U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 16-05-2014.

Wet · BWBR0007795

Algemene nabestaandenwet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 21 december 1995, tot regeling van een verzekering voor nabestaanden Algemene nabestaandenwetWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Algemene Weduwen- en Wezenwet te vervangen door een nabestaandenverzekering, waarin rekening wordt gehouden met maatschappelijke ontwikkelingen van de laatste decennia;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage21 december 1995 Beatrix De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, R. L. O. Linschoten de achtentwintigste december 1995 De Minister van Justitie, W. Sorgdrager

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Ingezetene in de zin van deze wet is degene die in Nederland woont.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt met overlijden gelijkgesteld vermoedelijk overlijden. Bij ministeriële regeling wordt bepaald hoe het vermoedelijke overlijden en de dag waarop het overlijden geacht wordt te hebben plaatsgevonden, worden vastgesteld.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt mede als ouderloos aangemerkt het kind over wie de overlevende ouder geen gezag heeft wegens ontzetting daarvan.

Bij een besluit ingevolge artikel 49 is mede belanghebbende het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen.

Zo nodig in afwijking van artikel 13 en de daarop berustende bepalingen:

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor samenloop van uitkering ingevolge deze wet met uitkering aan nagelaten betrekkingen ingevolge de wetgeving van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, de wetgeving van Nederland ten behoeve van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van een andere mogendheid of van een volkenrechtelijke organisatie.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Artikel 26, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel III, onderdeel B, de Wet van 4 februari 2010 tot wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet en de Algemene nabestaandenwet in verband met aanpassing aan de invoering van een kwalificatieplicht in de Leerplichtwet 1969 en het aanbrengen van een aantal vereenvoudigingen in de Algemene Kinderbijslagwet alsmede enkele andere aanpassingen van die wet (Stb. 74) blijft van toepassing op het kind, dat voor 1 oktober 2009 de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt.

Recht op vakantie-uitkering over een maand heeft degene die over die maand recht heeft op een nabestaandenuitkering of op een wezenuitkering.

Geen recht op nabestaandenuitkering ontstaat voor de nabestaande indien en voor zolang hij zich op de dag van het overlijden van de verzekerde en daarna onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel. Geen recht op wezenuitkering ontstaat voor het kind indien en voor zolang het zich op de dag van het overlijden van de verzekerde en daarna onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel.

Vervallen

De nabestaande, het ouderloos kind en zijn wettelijke vertegenwoordiger alsmede de instelling aan welke ingevolge artikel 49 of 57 de uitkering wordt uitbetaald, zijn verplicht aan de Sociale verzekeringsbank op haar verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee te delen, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, de hoogte van de uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering of op het bedrag van de uitkering, dat wordt uitbetaald. De verplichting geldt niet indien die feiten en omstandigheden door de Sociale verzekeringsbank kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing is.

In aanvulling op artikel 35 kan de Sociale verzekeringsbank de nabestaande dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger respectievelijk het ouderloos kind dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger verzoeken aan te tonen dat:

Teneinde hem daartoe in de gelegenheid te stellen kan de Sociale verzekeringsbank bij die verzoeken aanbieden met de toestemming van de nabestaande, het ouderloos kind dan wel de wettelijke vertegenwoordiger de woning van de nabestaande respectievelijk het ouderloos kind binnen te treden.

Voor de toepassing van de artikelen 5, tweede lid, 11, 14, eerste lid, aanhef en onderdeel b, 26, tweede lid, aanhef en onderdeel b, dan wel om te bepalen of een gezamenlijke huishouding ten behoeve van de verzorging van een hulpbehoevende wordt gevoerd, onderwerpt de betrokken persoon zich op verzoek van de Sociale verzekeringsbank aan een geneeskundig onderzoek.

Vervallen

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de termijn waarvoor uitstel van betaling van de bestuurlijke boete kan worden verleend alsmede omtrent de hoogte van het op grond van artikel 45, eerste of tweede lid, te verrekenen bedrag en de termijn of termijnen waarbinnen deze verrekening plaatsvindt.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor zover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald, wordt een voorschot op de nog niet vastgestelde uitkering beschouwd als een uitkering op grond van deze wet.

Indien de uitkering in het buitenland wordt uitbetaald, geschiedt de betaling in afwijking van artikel 4:89, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het tijdstip waarop de rekening van de daartoe door de schuldeiser aangewezen bank wordt gecrediteerd.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van tenuitvoerlegging van de beschikking waarbij is vastgesteld dat onverschuldigd is betaald.

Een vordering van de Sociale verzekeringsbank als bedoeld in de artikelen 53 en 55a is bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen, bedoeld in artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

Vervallen

Bij de vaststelling van de schadevergoeding, waarop de nabestaande en ouderloos geworden kinderen van de verzekerde naar burgerlijk recht aanspraak kunnen maken ter zake van het overlijden van de verzekerde, houdt de rechter rekening met de aanspraken op uitkeringen, die de nabestaande en het ouderloos kind op grond van deze wet hebben.

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder gewezen verzekerde: degene, wiens verplichte verzekering is geëindigd.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist de Sociale verzekeringsbank binnen dertien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.

Hoofdstuk 3, afdeling I, paragraaf 9, is niet van toepassing op de persoon die:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt een tijdvak van verzekering op grond van de Algemene Weduwen- en Wezenwet mede aangemerkt als een tijdvak van verzekering op grond van deze wet.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Een gedraging die in strijd is met een krachtens deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, voor zover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin van dit artikel aangeduid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie. Het feit wordt beschouwd als een overtreding.

Vervallen

Vervallen

Wijzigt de Organisatiewet sociale verzekeringen.

Wijzigt de Wet financiering volksverzekeringen.

Wijzigt de Wet aanpassing uitkeringsregelingen overheveling opslagpremies.

Wijzigt de Wet overhevelingstoeslag opslagpremies.

Wijzigt de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet.

Wijzigt de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 .

Wijzigt de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.

Wijzigt de Wet buitengewoon pensioen zeeliedenoorlogsslachtoffers 1940-1945.

Wijzigt de Wet buitengewoon pensoen Indisch verzet.

Wijzigt de Ziekenfondswet.

Wijzigt de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen.

Wijzigt het Wetboek van Koophandel.

Wijzigt de Wet op de inkomstenbelasting 1964.

Wijzigt de Successiewet 1956.

Wijzigt Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Wijzigt de Werkloosheidswet, Ziektewet, Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, Toeslagenwet, Algemene Kinderbijslagwet, Algemene bijstandswet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

Wijzigt deze wet, de Wet financiering volksverzekeringen.

Wijzigt deze wet.

Wijzigt de Algemene bijstandswet.

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

Wijzigt de Beroepswet.

Wijzigt deze wet.

Wijzigt deze wet.

Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Na de inwerkingtreding van deze wet berust de ministeriële regeling op grond van artikel 4 van de Algemene Weduwen- en Wezenwet op artikel 8 van deze wet.

Deze wet treedt in werking op een bij of krachtens koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Deze wet wordt aangehaald als: Algemene nabestaandenwet.