Ministeriële regeling · BWBR0007975
Vrijstelling zegenvisserij binnenwateren 1996
Gelet op de artikelen 11 en 12 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage28 maart 1996De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, J.J. vanAartsenVan het bepaalde in artikel 6, eerste lid, onderdeel d, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985, alsmede van het bepaalde in artikel 2, eerste lid, onderdeel g, van de Regeling IJsselmeervisserij 1993 wordt, voor zover het betreft het vissen met de zegen, vrijstelling verleend voor het tijdvak van 1 april tot en met 14 april 1996.
Van het voorschrift, opgenomen in de vergunningen, bedoeld in artikel 8 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985, inhoudend dat het verboden is te vissen in het IJsselmeer met de zegen in het tijdvak van 16 maart tot en met 31 oktober, wordt vrijstelling verleend voorzover het betreft het tijdvak van 1 april tot en met 14 april 1996.
Vis van andere soorten dan blankvoorn, kolblei, brasem en karper dient onmiddellijk nadat deze is opgehaald weer in het water te worden teruggezet.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.