U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-10-2001.

Regeling · BWBR0008074

Reglement rijbewijzen

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 30 mei 1996, houdende uitvoering van de Wegenverkeerswet 1994 (Reglement rijbewijzen)Reglement rijbewijzenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 17 november 1993, nr. R 163248, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op richtlijn nr. 91/439/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 juli 1991 betreffende het rijbewijs (PbEG L 237) en op de Wegenverkeerswet 1994;

De Raad van State gehoord (advies van 5 april 1994, nr. W09.93.0755);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 28 mei 1996, nr. R 219195, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage30 mei 1996 Beatrix De Minister van Verkeer en Waterstaat a.i., Margaretha de Boer de éénendertigste mei 1996 De Minister van Justitie, W. Sorgdrager

In dit besluit wordt verstaan onder:

Voor het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorieën C, D en E is geen rijbewijs vereist bij het uitvoeren van de van het praktijk-examen deel uitmakende bijzondere verrichtingen voor zover het motorrijtuig daarbij niet onder toezicht wordt bestuurd:

Voor het besturen van motorrijtuigen is geen rijbewijs vereist tijdens het afleggen van de in artikel 103, derde lid, bedoelde rijproef, mits de bestuurder in het bezit is van een oproep voor die rijproef.

De in artikel 110b, eerste lid, onderdeel b, van de wet vervatte eis dat degene aan wie rijonderricht wordt gegeven, de leeftijd van achttien jaren dient te hebben bereikt, geldt niet voor zover:

Bij het geven van rijonderricht in de zin van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 in het kader van de opleiding voor het praktijk-examen voor rijbewijs A dient te worden voldaan aan de volgende eisen:

Het motorrijtuig waarmee rijonderricht in de zin van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 wordt gegeven in het kader van de opleiding voor het praktijk-examen voor rijbewijs B, dient te zijn voorzien van:

Het ingevolge artikel 108, eerste lid, onderdeel h, van de wet ter registratie aangeboden rijbewijs dient:

Bij de aanvraag van registratie dienen te worden overgelegd:

De aanvraag dient te zijn gericht tot de Dienst Wegverkeer en te worden ingediend bij de burgemeester van de gemeente waar de aanvrager in de basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven. De burgemeester geleidt de aanvraag terstond door naar de Dienst Wegverkeer.

De Dienst Wegverkeer doet van de registratie en van de in het kader daarvan vastgestelde geldigheidsduur van het rijbewijs mededeling aan het gezag dat het geregistreerde rijbewijs heeft afgegeven.

Aan de aanvrager van een rijbewijs, die blijkens de door hem overgelegde verklaring van geschiktheid slechts een motorrijtuig kan besturen dat aan bepaalde eisen voldoet dan wel slechts een motorrijtuig kan besturen indien hij gebruik maakt van kunst- of hulpmiddelen, wordt een rijbewijs afgegeven dat slechts geldig is voor het besturen van een motorrijtuig dat aan die eisen voldoet dan wel indien de aanvrager bij het besturen gebruik maakt van die kunst- of hulpmiddelen. In het rijbewijs is deze beperking aangeduid met een bij ministeriële regeling vastgestelde codering.

Aan de aanvrager van een rijbewijs, die blijkens de door hem overgelegde verklaring van rijvaardigheid het praktijk-examen heeft afgelegd met een motorrijtuig dat is voorzien van een automatische gangwissel of van een automatische koppeling, dan wel blijkens de door hem overgelegde verklaring van geschiktheid slechts een motorrijtuig mag besturen dat is voorzien van een automatische gangwissel of van een automatische koppeling, wordt een rijbewijs afgegeven dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van de in de verklaring van rijvaardigheid dan wel de verklaring van geschiktheid genoemde rijbewijscategorie, die zijn voorzien van een automatische gangwissel of van een automatische koppeling. In het rijbewijs is deze beperking aangeduid met een bij ministeriële regeling vastgestelde codering.

Aan de aanvrager van een rijbewijs, die blijkens de door hem overgelegde verklaring van geschiktheid slechts een motorrijtuig kan besturen binnen een geografisch beperkt gebied, wordt een rijbewijs afgegeven dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen binnen dat gebied. In het rijbewijs is deze beperking aangeduid met een bij ministeriële regeling vastgestelde codering.

Aan de aanvrager van een rijbewijs, die blijkens de door hem overgelegde verklaring van geschiktheid de tot het besturen van motorrijtuigen vereiste geschiktheid slechts bezit indien hij het door hem te besturen motorrijtuig gebruikt voor privé doeleinden, wordt een rijbewijs afgegeven dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen voor privé doeleinden. In het rijbewijs is deze beperking aangeduid met een bij ministeriële regeling vastgestelde codering.

Aan de aanvrager van een rijbewijs, die blijkens de door hem overgelegde verklaring van rijvaardigheid het praktijk-examen voor de rijbewijscategorie A heeft afgelegd met een motorrijtuig op twee wielen, waarvan de cylinderinhoud meer dan 120 cm3 en het vermogen minder dan 35 kW bedraagt, wordt een rijbewijs A afgegeven dat gedurende twee jaren na de datum van afgifte slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van die rijbewijscategorie, waarvan het vermogen niet meer dan 25 kW en tevens niet meer dan 0,16 kW per kg ledige massa bedraagt, en dat na die twee jaren geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van die rijbewijscategorie zonder dat van die beperking sprake is.

Aan de aanvrager van een rijbewijs, die blijkens de door hem overgelegde verklaring van rijvaardigheid het praktijk-examen voor de rijbewijscategorie E heeft afgelegd met een aanhangwagen, voortbewogen door een trekkend motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs B is vereist, wordt een rijbewijs E afgegeven dat slechts geldig is voor het voortbewegen van een aanhangwagen indien deze wordt voortbewogen door een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs B is vereist.

Aan de aanvrager van een rijbewijs, die blijkens de door hem overgelegde verklaring van rijvaardigheid het praktijk-examen voor de rijbewijscategorie E heeft afgelegd met een aanhangwagen, voortbewogen door een trekkend motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs C is vereist, wordt een rijbewijs E afgegeven dat geldig is voor het voortbewegen van een aanhangwagen indien deze wordt voortbewogen door een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs B of C is vereist en, indien de aanvrager in het bezit is van een rijbewijs D, voor het voortbewegen van een aanhangwagen indien deze wordt voortbewogen door een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs D is vereist.

Aan de aanvrager van een rijbewijs, die blijkens de door hem overgelegde verklaring van rijvaardigheid het praktijk-examen voor de rijbewijscategorie E heeft afgelegd met een aanhangwagen, voortbewogen door een trekkend motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs D is vereist, wordt een rijbewijs E afgegeven dat geldig is voor het voortbewegen van een aanhangwagen indien deze wordt voortbewogen door een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs B of D is vereist.

Aan de aanvrager van een rijbewijs, die blijkens de door hem overgelegde verklaring van geschiktheid de voor het besturen van motorrijtuigen vereiste geschiktheid slechts bezit indien hij corrigerende lenzen draagt, wordt een rijbewijs afgegeven dat slechts geldig is indien de aanvrager bij het besturen gebruik maakt van die corrigerende lenzen. In het rijbewijs is deze beperking aangeduid met een bij ministeriële regeling vastgestelde codering.

Aan de aanvrager van een rijbewijs, die blijkens de door hem overgelegde verklaring van geschiktheid de voor het besturen van motorrijtuigen vereiste geschiktheid slechts bezit voor een termijn die korter is dan de in artikel 122, eerste lid, van de wet voorziene geldigheidsduur van het rijbewijs, wordt een rijbewijs afgegeven dat slechts geldig is gedurende die kortere termijn.

De aanvraag van een rijbewijs geschiedt op de wijze als in de volgende artikelen is bepaald.

Indien de aanvrager woonachtig is in Nederland, dient de aanvraag te zijn gericht tot en te worden ingediend bij de burgemeester van de gemeente waar hij als ingezetene is ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens.

Indien de aanvraag betrekking heeft op de afgifte van

Indien de aanvrager woonachtig is in Nederland, doch niet als ingezetene is ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens van een gemeente, dient de aanvraag te zijn gericht tot de Dienst Wegverkeer en te worden ingediend bij de burgemeester van de gemeente waar de aanvrager woonachtig is. De burgemeester geleidt de aanvraag terstond door naar de Dienst Wegverkeer.

Indien de aanvraag betrekking heeft op de afgifte van een rijbewijs aan een aanvrager aan wie in Nederland de status van diplomatiek of consulair ambtenaar is toegekend of die behoort tot het gezin van een persoon aan wie in Nederland de status van diplomatiek of consulair ambtenaar is toegekend, dient de aanvraag in afwijking van artikel 29 te zijn gericht tot en te worden ingediend bij de Dienst Wegverkeer door tussenkomst van Onze Minister van Buitenlandse Zaken.

Indien de aanvrager woonachtig is buiten Nederland, dient de aanvraag te zijn gericht tot en te worden ingediend bij de Dienst Wegverkeer.

Indien aan de aanvrager nog niet eerder een rijbewijs is afgegeven, dienen, behoudens de in artikel 33 genoemde bescheiden, bij de aanvraag tevens te worden overgelegd:

Indien de aanvraag betrekking heeft op de vernieuwing van het eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs, dienen, behoudens de in artikel 33 genoemde bescheiden, bij de aanvraag tevens te worden overgelegd:

Indien de aanvraag betrekking heeft op de afgifte van een rijbewijs dat geldig is voor meer categorieën dan het eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs, dienen, behoudens de in artikel 33 genoemde bescheiden, bij de aanvraag tevens te worden overgelegd:

Voor de toepassing van de artikelen 34 en 36 wordt met een niet langer dan zes maanden vóór de aanvraag afgegeven verklaring van rijvaardigheid gelijkgesteld een door het daartoe bevoegde militaire gezag niet langer dan zes maanden vóór de aanvraag afgegeven bewijs van rijvaardigheid voor het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie of rijbewijscategorieën waarop de aanvraag betrekking heeft.

Indien de aanvraag betrekking heeft op de afgifte van een rijbewijs ter vervanging van een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat nog geldig is hetzij zijn geldigheid door het verstrijken van de geldigheidsduur heeft verloren, welk rijbewijs verloren geraakt of teniet gegaan is, dient, behoudens de in artikel 33 genoemde bescheiden, bij de aanvraag tevens te worden overgelegd een door de aanvrager ondertekende verklaring, dat het rijbewijs verloren geraakt of teniet gegaan is. In de verklaring dienen de omstandigheden waaronder het rijbewijs verloren geraakt of teniet gegaan is, te worden omschreven.

Indien de aanvraag betrekking heeft op de afgifte van een rijbewijs ter vervanging van een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat op grond van artikel 123, eerste lid, onderdeel d, van de wet zijn geldigheid heeft verloren, dienen, behoudens de in artikel 33 genoemde bescheiden, bij de aanvraag tevens te worden overgelegd:

Verklaringen van rijvaardigheid worden op aanvraag en tegen betaling van het daarvoor vastgestelde tarief door het CBR afgegeven aan een ieder die bij een onderzoek naar de rijvaardigheid voor het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie waarvoor de verklaring wordt verlangd, aan de daarvoor bij ministeriële regeling vastgestelde eisen blijkt te voldoen.

Het voor de aanvraag van verklaringen van rijvaardigheid verschuldigde tarief wordt vastgesteld door het CBR onder goedkeuring van Onze Minister.

Het model van de verklaring van rijvaardigheid wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.

Het onderzoek naar de rijvaardigheid voor de rijbewijscategorieën A, B, C en D bestaat uit een theorie-examen en een praktijk-examen voor iedere rijbewijscategorie waarvoor een verklaring van rijvaardigheid wordt verlangd. Het onderzoek naar de rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie E bestaat uit een praktijk-examen.

Het voor de aanvraag van een verklaring van rijvaardigheid verschuldigde tarief dient vóór de indiening van de aanvraag te zijn voldaan door overmaking op een door het CBR aangewezen bankrekening.

Het theorie-examen kan slechts worden afgelegd door personen die de leeftijd van achttien jaren hebben bereikt.

De kosten van het theorie-examen worden vastgesteld door het CBR onder goedkeuring van Onze Minister.

De kosten van het theorie-examen dienen door de aanvrager te worden voldaan door aankoop van een aanvraagkaart volgens door het CBR vastgesteld model tegen contante betaling bij het CBR dan wel door het verschuldigde bedrag over te maken op een door het CBR aangewezen bankrekening.

Voor de toepassing van artikel 59, eerste lid, onderdeel e, wordt met een niet langer dan een jaar voor het theorie-examen afgegeven theorie-certificaat voor de rijbewijscategorie B gelijkgesteld een door het daartoe bevoegde militaire gezag niet langer dan een jaar voor het theorie-examen afgegeven theorie-certificaat voor de rijbewijscategorie B.

De eisen voor het theorie-examen voor de rijbewijscategorie A betreffen:

De eisen voor het theorie-examen voor de rijbewijscategorie B betreffen:

De eisen voor het theorie-examen voor de rijbewijscategorie C betreffen:

De eisen voor het theorie-examen voor de rijbewijscategorie D betreffen:

Indien de aanvrager bij het theorie-examen naar het oordeel van het CBR heeft voldaan aan de eisen, reikt het hem een theorie-certificaat voor de betrokken rijbewijscategorie uit.

Het model van het theorie-certificaat wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.

Voor de toepassing van artikel 67, eerste lid, onderdeel a, wordt met een niet langer dan een jaar voor de dag van het examen afgegeven theorie-certificaat voor de rijbewijscategorie waarop de aanvraag betrekking heeft gelijkgesteld een door het daartoe bevoegde militaire gezag niet langer dan een jaar voor de dag van het examen afgegeven theorie-certificaat voor de rijbewijscategorie waarop de aanvraag betrekking heeft.

Het praktijk-examen voor het rijbewijs B bestaat uit het afleggen van een rijproef met een motorrijtuig op vier wielen, waarvan de toegestane maximum massa niet meer bedraagt dan 3500 kg en dat niet is ingericht voor het vervoer van meer dan 8 personen, de bestuurder daaronder niet begrepen.

Het praktijk-examen voor het rijbewijs C bestaat uit het afleggen van een rijproef met een motorrijtuig, niet zijnde een motorrijtuig bestemd voor het voortbewegen van een oplegger, dat niet is ingericht voor het vervoer van personen en waarvan de lengte ten minste 7,75 m, de wielbasis ten minste 4,25 m en de toegestane maximum massa ten minste 10 000 kg bedraagt. Het motorrijtuig dient te zijn voorzien van een gesloten opbouw dan wel van een gesloten huif en dient met ten minste 3 000 kg te zijn beladen. Het motorrijtuig dient te zijn uitgerust met een toerenteller en een controle-apparaat als bedoeld in verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 betreffende de invoering van een controle-apparaat bij het wegvervoer (PbEG L 370).

Het praktijk-examen voor het rijbewijs D bestaat uit het afleggen van een rijproef met een ongeleed motorrijtuig dat is ingericht voor het vervoer van meer dan 8 personen, de bestuurder daaronder niet begrepen, en waarvan de lengte ten minste 10 m en de wielbasis ten minste 5,25 m bedraagt. Het motorrijtuig dient te zijn uitgerust met een toerenteller en een controle-apparaat als bedoeld in verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 betreffende de invoering van een controle-apparaat bij het wegvervoer (PbEG L 370).

Het praktijk-examen voor het rijbewijs E bij B bestaat uit het afleggen van een rijproef met een motorrijtuig als bedoeld in artikel 72, waarvan de toegestane maximum massa meer dan 1750 kg bedraagt, en een aanhangwagen waarvan de lengte ten minste 6 m en de toegestane maximum massa meer dan 1750 kg bedraagt. De aanhangwagen dient te zijn uitgerust met twee assen waarvan er maximaal één gestuurd is, dan wel met een samenstel van twee starre assen in het midden van de aanhangwagen. De aanhangwagen dient te zijn voorzien van een gesloten opbouw dan wel van een gesloten huif waarvan de breedte en de hoogte ten minste die van het trekkende motorrijtuig bedragen en dient voor ten minste 50% van het laadvermogen te zijn beladen.

Het praktijk-examen voor het rijbewijs E bij C bestaat uit het afleggen van een rijproef

Het praktijk-examen voor het rijbewijs E bij D bestaat uit het afleggen van een rijproef met een motorrijtuig als bedoeld in artikel 74 en een aanhangwagen waarvan de lengte ten minste 5 m en de toegestane maximum massa ten minste 3 000 kg bedraagt. De aanhangwagen moet zijn voorzien van een gesloten opbouw dan wel van een gesloten huif en dient met ten minste 750 kg te zijn beladen.

Het motorrijtuig waarmee de rijproef wordt afgelegd, mag zijn voorzien van een automatische gangwissel of van een automatische koppeling.

Het motorrijtuig waarmee de rijproef voor het rijbewijs A wordt afgelegd, dient te zijn voorzien van een bij ministeriële regeling vastgestelde aanduiding, aangebracht op de wijze als bij die regeling is voorgeschreven.

Het motorrijtuig waarmee de rijproef voor het rijbewijs B wordt afgelegd, dient te zijn voorzien van:

Het motorrijtuig waarmee de rijproef voor het rijbewijs C, D of E wordt afgelegd, dient te zijn voorzien van:

Het motorrijtuig dan wel het samenstel van trekkend motorrijtuig en aanhangwagen, waarmee de rijproef wordt afgelegd, dient naar het oordeel van het CBR daartoe geschikt te zijn.

De duur van het praktijk-examen bedraagt voor de rijbewijscategorieën A, B en E bij B ten minste 35 minuten en voor de rijbewijscategorieën C, D, E bij C en E bij D ten minste 60 minuten.

De rijproef kan binnen de voorgeschreven tijd worden gestaakt, indien naar het oordeel van de examinator de aanvrager door zijn wijze van rijden de veiligheid op de weg in gevaar brengt. Bij het praktijk-examen voor de rijbewijscategorie A kan de rijproef eveneens binnen de voorgeschreven tijd worden gestaakt, indien naar het oordeel van de examinator de aanvrager de bijzondere verrichtingen niet op juiste en veilige wijze uitvoert.

Indien de aanvrager naar het oordeel van de examinator bij het onderzoek naar de rijvaardigheid heeft voldaan aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen, reikt het CBR hem een verklaring van rijvaardigheid uit voor de rijbewijscategorie waarvoor de aanvrager aan die eisen heeft voldaan.

De aanvrager van een verklaring van rijvaardigheid, die binnen een tijdsbestek van vijf jaren tot vier maal toe ter zake van dezelfde rijbewijscategorie een mededeling heeft ontvangen dat hij niet aan de bij ministeriële regeling ten aanzien van die rijbewijscategorie vastgestelde eisen heeft voldaan, dient zich, indien hij een nieuwe aanvraag ter verkrijging van een verklaring van rijvaardigheid voor die rijbewijscategorie indient, te onderwerpen aan een nader onderzoek naar zijn rijvaardigheid.

Het nader onderzoek bestaat uit het afleggen van een rijproef ten overstaan van een door het CBR aangewezen rijvaardigheidsadviseur. De artikelen 54 en 55, 67 tot en met 82 en 84 zijn van overeenkomstige toepassing.

De duur van het nader onderzoek bedraagt voor de rijbewijscategorieën A, B en E bij B ten minste 50 minuten en voor de rijbewijscategorieën C, D, E bij C en E bij D ten minste 80 minuten.

Indien de aanvrager naar het oordeel van de rijvaardigheidsadviseur bij het nader onderzoek voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen, reikt het CBR hem een verklaring van rijvaardigheid uit voor de rijbewijscategorie waarvoor de aanvrager aan die eisen heeft voldaan.

Indien de aanvrager naar het oordeel van de rijvaardigheidsadviseur bij het nader onderzoek niet voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen, adviseert de rijvaardigheidsadviseur de aanvrager omtrent de wijze waarop deze ten aanzien van die onderdelen waarop hij niet aan die eisen voldoet, zijn rijvaardigheid kan verbeteren.

De aanvrager die bij het nader onderzoek niet heeft voldaan aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen ten aanzien van de rijvaardigheid voor het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie waarop de aanvraag betrekking heeft, dient zich, indien hij een nieuwe aanvraag ter verkrijging van een verklaring van rijvaardigheid voor die rijbewijscategorie indient, opnieuw te onderwerpen aan een nader onderzoek naar zijn rijvaardigheid.

Indien de aanvrager van een verklaring van rijvaardigheid ook bij het tweede nader onderzoek voor dezelfde rijbewijscategorie niet blijkt te voldoen aan de bij ministeriële regeling ten aanzien van die rijbewijscategorie vastgestelde eisen, is het CBR bevoegd te vorderen dat de aanvrager, indien hij na het tweede nader onderzoek voor dezelfde rijbewijscategorie een nieuwe aanvraag ter verkrijging van een verklaring van rijvaardigheid voor die rijbewijscategorie indient, op eigen kosten een onderzoek naar zijn geschiktheid ondergaat. Het onderzoek wordt verricht door een of meer door het CBR aangewezen deskundigen.

Door de aangewezen deskundige of deskundigen wordt aan het CBR schriftelijk medegedeeld of de aanvrager naar zijn of naar hun oordeel voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie waarop de aanvraag betrekking heeft.

Het CBR onderzoekt mede op basis van de bevindingen van de aangewezen deskundige of deskundigen of de aanvrager al dan niet voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen ten aanzien van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie of rijbewijscategorieën waarop de aanvraag betrekking heeft.

Indien de aanvrager naar het oordeel van het CBR voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen ten aanzien van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie of rijbewijscategorieën waarop de aanvraag betrekking heeft, dient hij zich in het kader van een nieuwe aanvraag ter verkrijging van een verklaring van rijvaardigheid voor de betrokken rijbewijscategorie te onderwerpen aan een nader onderzoek naar zijn rijvaardigheid als bedoeld in artikel 87. De artikelen 54 en 55, 67 tot en met 82 en 84 zijn van overeenkomstige toepassing.

Indien de aanvrager op basis van het in artikel 94 bedoelde onderzoek een mededeling ontvangt dat hij naar het oordeel van het CBR niet voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen ten aanzien van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie of rijbewijscategorieën waarop de aanvraag betrekking heeft, dient hij bij het indienen van een nieuwe aanvraag ter verkrijging van een verklaring van rijvaardigheid voor de betrokken rijbewijscategorie behoudens de in artikel 67 genoemde bescheiden tevens een verklaring van geschiktheid voor die rijbewijscategorie over te leggen.

Het voor de aanvraag van verklaringen van geschiktheid verschuldigde tarief wordt vastgesteld door het CBR onder goedkeuring van Onze Minister. Het tarief dient door de aanvrager te worden voldaan door aankoop van een aanvraagformulier volgens door het CBR vastgesteld model tegen contante betaling bij het CBR dan wel door het verschuldigde bedrag over te maken op een door het CBR aangewezen bankrekening.

Het model van de verklaring van geschiktheid wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.

Rijbewijzen worden afgegeven door de Dienst Wegverkeer:

In de gevallen, bedoeld in de artikelen 45, 47, eerste lid, aanhef en onderdeel c, en 48, eerste lid, aanhef en onderdeel c, geeft degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen, een rijbewijs af voor het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie of rijbewijscategorieën die gelijkwaardig zijn aan de categorie of categorieën waarvoor het overgelegde rijbewijs was afgegeven. Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften omtrent de vaststelling van de gelijkwaardigheid worden vastgesteld.

Indien de aanvraag betrekking heeft op de afgifte van een rijbewijs tegen overlegging van een rijbewijs dat door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, anders dan in een andere lid-staat van de Europese Gemeenschap of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte is afgegeven op basis van een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs, wordt een rijbewijs afgegeven dat geldig is voor de categorie of categorieën waarvoor dat eerder afgegeven rijbewijs geldig was.

Indien de aanvraag betrekking heeft op de afgifte van een rijbewijs tegen overlegging van een rijbewijs dat door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland is afgegeven op basis van een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat geldig was voor meer categorieën dan het buiten Nederland afgegeven rijbewijs, wordt een rijbewijs afgegeven dat geldig is voor de categorieën waarvoor dat eerder afgegeven rijbewijs geldig was.

Degene die een rijbewijs afgeeft tegen overlegging van een buiten Nederland afgegeven rijbewijs, neemt dat rijbewijs in en zendt het terug naar het gezag dat het heeft afgegeven.

In afwijking van artikel 109 wordt een ingenomen rijbewijs dat is afgegeven buiten Nederland, anders dan in een andere lid-staat van de Europese Gemeenschap of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, in de bij ministeriële regeling aangewezen gevallen teruggegeven aan de aanvrager, indien deze voldoet aan de bij die regeling vastgestelde eisen. Tot die eisen behoort ten minste de eis dat de aanvrager een aantoonbaar belang heeft bij teruggave van het ingenomen rijbewijs.

Degene die een rijbewijs afgeeft tegen overlegging van een rijbewijs dat is afgegeven buiten Nederland, anders dan in een andere lid-staat van de Europese Gemeenschap of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, vermeldt in het af te geven rijbewijs in welk deel van het Koninkrijk, onderscheidenlijk in welk land het overgelegde rijbewijs is afgegeven. De vermelding vindt plaats in de vorm van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering.

Degene die een rijbewijs afgeeft tegen overlegging van een rijbewijs waarin is vermeld dat de aanvrager dat overgelegde rijbewijs heeft verkregen tegen overlegging van een rijbewijs dat is afgegeven buiten Nederland, anders dan in een andere lid-staat van de Europese Gemeenschap of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, neemt die vermelding over in het af te geven rijbewijs. De vermelding vindt plaats in de vorm van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering.

Degene die een rijbewijs afgeeft tegen overlegging van een in een andere lid-staat van de Europese Gemeenschap of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte afgegeven rijbewijs waarin is vermeld dat de aanvrager dit rijbewijs heeft verkregen op grond van een eerder in een ander land dan in een lid-staat van de Europese Gemeenschap of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte afgegeven rijbewijs, neemt die vermelding over in het af te geven rijbewijs. De vermelding vindt plaats in de vorm van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering.

Degene die een rijbewijs afgeeft tegen overlegging van een buiten Nederland afgegeven rijbewijs waarvan de geldigheid voor een of meer categorieën is beperkt tot een subcategorie van motorrijtuigen, plaatst in het af te geven rijbewijs bij die categorie of categorieën een bij ministeriële regeling vastgestelde codering waaruit die beperking blijkt.

Degene die een rijbewijs afgeeft tegen overlegging van een in een andere lid-staat van de Europese Gemeenschap of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, afgegeven rijbewijs dat is voorzien van een aantekening dan wel een codering waaruit blijkt dat het onderzoek naar de rijvaardigheid van de aanvrager heeft plaatsgevonden met een motorrijtuig dat is voorzien van een automatische gangwissel of van een automatische koppeling, neemt die aantekening, omgezet in een bij ministeriële regeling vastgestelde codering, dan wel die codering over in het af te geven rijbewijs.

Degene die een rijbewijs afgeeft tegen overlegging van een buiten Nederland, anders dan in een andere lid-staat van de Europese Gemeenschap of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, afgegeven rijbewijs waaruit blijkt dat het onderzoek naar de rijvaardigheid van de aanvrager heeft plaatsgevonden met een motorrijtuig dat is voorzien van een automatische gangwissel of van een automatische koppeling, plaatst in het af te geven rijbewijs een bij ministeriële regeling vastgestelde codering waaruit die beperking blijkt.

Degene die een rijbewijs afgeeft tegen overlegging van een in een andere lid-staat van de Europese Gemeenschap of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, afgegeven rijbewijs dat is voorzien van een aantekening dan wel een codering waaruit blijkt dat de aanvrager slechts een motorrijtuig kan besturen dat aan bepaalde eisen voldoet dan wel slechts een motorrijtuig kan besturen indien hij gebruik maakt van kunst- of hulpmiddelen, neemt die aantekening, omgezet in een bij ministeriële regeling vastgestelde codering, dan wel die codering over in het af te geven rijbewijs.

Degene die ingevolge artikel 120 van de wet een vervangend rijbewijs afgeeft, plaatst in het af te geven vervangende rijbewijs een bij ministeriële regeling vastgestelde codering met betrekking tot het rijbewijs waarvoor dat vervangende rijbewijs in de plaats treedt.

Blanco rijbewijzen worden terstond na aflevering veilig gesteld in de in artikel 125 bedoelde voorziening.

De met de afgifte van rijbewijzen belaste autoriteiten treffen maatregelen om de onder hen berustende rijbewijzen en de met de afgifte van rijbewijzen verband houdende materialen te beveiligen tegen ontvreemding dan wel vernietiging ten gevolge van inbraak, diefstal, verduistering, overvallen, brand of anderszins.

De met de afgifte van rijbewijzen belaste autoriteiten dragen er zorg voor dat de voorraad blanco rijbewijzen en de met de afgifte van rijbewijzen verband houdende materialen worden opgeslagen in een inbraakvertragende en brandwerende voorziening met een bij ministeriële regeling vast te stellen waardebergingsindicatie, welke voorziening dient te zijn geplaatst in een af te sluiten ruimte.

De met de afgifte van rijbewijzen belaste autoriteiten dragen er zorg voor dat de plaatsen waar rijbewijzen en met de afgifte van rijbewijzen verband houdende materialen zijn opgeslagen, zijn uitgerust met een electronisch inbraakalarmeringssysteem dat voorziet in een permanente vaste lijn-verbinding met een door de rijksoverheid toegelaten alarmcentrale.

De met de afgifte van rijbewijzen belaste autoriteiten dragen er zorg voor dat de werkvoorraad rijbewijzen en de werkvoorraad met de afgifte van rijbewijzen verband houdende materialen zich tijdens de werkuren onder voortdurend toezicht bevinden, op een voor het publiek onzichtbare en voor onbevoegden onbereikbare plaats. Buiten de werkuren dienen de werkvoorraden alsmede de verschreven en anderszins onbruikbare documenten te worden opgeslagen in de in artikel 125 bedoelde voorziening. De werkvoorraden bedragen niet meer dan het gemiddeld verbruik van een werkdag.

De met de afgifte van rijbewijzen belaste autoriteiten dragen er zorg voor dat de onder hen ressorterende, met de afgifte van rijbewijzen belaste medewerkers regelmatig worden geïnformeerd over ontvreemdingsrisico’s en ten minste eenmaal per jaar worden geïnstrueerd met betrekking tot risicobeperkende afspraken en maatregelen ter zake.

Tot het doen van de schriftelijke mededeling, bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de wet zijn bevoegd:

Het in artikel 131 van de wet bedoelde onderzoek naar de rijvaardigheid vindt plaats aan de hand van de bij ministeriële regeling ter uitvoering van de artikelen 61 tot en met 64 en 70 vastgestelde eisen met betrekking tot de rijvaardigheid.

De duur van de rijproef bedraagt voor de rijbewijscategorieën A, B en E bij B ten minste 35 minuten en voor de rijbewijscategorieën C, D, E bij C en E bij D ten minste 60 minuten.

De rijproef kan binnen de voorgeschreven tijd worden gestaakt, indien betrokkene naar het oordeel van de deskundige of deskundigen door zijn wijze van rijden de veiligheid op de weg in gevaar brengt. Indien het onderzoek naar de rijvaardigheid betrekking heeft op de rijbewijscategorie A, kan de rijproef eveneens binnen de voorgeschreven tijd worden gestaakt, indien betrokkene naar het oordeel van de deskundige of deskundigen de bijzondere verrichtingen niet op juiste en veilige wijze uitvoert.

Indien betrokkene bij een rijproef blijkt aan de eisen te voldoen doch bij het theorie-gedeelte wordt afgewezen, wordt hij in de gelegenheid gesteld binnen zes weken na het onderzoek aan een nieuw onderzoek voor dit theorie-gedeelte deel te nemen.

Het in artikel 131 van de wet bedoelde onderzoek naar de geschiktheid vindt plaats aan de hand van de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid en mag slechts betreffen:

De Dienst Wegverkeer is houder van het rijbewijzenregister.

In het register worden de navolgende gegevens opgenomen:

Degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen doet aan de Dienst Wegverkeer mededeling omtrent:

Degene die een rijbewijs ongeldig verklaart ingevolge artikel 124, eerste lid, van de wet doet aan de Dienst Wegverkeer mededeling omtrent:

Onze Minister doet aan de Dienst Wegverkeer mededeling omtrent:

De betrokken ambtenaar, belast met de uitvoering van de politietaak, doet aan de Dienst Wegverkeer mededeling omtrent:

De betrokken ambtenaar van het openbaar ministerie doet aan de Dienst Wegverkeer mededeling omtrent:

Het Centraal Justitieel Incassobureau doet in geval van toepassing van het dwangmiddel van inneming van het rijbewijs, bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, aan de Dienst Wegverkeer mededeling omtrent:

Het CBR deelt het resultaat van het in artikel 124, eerste lid, onderdeel d, van de wet bedoelde onderzoek mede aan degene die ingevolge artikel 124, tweede lid, van de wet is belast met de ongeldigverklaring van het rijbewijs.

Het ingevolge artikel 19 van de Wet persoonsregistraties vastgestelde reglement alsmede de wijziging en intrekking daarvan wordt voor een ieder ter inzage gelegd bij de Dienst Wegverkeer te Veendam alsmede bij de secretarie van iedere gemeente.

Uit het rijbewijzenregister worden door de Dienst Wegverkeer inlichtingen verstrekt aan de volgende belanghebbenden:

Bromfietscertificaten worden op aanvraag en tegen betaling van het daarvoor vastgestelde tarief afgegeven door het CBR aan een ieder die bij een door hem afgelegd bromfiets-examen heeft bewezen te beschikken over voldoende kennis van de bij ministeriële regeling aangewezen, bij en krachtens de wet vastgestelde, voorschriften voor bromfietsers en voldoende inzicht in de risicofactoren die deelneming aan het verkeer met een bromfiets met zich brengt.

Het voor de aanvraag van bromfietscertificaten verschuldigde tarief wordt vastgesteld door het CBR onder goedkeuring van Onze Minister.

Het bromfiets-examen kan slechts worden afgelegd door personen die de leeftijd van zestien jaren hebben bereikt.

Voor toelating tot het bromfiets-examen dienen te worden overgelegd:

Bij het bromfiets-examen dient aan de volgende eisen te worden voldaan:

Bromfietscertificaten worden zoveel mogelijk in volgorde van nummer afgegeven. De volgorde wordt bepaald op basis van het getal dat gevormd wordt door van elk nummer het laatste cijfer buiten beschouwing te laten.

De Directeur van het CBR treft maatregelen om de onder het CBR berustende, als afgegeven geregistreerde doch nog niet uitgereikte bromfietscertificaten alsmede de blanco certificaten en de met de afgifte van bromfietscertificaten verband houdende formulieren en materialen te beveiligen tegen ontvreemding dan wel vernietiging ten gevolge van inbraak, diefstal, verduistering, overvallen, brand of anderszins.

Het CBR draagt er zorg voor dat de werkvoorraad certificaten en de werkvoorraad met de afgifte van certificaten verband houdende formulieren en materialen zich tijdens werkuren onder voortdurend toezicht bevinden, op een voor het publiek onzichtbare en voor onbevoegden onbereikbare plaats. Buiten de werkuren dienen de werkvoorraden te worden opgeslagen in een inbraakvertragende voorziening.

De Directeur van het CBR draagt er zorg voor dat de onder hem ressorterende, met de afgifte van bromfietscertificaten belaste medewerkers regelmatig worden geïnformeerd over ontvreemdingsrisico’s en geïnstrueerd met betrekking tot risicobeperkende afspraken en maatregelen ter zake.

De Dienst Wegverkeer is houder van het register betreffende de afgifte van bromfietscertificaten.

In het register worden de navolgende gegevens opgenomen:

Het CBR doet aan de Dienst Wegverkeer mededeling omtrent de afgifte van bromfietscertificaten alsmede omtrent de ongeldigverklaring van bromfietscertificaten.

De in artikel 170 bedoelde mededelingen vinden plaats langs geautomatiseerde weg.

Het ingevolge artikel 19 van de Wet persoonsregistraties bij vastgestelde reglement alsmede de wijziging en intrekking daarvan wordt voor een ieder ter inzage gelegd bij de Dienst Wegverkeer te Veendam alsmede bij de vestigingen van het CBR.

Uit het register betreffende de afgifte van bromfietscertificaten worden door de Dienst Wegverkeer inlichtingen verstrekt aan de volgende belanghebbenden:

Aanvragen van verklaringen van rijvaardigheid die zijn ingediend vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit worden behandeld overeenkomstig de bepalingen van het Wegenverkeersreglement zoals die luidden vóór de inwerkingtreding van dit besluit.

Aanvragen van geneeskundige verklaringen die zijn ingediend vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit worden behandeld overeenkomstig de bepalingen van het Wegenverkeersreglement zoals die luidden vóór de inwerkingtreding van dit besluit.

Voor de toepassing van de artikelen 17, 21 tot en met 23, 34, onderdeel a, 36, onderdeel b, en 69, tweede lid, onderdeel b, wordt onder een verklaring van rijvaardigheid mede verstaan een op basis van het Wegenverkeersreglement afgegeven verklaring van rijvaardigheid.

Voor de toepassing van de artikelen 16, 17, 24, 25, 34, onderdeel b, 35, onderdeel b, 36, onderdeel c, 44, eerste lid, onderdeel b, 45, eerste lid, onderdeel b, 46, eerste lid, onderdeel b, 47, eerste lid, onderdeel b, 48, eerste lid, onderdeel b, en 146, onderdeel d, wordt onder een verklaring van geschiktheid mede verstaan een op basis van het Wegenverkeersreglement afgegeven geneeskundige verklaring.

Voor de toepassing van de artikelen 33, eerste lid, onderdeel b onder II, 49, derde lid, 59, eerste lid, onderdeel b, en 67, eerste lid, onderdeel d, wordt onder een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat nog geldig is, mede verstaan een eerder op basis van de Wegenverkeerswet aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat nog geldig is.

Voor de toepassing van de artikelen 36, 43 en 59, eerste lid, onderdeel e, wordt onder een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs mede verstaan een eerder op basis van de Wegenverkeerswet aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat op het moment van de aanvraag hetzij nog geldig is hetzij na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur en dat niet behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen model.

Voor de toepassing van de artikelen 45, eerste lid, onderdeel b onder II, 47, eerste lid, onderdeel c onder II, en 48, eerste lid, onderdeel c onder II, worden in het overgelegde rijbewijs omschreven eisen ten aanzien van de inrichting van het voertuig en de eis dat de aanvrager corrigerende lenzen draagt, niet aangemerkt als beperkende aantekeningen die niet zijn aangeduid met de geharmoniseerde codes van de Europese Gemeenschappen.

Voor de toepassing van artikel 69, tweede lid, onderdeel a, wordt onder een rijbewijs dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur mede verstaan een op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijs dat op het moment van de aanvraag zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur en dat niet behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen model.

Voor de toepassing van de artikelen 100, derde lid, onderdeel b, en 101, tweede lid, onderdeel b, onder II , wordt onder een rijbewijs waarvan de geldigheidsduur verstrijkt op of na de dag waarop de aanvrager de leeftijd van 70 jaren bereikt, mede verstaan een op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijs waarvan de geldigheidsduur verstrijkt op of na de dag waarop de aanvrager de leeftijd van 70 jaren bereikt.

Voor de toepassing van de artikelen 122, eerste en tweede lid, en 123 wordt, tenzij uit die bepalingen het tegendeel blijkt, onder rijbewijzen mede verstaan rijbewijzen als bedoeld in artikel 9, eerste lid onder 3e, van de Wegenverkeerswet.

De in de artikelen 124 tot en met 130 vastgestelde eisen inzake de door de met de afgifte van rijbewijzen belaste autoriteiten te treffen beveiligingsmaatregelen zijn mede van toepassing op rijbewijzen als bedoeld in artikel 9, eerste lid onder 3e, van de Wegenverkeerswet, die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit nog onder die autoriteiten berusten.

Voor de toepassing van de artikelen 145 tot en met 152 wordt onder rijbewijzen mede verstaan rijbewijzen als bedoeld in artikel 9, eerste lid onder 3e, van de Wegenverkeerswet.

Indien de aanvraag betrekking heeft op de afgifte van een rijbewijs A tegen overlegging van een niet eerder dan zes maanden voor de aanvraag op basis van het Wegenverkeersreglement afgegeven verklaring van rijvaardigheid, wordt, indien de aanvraag wordt ingediend na de datum van inwerkingtreding van dit besluit, een rijbewijs afgegeven dat geldig is voor de rijbewijscategorie A zonder dat daarbij de in artikel 20 bedoelde beperking geldt.

Indien de aanvraag van een rijbewijs betrekking heeft op de afgifte van een rijbewijs in verband met het verstrijken van de geldigheidsduur van een voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijs dat geldig is voor de rijbewijscategorie A wordt, indien de aanvrager ten behoeve van het besturen van een motorrijtuig op drie wielen, waarvan de ledige massa niet meer bedraagt dan 400 kg, belang heeft bij afgifte van een rijbewijs dat geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie B, tegen overlegging van dat eerder afgegeven rijbewijs en een vóór 1 juni 1996 op zijn naam gesteld kentekenbewijs dat is afgegeven voor een motorrijtuig als hier bedoeld, een rijbewijs afgegeven voor de rijbewijscategorieën A en B, dat voor wat betreft de rijbewijscategorie B slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen op drie wielen, waarvan de ledige massa niet meer bedraagt dan 400 kg. In het rijbewijs is deze beperking aangeduid met een bij ministeriële regeling vastgestelde codering.

Indien de aanvraag van een rijbewijs betrekking heeft op de afgifte van een rijbewijs tegen overlegging van een op basis van de Wegenverkeerswet aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur en waarin de aanduiding «Automatische gangwissel of koppeling», al dan niet in combinatie met de aanduiding «Tot één jaar na datum van afgifte beperkt geldig» is geplaatst, wordt een rijbewijs afgegeven zonder die beperkende aanduiding of aanduidingen.

Indien de aanvrager van een rijbewijs in het bezit is van:

Overtreding van artikel 2, tweede lid, is een strafbaar feit.

De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Dit besluit wordt aangehaald als: Reglement rijbewijzen.