Ministeriële regeling · BWBR0007779

Kostenregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen

Wijzigingen Officiële bron
Kostenregeling Wet toezicht beleggingsinstellingenKostenregeling Wet toezicht beleggingsinstellingenDe minister van Financiën,

Gelet op artikel 28 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen;

Gezien het advies van De Nederland-sche Bank N.V. d.d. 8 december 1995;

Besluit:

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De minister van Financiën, G.Zalm

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. wet:

de Wet toezicht beleggingsinstellingen;

b. minister:

de Minister van Financiën;

c.Toezichthoudende autoriteiten:d.balanstotaal:

het balanstotaal van de beleggingsinstelling zoals dat blijkt uit de in het eerste kalenderkwartaal van het lopende begrotingsjaar bij de toezichthoudende autoriteiten in te dienen gegevens, bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit toezicht beleggingsinstellingen, of, indien die gegevens niet beschikbaar zijn, het meest recente bij de toezichthoudende autoriteiten bekende balanstotaal van de beleggingsinstelling;

e.accountant:

een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die niet in dienstbetrekking staat tot een van de toezichthoudende autoriteiten.

Met inachtneming van de bepalingen van deze regeling brengen de toezichthoudende autoriteiten, ieder voor zover zij op grond van het Overdrachtsbesluit Wet toezicht beleggingsinstellingen zijn belast met de uitvoering van het bij of krachtens de wet bepaalde, hun kosten in rekening bij de in artikel 2, derde lid genoemde beleggingsinstellingen.

De Stichting Autoriteit Financiële Markten brengt iedere aanvrager als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet op het moment van de aanvraag eenmalig een vast bedrag in rekening. De Stichting Autoriteit Financiële Markten neemt een aanvraag niet in behandeling voordat bedoeld bedrag door de Stichting Autoriteit Financiële Markten is ontvangen.

Aan beleggingsinstellingen die op 31 december van het aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar in het register, bedoeld in artikel 18 van de wet, zijn ingeschreven, wordt, met inachtneming van de artikelen 7 en 9, voor 1 juli van het lopende begrotingsjaar jaarlijks een bedrag in rekening gebracht door de toezichthoudende autoriteiten, elk voor zover zij op grond van het Overdrachtsbesluit Wet toezicht beleggingsinstellingen zijn belast met de uitvoering van het bij of krachtens de wet bepaalde.

De toezichthoudende autoriteiten delen het door een beleggingsinstelling te betalen bedrag, bedoeld in artikel 6, aan de beleggingsinstelling mee, onder vermelding van het in aanmerking genomen balanstotaal, van het bedrag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, en van de wijze waarop en het tijdstip waarvoor de betaling moet geschieden.

Aan een beleggingsinstelling waaraan na 1 januari van het lopende begrotingsjaar een vergunning is verleend of die na deze datum ingevolge artikel 17, vierde lid, van de wet is toegelaten, worden de bedragen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, en tweede en derde lid, naar evenredigheid van het aantal maanden van het jaar dat de beleggingsinstelling de vergunning respectievelijk de toelating heeft, in rekening gebracht.

Aan een beleggingsinstelling waarvan de inschrijving ingevolge artikel 18, tweede lid, van de wet wordt doorgehaald, wordt het bedrag, bedoeld in artikel 6, terugbetaald naar evenredigheid van het aantal maanden van het begrotingsjaar dat de beleggingsinstelling niet meer staat ingeschreven.

Het verschil tussen de in een jaar gemaakte kosten en de ontvangsten voortvloeiende uit de in rekening gebrachte bedragen over dat jaar, wordt verrekend met het bedrag van de kosten, dat tot grondslag van de in het jaar daarop in rekening te brengen bedragen moet strekken.

Vervallen

Bedragen, in rekening gebracht ingevolge de regeling van de Minister van Financiën van 9 oktober 1990, houdende vaststelling van de in artikel 28 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen (Stb. 1990, 380) bedoelde regels inzake de aan beleggingsinstellingen in rekening te brengen kosten ter zake van de uitvoering van de wet (Stcrt. 198) blijven verschuldigd overeenkomstig die regeling.

De regeling van de Minister van Financiën van 9 oktober 1990, houdende vaststelling van de in artikel 28 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen (Stb. 1990, 380) bedoelde regels inzake de aan beleggingsinstellingen in rekening te brengen kosten ter zake van de uitvoering van de wet (Stcrt 198) wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Kostenregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen.