Wijzigingen Officiële bron
Verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekkingVerordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking Het College van Afgevaardigden van de Nederlandse Orde van Advocaten,

Overwegende dat het gewenst is gebleken nieuwe regels te stellen met betrekking tot de praktijkuitoefening door advocaten in dienstbetrekking;

Gelet op artikel 28 van de Advocatenwet;

Gelet op het ontwerp van de Algemene Raad met bijbehorende toelichting;

Stelt de navolgende verordening vast:

In deze Verordening wordt verstaan onder:

Het is de advocaat niet toegestaan de praktijk uit te oefenen in dienstbetrekking indien daardoor de vrijheid en onafhankelijkheid in de uitoefening van zijn beroep, met inbegrip van de behartiging van het partijbelang en de daarmee samenhangende vertrouwensrelatie tussen de advocaat en zijn client, in gevaar kunnen worden gebracht.

Het is de advocaat die de praktijk in dienst betrekking uitoefent niet toegestaan in enige zaak voor een of meer cliënten op te treden, wanneer hij daarbij uit hoofde van de dienst betrekking belangen in acht zou moeten nemen die strijden met het belang van die cliënt of cliënten of wanneer een daarop uitlopende ontwikkeling aannemelijk is.

Als organisatie met een ideële doelstelling als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder f, wordt slechts aangemerkt de organisatie die voldoet aan elk van de navolgende criteria:

Voor de advocaat die ten tijde van de inwerkingtreding van deze Verordening de praktijk reeds in dienstbetrekking uitoefent blijven, zolang die dienstbetrekking voortduurt, de bepalingen van de Verordening op de advocaat in dienstbetrekking van kracht. Indien die dienstbetrekking is aangegaan met één van de in artikel 3, derde lid bedoelde werkgevers en de advocaat binnen 18 maanden na de inwerkingtreding van deze Verordening het in dat lid bedoelde Statuut aan de Raad van Toezicht heeft verstrekt, zijn vanaf het moment van die verstrekking de bepalingen van deze Verordening op hem van toepassing.

Deze Verordening kan worden aangehaald als de Verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking. Zij treedt in werking op een door de Algemene Raad nader te bepalen tijdstip. Zij zal binnen twee jaren na de inwerkingtreding door de Algemene Raad worden geëvalueerd.

De ondergetekenden:

1. .................... gevestigd te

.................... verder te noemen de ‘werkgever’

2. .................... wonende te

.................... verder te noemen: ‘de werknemer’

Overwegende:

Komen het navolgende overeen:

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend te ..................../....................

....................

de werkgever.

....................

Geachte heer/mevrouw,

Op grond van artikel 60, aanhef, onder a van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 19931 en krachtens de polisvoorwaarden van de door u met verzekeraar X afgesloten rechtsbijstandverzekering hebt u op het moment dat er een gerechtelijke of administratieve procedure gevoerd gaat worden, het recht om een advocaat van uw keuze aan te wijzen. Dat moment heeft zich recent in uw zaak voorgedaan.

Ik ben advocaat in dienstbetrekking bij uw rechtsbijstandverzekeraar X.

Of:

Ik ben advocaat in dienstbetrekking bij het zelfstandige schaderegelingskantoor Y dat in opdracht van uw rechtsbijstandverzekeraar X de feitelijke rechtsbijstand verleent.

Ik heb u op …………..(datum) telefonisch/ schriftelijk (doorstrepen wat niet van toepassing is) gewezen op uw recht om een advocaat van uw keuze aan te wijzen.

Daarvan gebruikmakende, hebt u mij verzocht in deze zaak als uw advocaat op te treden c.q. mijn werkzaamheden in deze zaak voort te zetten. Deze brief dient er dan ook toe uw advocaatkeuze te bevestigen.

Hoogachtend,

Mr. Z Advocaat