Wijzigingen Officiële bron
Wet van 18 april 1996, houdende een instellingsregeling voor het Centraal bureau en de Centrale commissie voor de statistiek (Wet op het Centraal bureau en de Centrale commissie voor de statistiek)Wet op het Centraal bureau en de Centrale commissie voor de statistiekWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is bij wet regels te stellen omtrent de instelling van het Centraal bureau voor de statistiek en de Centrale commissie voor de statistiek, alsmede inzake de verwerving, het gebruik en de verstrekking van gegevens in het kader van de statistische informatievoorziening;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage18 april 1996Beatrix De Minister van Economische Zaken,G. J. Wijers veertiende mei 1996De Minister van Justitie,W. Sorgdrager

In deze wet wordt verstaan onder:

Er is een Centraal bureau voor de statistiek, dat ressorteert onder Onze Minister.

Het CBS heeft tot taak het verrichten van statistisch onderzoek ten behoeve van praktijk, beleid en wetenschap en het openbaar maken van de op grond van zodanig onderzoek samengestelde statistieken.

De directeur-generaal bepaalt de methoden waarmee de in de werk- en meerjarenprogramma's opgenomen onderzoeken worden uitgevoerd, alsmede de wijze waarop de resultaten van die onderzoeken worden openbaar gemaakt. Onze Minister geeft hem hiertoe geen aanwijzingen.

Het CBS kan ten behoeve van statistische doeleinden persoonsgegevens als bedoeld in artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens verwerken.

In afwijking van artikel 11 verstrekt het CBS gegevens aan een dienst of een instelling, ingesteld of opgericht bij of krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, voor zover daartoe een verplichting geldt ingevolge een op grond van dat verdrag vastgestelde verordening, richtlijn of beschikking.

Het CBS willigt een verzoek om verstrekking van gegevens als bedoeld in artikel 13 slechts in, indien de verzoeker naar het oordeel van het CBS voldoende maatregelen heeft getroffen om te voorkomen dat aan hem te verstrekken gegevens voor andere werkzaamheden dan statistisch of wetenschappelijk onderzoek worden gebruikt.

Het CBS kan in incidentele gevallen werkzaamheden voor derden verrichten. Onze Minister ziet er op toe dat de in de eerste volzin genoemde werkzaamheden niet leiden tot concurrentievervalsing ten opzichte van private aanbieders van vergelijkbare diensten.

Er is een Centrale commissie voor de statistiek.

De commissie heeft tot taak:

Spoedeisende gevallen uitgezonderd wordt door een van Onze ministers slechts een nieuw statistisch onderzoek ingesteld of in een onderzoek dat reeds plaatsvindt wijziging gebracht, nadat de commissie is gehoord.

Ter uitvoering van haar taak kan de commissie zich rechtstreeks tot derden wenden tot het verkrijgen van de inlichtingen die zij behoeft.

De commissie kan de voorbereiding van bepaalde beslissingen, dan wel beslissingen op een bepaald terrein, opdragen aan al dan niet uit haar midden ingestelde subcommissies of aan de directeur-generaal.

De voorzitter van de commissie kan in spoedeisende gevallen de in artikel 7, eerste lid, bedoelde bevoegdheid van de commissie, voor zover het een wijziging van het werkprogramma betreft, en de in de artikelen 18 en 19 bedoelde bevoegdheden uitoefenen.

Beslissingen van de commissie worden genomen overeenkomstig het standpunt van de meerderheid van de leden.

De commissie verstrekt desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage verlangen van zakelijke gegevens en bescheiden voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Telkens binnen zes jaar brengt de commissie een rapport uit aan Onze Minister waarin de taakvervulling van de commissie aan een onderzoek wordt onderworpen en voorstellen kunnen worden gedaan voor gewenste veranderingen.

Bij de eerste benoeming van de leden van de commissie na inwerkingtreding van deze wet doet Onze Minister de voordracht zonder een aanbeveling daartoe door de commissie.

Het koninklijk besluit van 9 januari 1899 betreffende het Centrale Bureau en de Centrale Commissie voor de Statistiek, wordt ingetrokken.

Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet op het Centraal bureau en de Centrale commissie voor de statistiek.