van 18 jaar of ouder die geen schepeling als bedoeld in artikel 6.1:2 van het Arbeidstijdenbesluit vervoer of bemanningslid als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Binnenvaartwet is.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op arbeid verricht door de werknemer van 18 jaar of ouder:

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op arbeid“arbeid” moet zijn “arbeid, die” de werknemer verricht en die die“die die” moet zijn “die” bestaat uit het bakken van brood en banket en de direct daarmee samenhangende werkzaamheden.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op werkzaamheden, verricht door een werknemer van 18 jaar of ouder, in het kader van sneeuw- en gladheidsbestrijding in verband met de veiligheid op verkeerswegen of de vliegveiligheid van het luchtverkeer in de periode van 1 november tot 1 april.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op arbeid verricht door defensiepersoneel dat als zodanig werkzaam is.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op arbeid verricht door een werknemer van 18 jaar of ouder als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Politiewet 2012.

Met uitsluiting van hetgeen in de paragrafen 5.15 en 5.16 is bepaald, is deze paragraaf uitsluitend van toepassing op arbeid, die bestaat uit werkzaamheden met betrekking tot het totstandkomen en het uitzenden van audio-, visuele of audio-visuele producties alsmede de direct daarmee samenhangende werkzaamheden, verricht door werknemers van 18 jaar of ouder.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op een werknemer van 18 jaar of ouder die arbeid verricht in of op een railvoertuig, gebezigd voor vervoer van personen over lokaalspoorwegen.

Deze paragraaf is van toepassing op arbeid, verricht in een bioscoop door een werknemer van 18 jaar of ouder en die bestaat uit het uitsluitend of in hoofdzaak:

Deze paragraaf is van toepassing op arbeid, die bestaat uit werkzaamheden met betrekking tot uitvoeringen van culturele of artistieke aard of uitvoeringen die daarmee gelijkenis vertonen alsmede de direct daarmee samenhangende werkzaamheden, verricht door een werknemer van 18 jaar of ouder.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder schoonmaakbedrijf: een onderneming die uitsluitend of in hoofdzaak haar beroep maakt van het periodiek dan wel telkens voor eenmaal schoonmaken in, op of aan gebouwen, terreinen en verkeersmiddelen, gebezigd voor het openbaar vervoer van personen of goederen, alsmede de direct daarmee samenhangende werkzaamheden.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op arbeid verricht door een werknemer van 18 jaar of ouder in een schoonmaakbedrijf.

Vervallen

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op arbeid die bestaat uit verpleging of verzorging, verricht door de werknemer van 18 jaar of ouder.

Indien aan een werknemer zowel consignatie, aanwezigheidsdiensten of bereikbaarheidsdiensten worden opgelegd, organiseert de werkgever de arbeid zodanig dat de werknemer ten hoogste 3 maal in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren en 32 maal in elke periode van 16 aaneengesloten weken consignatie, een aanwezigheidsdienst of een bereikbaarheidsdiensten wordt opgelegd.

Vervallen

Vervallen

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op de werknemer van 18 jaar of ouder die arbeid verricht als arts, of als arts in opleiding, of als tandarts in opleiding tot tandheelkundig specialist, of die als verloskundige werkzaam is in de intramurale gezondheidszorg.

Indien aan een werknemer zowel consignatie, aanwezigheidsdiensten of bereikbaarheidsdiensten worden opgelegd, organiseert de werkgever de arbeid zodanig dat de werknemer ten hoogste 5 maal in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren en 32 maal in elke periode van 16 aaneengesloten weken consignatie, een aanwezigheidsdienst of een bereikbaarheidsdienst wordt opgelegd.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op de werknemer van 18 jaar of ouder die arbeid verricht als verloskundige werkzaam in de extramurale gezondheidszorg, alsmede de werknemer van 18 jaar of ouder die hiertoe in opleiding is.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Deze paragraaf is van toepassing op arbeid, verricht door een werknemer van 18 jaar of ouder, die bestaat uit:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder binnenwateren verstaan: de binnenwateren, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Binnenvaartwet.

Met uitsluiting van hetgeen in paragraaf 5.19 is bepaald, is deze paragraaf van toepassing op arbeid die bestaat uit ambulancezorg en de direct daarmee samenhangende werkzaamheden, verricht door de werknemer van 18 jaar of ouder.

Indien aan een werknemer zowel consignatie, aanwezigheidsdiensten of bereikbaarheidsdiensten worden opgelegd, organiseert de werkgever de arbeid zodanig dat de werknemer ten hoogste 3 maal in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren en 32 maal in elke periode van 16 aaneengesloten weken consignatie, een aanwezigheidsdienst of een bereikbaarheidsdienst wordt opgelegd.

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder schippersinternaat: een in Nederland gevestigde privaatrechtelijke instelling met rechtspersoonlijkheid die een internaat beheert waarin specifiek huisvesting, verzorging en opvoeding geboden wordt aan kinderen van binnenschippers, kermisexploitanten of circusartiesten.

Deze paragraaf is van toepassing op arbeid verricht in een schippersinternaat door een hoofdgroepsleider, groepsleider of assistent-groepsleider, wier arbeid uitsluitend of in hoofdzaak bestaat uit het verrichten van werkzaamheden van opvoedkundige aard.

De werkgever organiseert in afwijking van artikel 4:8:1, derde lid, onderdeel a, de arbeid zodanig dat de werknemer ten hoogste 62 maal in elke periode van 26 achtereenvolgende weken een aanwezigheiddienst wordt opgelegd.

Het niet naleven van de artikelen 3.1:1, 3.1:2, eerste tot en met derde lid, en het bepaalde krachtens het vierde lid, 3.2:1, 3.3:1, 4.1:2, tweede lid, 4.2:1, tweede lid, 4.3:1, tweede lid, 4.4:1, tweede lid, 4.6:1, tweede lid, 4.7:1, tweede en derde lid, 4.7:2, derde lid, 4.8:1, derde lid, onder a en b, en vijfde lid, 4.8:2, tweede lid, 4.9:1, tweede lid, 4.9:2, tweede lid, 5.1:3, tweede en derde lid, 5.3:2, tweede lid, 5.3:3, derde lid, 5.3:4, tweede lid, 5.3:5, tweede lid, 5.4:2, tweede lid, 5.4:3, derde lid, 5.4:4, derde lid, 5.5:2, tweede lid, 5.6:2, derde lid, 5.7:2, tweede lid, 5.7:3, 5.8:1, derde lid, 5.11:3, eerste en tweede lid, 5.12:2, tweede lid, 5.13:2, tweede lid, 5.14:2, derde tot en met achtste lid, 5.14:3, derde lid, 5.14:4, derde tot en met zesde lid5.14.4a, derde lid, 5.14:5, tweede lid, 5.14:6, tweede en vierde lid, 5.14:7, derde en vierde lid, 5.14:8, derde lid, 5.15:2, tweede en derde lid, 5.16:2, tweede en derde lid, 5.16:3, derde lid, 5.18:3, derde lid, 5.19:2, tweede lid, 5.19:3, tweede lid, en derde lid, voor zover dit lid betrekking heeft op artikel 5:9, derde tot en met zevende lid, van de wet, 5.19:4, 5.20:3, tweede tot en met vierde lid, 5.20:4, tweede lid, en derde lid, voor zover dit lid betrekking heeft op artikel 5:9, derde, vierde en zevende lid, van de wet, 5.20:5, 5.21:2, tweede lid, en derde lid, voor zover dit lid betrekking heeft op artikel 5:9, derde lid en zevende lid, van de wet, 5.21:3, derde lid, en vierde lid, voor zover dit lid betrekking heeft op artikel 5:9, derde lid en zevende lid, van de wet, 5.23:2, tweede lid, 5.26:3, derde lid, 5.26:4, tweede lid, 5.27:2, tweede lid, en derde lid, voor zover dit lid betrekking heeft op artikel 5:9, derde tot en met zevende lid, van de wet, 5.27:3, 5.28:3, en 8.1:1, levert een overtreding op.

Ernstige overtredingen in de zin van artikel 10:7, derde en vijfde lid, van de wet zijn de overtredingen, genoemd in artikel 7:2, derde lid.

De soortgelijke verplichtingen en verboden, bedoeld in artikel 10:7, tweede en vierde lid, van de wet, en de soortgelijke overtredingen, bedoeld in artikel 7:2, eerste en tweede lid, worden bij ministeriële regeling aangewezen.

Vervallen

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Dit besluit wordt aangehaald als: Arbeidstijdenbesluit.