U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2003.

Ministeriële regeling · BWBR0007807

Subsidieregeling welzijnsbeleid

Wijzigingen Officiële bron
Subsidieregeling welzijnsbeleidSubsidieregeling welzijnsbeleidDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Justitie;

Gelet op de artikelen 5, 9, eerste lid, 14, tweede lid, 26, tweede en derde lid, 32, 36, tweede lid, en 56 van het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

DeStaatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.Terpstra

In deze regeling wordt verstaan onder ’het bekostigingsbesluit’: het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid.

Deze regeling is van toepassing op subsidies waarop het bekostigingsbesluit van toepassing is.

Een besluit tot vaststelling van een subsidieplafond wordt in de Staatscourant bekend gemaakt.

Het bedrag, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, 16, 22, 28, 40 en 44b, wordt verlaagd met het bedrag waarmee het maximaal toegestane bedrag van de in artikel 7 bedoelde reservering wordt overschreden.

Een aanvraag van een meerjarige instellingssubsidie wordt ingediend uiterlijk dertien weken voor de aanvang van het eerste kalenderjaar van de periode waarvoor subsidie wordt gevraagd.

Op de balans worden de voorzieningen, gesplitst naar hun aard, en de reservering opgenomen. In de toelichting op de balans worden de toevoegingen en de onttrekkingen aan de voorzieningen en reservering toegelicht.

Baten en lasten die door middel van interne doorberekeningen worden toegerekend, worden bepaald op bedrijfseconomische en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen. Voor zover hierin lasten zijn begrepen van materiële vaste activa, worden deze lasten op basis van aanschaffings-prijzen van die activa berekend.

De rapportage omtrent de naleving van de subsidiebepalingen, bedoeld in artikel 36, tweede lid, van het bekostigingsbesluit, geschiedt in geval van een instellingssubsidie overeenkomstig het als bijlage 2 bij deze regeling opgenomen controleprotocol en met gebruikmaking van de in bijlage 3 bij deze regeling opgenomen model-accountantsverklaringen.

Een projectsubsidie, anders dan een subsidie als bedoeld in de artikelen 42, 43 en 43a, bestaat uit het verschil tussen de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende werkelijke lasten, voor zover opgenomen in een door de minister goedgekeurde begroting, en de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende baten. De subsidie bedraagt niet meer dan een door de minister vast te stellen maximum.

In de beschikking tot subsidieverlening worden de hoogte en het tempo van de bevoorschotting vastgesteld.

In een projectplan komen ten minste de in bijlage 4 bij deze regeling genoemde onderwerpen aan de orde.

Baten en lasten van een project die door middel van interne doorberekeningen worden toegerekend, worden bepaald op bedrijfseconomische en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen. Voor zover hierin lasten zijn begrepen van materiële vaste activa, worden deze lasten op basis van aanschaffingsprijzen van die activa berekend.

De rapportage omtrent de naleving van de subsidiebepalingen, bedoeld in artikel 36, tweede lid, van het bekostigingsbesluit, geschiedt in geval van een projectsubsidie overeenkomstig het als bijlage 5 bij deze regeling opgenomen controleprotocol en met gebruikmaking van de in bijlage 6 bij deze regeling opgenomen model-accountantsverklaringen.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

a. vorming, training en advies:

het geheel van programma’s gericht op het toerusten van deelnemers inzake hun functioneren als vrijwilliger ten behoeve van het voorkomen van sociaal isolement van personen in een kwetsbare positie of ter bevordering van maatschappelijke participatie van zodanige personen;

b. deelnemer:

een vrijwilliger of aspirant-vrijwilliger, die deelneemt aan een programma;

c. programma:

een samenstel van leeractiviteiten op het terrein van vorming, training en advies;

d. geslaagde deelnemer:

een deelnemer die volledig heeft deelgenomen aan een programma en schriftelijk te kennen heeft gegeven dat de vooraf gestelde leerdoelen zijn gerealiseerd;

e. normbedrag:

een jaarlijks door de minister vast te stellen bedrag.

Een instelling die subsidie ontvangt op grond van artikel 19:

De instelling die subsidie ontvangt op grond van artikel 19 overlegt met de minister jaarlijks:

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

a. landelijke jeugdorganisatie:

een instelling die leden heeft en die uitsluitend of in hoofdzaak werkzaam is voor en met jeugdigen teneinde maatschappelijke participatie of integratie van jeugdigen te bevorderen, voor dat doel beschikt over een netwerk van vrijwilligers en werkzaam is in ten minste zes provincies;

b. lid:

een natuurlijk persoon van ten hoogste 25 jaar die op 31 december van een jaar bij een landelijke jeugdorganisatie als lid geregistreerd staat, door wie of ten behoeve van wie een bedrag van tenminste € 4,54 per jaar aan de landelijke jeugdorganisatie is betaald en die zich uitdrukkelijk als lid van de landelijke jeugdorganisatie heeft opgegeven.

Indien een landelijke jeugdorganisatie voor de eerste maal voor subsidie op grond van artikel 22 in aanmerking wenst te komen doet zij daarvan vóór 1 april van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt gevraagd, mededeling aan de minister. Zij doet bovendien opgave van het aantal leden op 31 december van het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Artikel 23, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Vervallen

De minister verstrekt aan CENSIS een instellingssubsidie voor het in internaten of pleeggezinnen huisvesten, verzorgen en opvoeden van kinderen.

De aanvraag van een subsidie als bedoeld in artikel 28 alsmede de daarbij behorende begroting, worden ingericht overeenkomstig de als bijlage 9 bij deze regeling gevoegde formulieren.

De berekening van de uitkeringen, bedoeld in artikel 55c, eerste lid, van het besluit geschiedt door vermenigvuldiging van het aantal quotumvluchtelingen, als bedoeld in dat artikel, met een bedrag van f 300,-.

Vervallen

Vervallen

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:

a. landelijke zelforganisatie:

een instelling die uitsluitend of in hoofdzaak werkzaam is voor en met minderheden of Chinezen met als doel hun maatschappelijke participatie en integratie te bevorderen, die een landelijk werkterrein heeft en die uitsluitend uit vrijwilligers bestaat;

b. federatie:

een landelijke zelforganisatie, waarbij een aantal landelijke, regionale of lokale zelforganisaties zijn aangesloten;

c. begunstiger:

een natuurlijk persoon van ten minste 16 jaar die bij een landelijke zelforganisatie of bij een zelforganisatie, aangesloten bij een federatie, als begunstiger of lid geregistreerd staat en die zich uitdrukkelijk als zodanig heeft opgegeven.

d. minderheden:

verblijfsgerechtigden, zigeuners, Molukkers, Surinamers, Antillianen, Arubanen alsmede de Nederlanders en in Nederland toegelaten vreemdelingen, afkomstig uit Turkije, Marokko, Tunesië en Kaap-Verdië en hun nakomelingen.

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

a. landelijke sportorganisatie:

een instelling die werkzaam is op het gebied van de sport, een landelijk werkterrein heeft en representatief is voor één of meer takken van sport;

b.bijzondere landelijke sportorganisatie:

een instelling die een landelijk werkterrein heeft en uitsluitend of in hoofdzaak werkzaam is op één of meer van de volgende gebieden:

c. sportopleiding:

een samenhangende reeks van lessen op het gebied van de sport, opleidend tot bekwaamheden voor functies in de sport;

d. experimentele sportopleiding:

een sportopleiding in ontwikkeling;

e. sportbijscholing:

een samenhangende reeks van lessen, gericht op het vergroten van de deskundigheid van sportfunctionarissen;

f. lid:

een natuurlijke persoon die bij een landelijke sportorganisatie of bij een vereniging, aangesloten bij een landelijke sportorganisatie, als lid geregistreerd staat, door wie of ten behoeve van wie overeenkomstig artikel 39, eerste lid, onder b, een bedrag wordt afgedragen en die zich uitdrukkelijk als zodanig heeft opgegeven;

g. A-accommodatie:

een sportaccommodatie die door een landelijke sportorganisatie is aangewezen als een nationale en internationale trainings- en wedstrijdaccommodatie voor een of meer bepaalde takken van sport;

h. B-accommodatie:

een sportaccommodatie die door een landelijke sportorganisatie is aangewezen als een regionale trainings- en wedstrijdaccommodatie voor een of meer bepaalde takken van sport;

i. topsportevenement:j. evenementaccommodatie:

een accommodatie voor een topsportevenement.

Een instellingssubsidie aan een landelijke sportorganisatie of een bijzondere landelijke sportorganisatie voor de uitvoering van een door de minister erkende sportopleiding, een sportbijscholing of een experimentele sportopleiding bestaat uit een bedrag dat ontstaat door vermenigvuldiging van het aantal gerealiseerde onderwijscontact-uren, tot een door de minister vastgesteld maximum, met een door de minister vast te stellen normbedrag.

Een instellingssubsidie aan een landelijke sportorganisatie of een bijzondere landelijke sportorganisatie voor sportmedisch beleid wordt slechts verleend, indien:

Een projectsubsidie voor een project op het terrein van sportmedisch beleid wordt slechts verstrekt, indien:

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

a. oorlogsgetroffene:

een persoon die tot één van de wetten voor oorlogsgetroffenen is toegelaten, dan wel op grond van één van die wetten een aanvraag heeft ingediend welke nog in behandeling is;

b. maatschappelijk werk aan oorlogsgetroffenen:

het bieden van informatie, psycho-sociale hulpverlening, alsmede signalering en preventie aan oorlogsgetroffenen;

c. jeugdvoorlichting WOII-heden:

voorlichting aan en educatie van scholieren en buitenschoolse jongeren over de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog waarin een verband wordt gelegd met hedendaagse ontwikkelingen inzake racisme, discriminatie en intolerantie.

De subsidie aan een instelling voor maatschappelijk werk ten behoeve van maatschappelijk werk aan oorlogsgetroffenen bestaat uit een bedrag dat ontstaat door vermenigvuldiging van het aantal door de minister subsidiabel gestelde formatieplaatsen met een door de minister vast te stellen normbedrag.

Een projectsubsidie ten behoeve van jeugdvoorlichting WOII-heden dat een bedrag van € 22 689,01 te boven gaat, wordt slechts verstrekt aan:

De minister kan van deze regeling afwijken, mits de beschikking waarbij een subsidie wordt verstrekt, de afwijking uitdrukkelijk vermeldt.

De Regeling subsidiëring welzijnsbeleid 1995 wordt ingetrokken, met dien verstande dat die regeling van toepassing blijft ten aanzien van de op grond van die regeling verleende subsidies.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1996, met uitzondering van de artikelen 6, eerste en tweede lid, 9, 13, 14, 17, tweede lid, 23, eerste lid, onder a, en 30 die in werking treden met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst en terugwerken tot en met 30 september 1995.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling welzijnsbeleid.

In het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid is in de artikelen 6 en 9 bepaald, dat een aanvraag van een jaarlijkse resp. meerjarige instellingssubsidie voorzien dient te zijn van onder meer een activiteiten- resp. beleidsplan. In de Subsidieregeling welzijnsbeleid is in artikel 6, eerste lid, bepaald dat in de bedoelde plannen ten minste de in bijlage 1 genoemde onderwerpen aan de orde komen. Onderstaand treft u de bedoelde onderwerpen aan.

Opgemerkt zij, dat het niet de bedoeling is te volstaan met trefwoordsgewijze aanduidingen, maar dat op de verschillende onderwerpen, voor zover mogelijk, inhoudelijk en beschrijvend wordt ingegaan. Globaal kan worden gesteld dat een activiteiten- c.q. beleidsplan antwoord moet kunnen geven op vragen als: wie, wat, waar, wanneer, waarom, hoe, hoeveel, waartoe, enz.

De onderwerpen genoemd onder ’algemeen’ zijn niet op deze wijze van toepassing op de activiteiten- en beleidsplannen van landelijke sportorganisaties. In deze plannen dienen ten minste de volgende onderwerpen aan de orde te komen.

(1) Een belangrijk onderwerp in de activiteiten- en beleidsplannen is het beleid dat de landelijke sportorganisatie voert op het gebied van het voorkomen, tegengaan en bestraffen van het gebruik van doping. De organisatie dient aan te geven welke maatregelen worden genomen om het gebruik van doping door haar leden te voorkomen, op te sporen en te bestraffen. Het verschijnsel van het gebruik van doping doet zich niet in elke tak van sport in dezelfde mate voor en er zal niet in alle gevallen aanleiding toe zijn een uitvoerig dopingbeleid te voeren. Dit heeft als gevolg dat het dopingbeleid voor iedere landelijke sportorganisatie verschillend zal zijn. In ieder geval is het van belang dat iedere landelijke sportorganisatie zich afvraagt of en, zo ja, in welke mate het gebruik van doping in de desbetreffende tak van sport voorkomt.

(2) De organisatiestructuur geeft onder meer een overzicht van het bestuur, de verschillende commissies en (het aantal) leden. In het kader van het emancipatiebeleid van de rijksoverheid en het streven naar gelijke participatie, dient hierbij inzicht te worden gegeven in het aantal mannelijke en vrouwelijke leden en bestuurders op de te onderscheiden niveaus in de organisatie (verenigings-, regio/districts-, landelijk niveau).

Ten aanzien van de volgende activiteiten van landelijke sportorganisaties en bijzondere landelijke sportorganisaties dienen in de activiteiten- en beleidsplannen ten minste de volgende onderwerpen aan de orde te komen:

Van de onderwerpen genoemd onder "algemeen" zijn de punten 1, 2 en 4 van toepassing op de activiteitenplannen van de landelijke jeugdorganisaties, met dien verstande dat ten aanzien van 4 ook voldaan moet zijn aan artikel 7, tweede en derde lid, van de Welzijnswet 1994. Daarnaast komen in deze plannen tenminste de volgende onderwerpen aan de orde:

Het plan bevat een beschrijving van de op basis van de doelstelling uit te oefenen functies en werkzaamheden en de toe te passen werkwijze.

Het plan bevat in ieder geval een beschrijving van:

De onderwerpen genoemd onder ’algemeen’ zijn niet op deze wijze van toepassing op de activiteitenplannen bij de aanvraag voor een instellingssubsidie als bedoeld in artikel 19. In deze plannen dienen ten minste de volgende onderwerpen aan de orde te komen:

Instellingssubsidie

Bij de controle op basis waarvan de rapportage over de naleving van de subsidiebepalingen, bedoeld in het tweede lid van artikel 36 van het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid, plaatsvindt, besteedt de accountant aan de naleving van de hierna genoemde artikelen van dat besluit en van deze subsidieregeling de daarbij aangegeven aandacht.

Alle instellingen:

Onder procedurele aandacht wordt verstaan: controle waarbij erop wordt toegezien of procedures in het leven zijn geroepen om te waarborgen dat aan de desbetreffende voorschriften wordt voldaan, of het volgen van die procedures leidt tot naleving van die voorschriften en of die procedures in feite zijn gevolgd.

Onder normale aandacht wordt verstaan: controle met dezelfde diepgang die de accountant in acht neemt bij de controle van een jaarrekening.

Onder speciale aandacht wordt verstaan: controle waarbij de accountant nadrukkelijk beziet of de desbetreffende subsidiebepalingen zijn nageleefd. In dit geval moet dus verder worden gegaan dan bij de controle die normaal op een jaarrekening wordt uitgeoefend.

Aan de niet genoemde artikelen van het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid en de Subsidieregeling welzijnsbeleid behoeft bij de controle geen aandacht te worden besteed, met dien verstande dat teneinde de controle op de hierboven genoemde artikelen goed te kunnen verrichten kennisneming van de Welzijnswet 1994 en de niet genoemde artikelen van het besluit en de subsidieregeling noodzakelijk is.

In de beschikking waarbij de instellingssubsidie is verleend, kunnen afwijkende en aanvullende subsidiebepalingen zijn opgenomen. De accountant neemt van de inhoud van deze beschikking kennis en betrekt de naleving van de eventueel opgenomen nadere subsidiebepalingen in de controle. Indien de vaststelling van de instellingssubsidie gebeurt op basis van aantallen gerealiseerde prestaties, dient de controle zodanig te zijn dat een verklaring kan worden gegeven bij de aan de minister opgegeven aantallen gerealiseerde prestaties.

Met betrekking tot de aandacht die de accountant aan artikel 19 van het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid moet besteden, is het geenszins de bedoeling dat de accountant op grond van dit protocol een doelmatigheidsonderzoek verricht. Bij zijn oordeelsvorming laat de accountant zich leiden door binnen het maatschappelijk verkeer algemeen aanvaardbare uitgangspunten met betrekking tot het financieel beheer, met andere woorden hij beoordeelt of de instelling zich als ’een goed huisvader’ over de toegewezen gelden heeft ontfermd.

De accountant stelt zijn verklaring op in overeenstemming met het in bijlage 3 opgenomen model.

In de verklaring noemt de accountant de beschikking(en) waarbij het subsidie is verleend. Als in de subsidiedeclaratie/jaarrekening al melding wordt gemaakt van deze beschikkingen, mag de accountant daarnaar verwijzen met behulp van paragraaf-, paginanummers of dergelijke.

Voor zover de instelling subsidiebepalingen niet heeft nageleefd maakt de accountant daarvan melding in zijn verklaring.

Als de leiding van de instelling in de subsidiedeclaratie/jaarrekening al melding maakt van de subsidiebepalingen die niet zijn nageleefd, mag de accountant daarnaar verwijzen met behulp van paragraaf-, paginanummers of dergelijke.

Model accountantsverklaring instellingssubsidie

(afgegeven t.b.v. het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

Wij hebben de bijgevoegde subsidiedeclaratie/jaarrekening 19.. (verder aangeduid als de verantwoording) van ........ (naam instelling) te ...... (plaats) gecontroleerd. De verantwoording is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de leiding van de huishouding. Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake de verantwoording te verstrekken.

Onze controle is verricht overeenkomstig algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controle-opdrachten en de aanwijzingen die de minister in bijlage 2 bij de Subsidieregeling welzijnsbeleid heeft gegeven met betrekking tot de controle op en de rapportage over de naleving van de subsidiebepalingen.

Volgens de algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controle-opdrachten dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de verantwoording geen onjuistheden van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van informatie ter onderbouwing van de bedragen en de toelichtingen in de verantwoording. Tevens omvat een controle een beoordeling van de grondslagen voor financiële verslaggeving die bij het opmaken van de verantwoording zijn toegepast en van belangrijke schattingen die de leiding van de huishouding daarbij heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de verantwoording. Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.

Goedkeurende verklaring:

Wij zijn van oordeel dat de verantwoording een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen op 31 december 19.. en van het resultaat over 19.. in overeenstemming met algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving en dat de verantwoording voldoet aan de bepalingen van het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid inzake de verantwoording.

Wij hebben vastgesteld dat de subsidiebepalingen van het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid en de Subsidieregeling welzijnsbeleid alsmede de nader gestelde subsidieverplichtingen in brief, kenmerk ......, d.d. ...... zijn nageleefd.

Andere verklaringen (als geen goedkeurende verklaring wordt afgegeven):

Wij zijn van oordeel dat ................................ .

Plaats en datum:

Handtekening:

Naam accountant:

Naam accountantskantoor :

Adres:

Postcode en woonplaats:

Telefoon:

In het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid is in artikel 11, tweede lid, bepaald, dat een aanvraag van een projectsubsidie voorzien dient te zijn van onder meer een projectplan.

In de Subsidieregeling welzijnsbeleid is in artikel 13 bepaald dat in het bedoelde plan ten minste de in bijlage 4 genoemde onderwerpen aan de orde komen. Onderstaand treft u de bedoelde onderwerpen aan.

Opgemerkt zij, dat het niet de bedoeling is te volstaan met trefwoordsgewijze aanduidingen, maar dat op de verschillende onderwerpen, voor zover mogelijk, inhoudelijk en beschrijvend wordt ingegaan. Globaal kan worden gesteld dat een projectplan antwoord moet kunnen geven op vragen als: wie, wat, waar, wanneer, waarom, hoe, hoeveel, waartoe, enz.

Ten aanzien van projecten die zijn gericht op het realiseren van een A- of B- accommodatie, dienen, naast onderwerpen genoemd onder `algemeen', de volgende onderwerpen aan de orde te komen:

Ten aanzien van projecten die zijn gericht op de voorbereiding en organisatie van een topsportevenement, dienen, naast de onderwerpen genoemd onder `algemeen', de volgende onderwerpen aan de orde te komen:

Van de onderwerpen genoemd onder ’algemeen’ zijn de punten 1, 2 en 4 van toepassing op de projectplannen van de landelijke jeugdorganisaties, met dien verstande dat ten aanzien van 4 ook voldaan moet zijn aan artikel 7, tweede en derde lid, van de Welzijnswet 1994. Daarnaast komen in deze plannen tenminste de volgende onderwerpen aan de orde:

Bij de controle op basis waarvan de rapportage over de naleving van de subsidiebepalingen, bedoeld in het tweede lid van artikel 36 van het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid, plaatsvindt, besteedt de accountant aan de naleving van de hierna genoemde artikelen van dat besluit en van deze subsidieregeling de daarbij aangegeven aandacht.

Onder procedurele aandacht wordt verstaan: controle waarbij erop wordt toegezien of procedures in het leven zijn geroepen om te waarborgen dat aan de desbetreffende voorschriften wordt voldaan, of het volgen van die procedures leidt tot naleving van die voorschriften en of die procedures in feite zijn gevolgd.

Onder normale aandacht wordt verstaan: controle met dezelfde diepgang die de accountant in acht neemt bij de controle van een jaarrekening.

Onder speciale aandacht wordt verstaan: controle waarbij de accountant nadrukkelijk beziet of de desbetreffende subsidiebepalingen zijn nageleefd. In dit geval moet dus verder worden gegaan dan bij de controle die normaal op een jaarrekening wordt uitgeoefend.

Aan de niet genoemde artikelen van het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid en de Subsidieregeling welzijnsbeleid behoeft bij de controle geen aandacht te worden besteed, met dien verstande dat teneinde de controle op de hierboven genoemde artikelen goed te kunnen verrichten kennisneming van de Welzijnswet 1994 en de niet genoemde artikelen van het besluit en de subsidieregeling noodzakelijk is.

In de beschikking waarbij de projectsubsidie is verleend, kunnen afwijkende en aanvullende subsidiebepalingen zijn opgenomen. De accountant neemt van de inhoud van deze beschikking kennis en betrekt de naleving van de eventueel opgenomen nadere subsidiebepalingen in de controle.

Met betrekking tot de aandacht die de accountant aan artikel 19 van het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid moet besteden, is het geenszins de bedoeling dat de accountant op grond van dit protocol een doelmatigheidsonderzoek verricht. Bij zijn oordeelsvorming laat de accountant zich leiden door binnen het maatschappelijk verkeer algemeen aanvaardbare uitgangspunten met betrekking tot het financieel beheer, met andere woorden hij beoordeelt of de instelling zich als ’een goed huisvader’ over de toegewezen gelden heeft ontfermd.

De accountant stelt zijn verklaring op in overeenstemming met het in bijlage 6 opgenomen model.

In de verklaring noemt de accountant de beschikking(en) waarbij het subsidie is verleend. Als in de subsidiedeclaratie al melding wordt gemaakt van deze beschikkingen, mag de accountant daarnaar verwijzen met behulp van paragraaf-, paginanummers of dergelijke.

Voor zover de instelling subsidiebepalingen niet heeft nageleefd maakt de accountant daarvan melding in zijn verklaring.

Als de leiding van de instelling in de subsidiedeclaratie al melding maakt van de subsidiebepalingen die niet zijn nageleefd, mag de accountant daarnaar verwijzen met behulp van paragraaf-, paginanummers of dergelijke.

Model accountantsverklaring projectsubsidie

(afgegeven t.b.v. het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

Wij hebben de bijgevoegde subsidiedeclaratie van .......... (naam instelling) te ........ (plaats) gecontroleerd. De subsidiedeclaratie is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de leiding van de huishouding. Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake de subsidiedeclaratie te verstrekken.

Onze controle is verricht overeenkomstig algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controle-opdrachten en de aanwijzingen die de minister in bijlage 5 bij de Subsidieregeling welzijnsbeleid heeft gegeven met betrekking tot de controle op en de rapportage over de naleving van de subsidiebepalingen.

Volgens de algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controle-opdrachten dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de subsidiedeclaratie geen onjuistheden van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van informatie ter onderbouwing van de bedragen en de toelichtingen in de subsidiedeclaratie. Tevens omvat een controle een beoordeling van de grondslagen voor financiële verslaggeving die bij het opmaken van de subsidiedeclaratie zijn toegepast en van belangrijke schattingen die de leiding van de huishouding daarbij heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de subsidiedeclaratie. Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.

Wij zijn van oordeel dat de subsidiedeclaratie, aangevende een bedrag van per saldo € ........ aan subsidiabele kosten en inkomsten, in overeenstemming is met algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving en voldoet aan de bepalingen van het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid inzake de subsidiedeclaratie.

Wij hebben vastgesteld dat de subsidiebepalingen van het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid en de Subsidieregeling welzijnsbeleid alsmede de nader gestelde subsidieverplichtingen in brief, kenmerk ........, d.d. ........ zijn nageleefd.

Andere verklaringen (als geen goedkeurende verklaring wordt afgegeven):

Wij zijn van oordeel dat .......

Plaats en datum:

Handtekening:

Naam accountant:

Naam accountantskantoor:

Adres :

Postcode en woonplaats:

Inkomensonderzoek

Opgave van voor verzorging en subsidie in aanmerking komende personen en specificatie van de individuele eigen bijdrage in het verzorgingstarief.

Verwachte bezettingslijst bejaardenpensions 19.. (gesubsidieerde personen)

Naam bejaardenpension:

Objectnummer:

Voor het jaar 19..

Naam en voorletter(s) Verwachte eigen bijdrage

1. ....... € ......

2. ....... € ......

3. ....... € ......

4. ....... € ......

5. ....... € ......

6. ....... € ......

7. ....... € ......

8. ....... € ......

9. ....... € ......

10 ....... € ......

Handtekening houder:

In te sturen voor 1 oktober 19.. naar:

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Directie Ouderenbeleid

Postbus 3007

2280 MJ Rijswijk

Formulier voor de aanvraag van subsidie voor het in internaten of pleeggezinnen huisvesten, verzorgen en opvoeden van kinderen

Toelichting:

Regel 1: aantal kinderen dat door CENSIS is gehuisvest perr teldatum van 15 september van het jaar, voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

Kolommen A t/m D: het aantal kinderen per internaat dient te worden gesplitst naaar de verschillende panden, waarin zij worden gehuisvest. Indien een kind wordt gehuisvest in een internaat dat bestaat uit verschillende panden, waarvan enkele bijvoorbeeld worden gehuurd en anderen in eigendom worden gehouden, dan dient als uitgangspunt te worden genomen, het pand waar een kind overnacht.

Regel 2: in te vullen door het Ministerie van VWS.

Toelichting:

Kolom A: aantal m² op basis van het rapport van het Bureau Organisatie Bouwwezen B.V. 'Bouwkundig/functioneel onderzoek gebouwen Schippersinternaten', Utrecht 8 november 1999, voor zover hierin opgenomen.

Kolom B: aantal kinderen dat bij CENSIS is gehuisvest, verzorgd en opgevoed op de teldatum van 15 september van het jaar, voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

Kolom C: het gaat hier in beginsel om het verschil tussen kolom A en kolom B. Als er redenen zijn om hier correcties op aan te brengen dient te worden aangegeven voor hoeveel m² de exploitatiekosten werkelijk worden betaald. Vastegesteld moet kunnen worden voor welk deel van de overcapaciteit in het pand de eigenaa de exploitatiekosten betaalt. Alleen voor dat deel is de overgangsregeling van toepassing. Indien een deel van het pand feitelijk of juridisch is gesplitst (bv in appartementen) en de gebruiker van het van het internaat afgezonderde deel geheel zorgdraagt voor de exploitatie en de daaruit voortkomende accommodatiekosten betaalt, moet dit deel in mindering worden gebracht op kolom C.

Kolom D: de volledige huurinkomsten van het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Het gaat hier zowel om de kale huur als om vergoedingen voor belasting, energiekosten e.d.

* Bruto vloeroppervlakte

Berekening van het subsidiebedrag voor de overcapaciteit:

Y =

Het bedrag van € 880,33 (prijspeil 2000) is het normbedrag dat wordt gehanteerd ten behoeve van de overgangsregeling conform het kabinetsstandpunt schippersinternaten van juli 2000 (Kamerstukken II. 1999/2000, 27240. nr. 1). Als de uitkomst van bovenstaande berekening negatief is, zal de subsidie uit hoofde van de overgangsregeling € 0 zijn.

4. Pleeggezinnen

Aantal kinderen en hun leeftijd, dat op 15 september van het jaar, voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, voor huisvesting, verzorging en opvoeding in pleeggezinnen bij CENSIS is ingeschreven.

5. Bestuursverklaring

Objectnummer:

Het bestuur verklaart kennis te hebben genomen van het Bekostigingsbesluit en de Subsidieregeling Welzijnsbeleid en dienovereenkomstig de begroting 20.... te hebben opgesteld.

CONTROLEPROTOCOL SUBSIDIEREGELING WELZIJNSBELEID

Model accountantsverklaring aantal kinderen in internaten

afgegeven ten behoeve van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Wij hebben de bijgevoegde opgave van het aantal door ... (naam instelling) te ... (plaats) per ... (datum) ingeschreven en gehuisveste kinderen in internaten gecontroleerd. Deze opgave is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de leiding van ... (naam instelling of soort rechtspersoon). Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake deze opgave te verstrekken.

Onze controle is verricht overeenkomstig algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controle-opdrachten en de aanwijzingen die de minister in bijlage 2 bij de Subsidieregeling welzijnsbeleid heeft gegeven met betrekking tot de controle op en de rapportage over de naleving van de subsidiebepalingen.

Volgens de algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controle-opdachten dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de opgave van het aantal kinderen geen onjuistheden van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen en relevante gegevens. Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.

- GOEDKEURENDE VERKLARING:

Wij zijn van oordeel dat de opgave de gegevens over het aantal per ... (datum) ingeschreven en gehuisveste kinderen in internaten juist weergeeft.

punt voor het eerste kind uit een gezin is bij plaatsing van het kind in een internaat een bijdrage verschuldigd van EUR 1.332,04, vermeerderd met 3% van dat deel van het belastbare inkomen van de ouders of wettelijk vertegenwoordiger(s) in het jaar (t - 2), dat het bedrag van EUR 15.671,13 te boven gaat, tot een maximum van EUR 2.415,56;

• voor elk tweede en volgende kind uit een gezin is bij plaatsing van het kind in een internaat een bijdrage verschuldigd van EUR 887,87, vermeerderd met 1,5% van dat deel van het belastbare inkomen van de ouders of wettelijk vertegenwoordiger(s) (t - 2), dat het bedrag van EUR 15.671,13 te boven gaat, tot een maximum van EUR 1.429,62;

• voor het eerste kind uit een gezin is bij plaatsing van het kind in een pleeggezin een bijdrage verschuldigd van EUR 1.332,04, vermeerderd met 1% van dat deel van het belastbare inkomen van de ouders of wettelijk vertegenwoordiger(s) (t - 2), dat het bedrag van EUR 15.671,13 te boven gaat, tot een maximum van EUR 1.693,22;

• voor elk tweede en volgende kind uit een gezin is bij plaatsing van het kind in een pleeggezin een bijdrage verschuldigd van EUR 887,87, vermeerderd met 0,5% van dat deel van het belastbare inkomen van de ouders of wettelijk vertegenwoordiger(s) (t - 2), dat het bedrag van EUR 15.671,13 te boven gaat, tot een maximum van EUR 1.068,45.

t = het kalenderjaar waarin CENSIS zorgdraagt voor de huisvesting, verzorging en opvoeding van kinderen en voor welke periode de hoogte van de ouderbijdrage moet worden vastgesteld.

Het belastbaar inkomen van de ouder(s) of de wettelijk vertegenwoordiger(s) van een kind wordt vastgesteld op basis van een kopie van de aanslag van de belastingdienst over het jaar t - 2.

Opmerkingen:

Belangrijke afwijkingen ten opzichte van het activiteitenplan: