Regeling · BWBR0008113

Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 19 juni 1996, houdende regelen inzake toekenning van uitkeringen bij ontslag aan defensiepersoneel (Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel)Werkloosheidsbesluit defensiepersoneelWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie van 9 januari 1996, PAV2210/96000202;

Gelet op de artikelen 125, eerste lid, van de Ambtenarenwet en artikel 12 van de Militaire Ambtenarenwet;

De Raad van State gehoord (advies van 6 mei 1996, nr. WO7.96.0015);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Defensie van 17 juni 1996, nr. P/96001789 ;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage19 juni 1996Beatrix De Minister van Defensie,J. J. C. Voorhoeveachtentwintigste juni 1996De Minister van Justitie,W. Sorgdrager

In dit besluit wordt verstaan onder:

Betrokkene heeft met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat recht op een uitkering overeenkomstig de normen en voorwaarden welke bij of krachtens de WW zijn vastgesteld, voor zover hierna niet anders is bepaald.

De loongerelateerde WW-conforme uitkering ingevolge artikel 2, danwel de uitkering bij ziekte ingevolge artikel 3, tweede lid, bedraagt 70% van het voor betrokkene geldende dagloon, met dien verstande dat het bedrag van de uitkering niet daalt beneden het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, of indien betrokkene jonger is dan 23 jaar, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, bedoeld in artikel 7, derde lid, van genoemde wet, beide vermeerderd met de daarover berekende vakantietoeslag, bedoeld in artikel 15 van die wet en vervolgens gedeeld door 21,75. Hetzelfde minimum geldt als niveau voor de WW-conforme vervolguitkering en de kortdurende WW-conforme uitkering ingevolge artikel 2.

Indien betrokkene tijdens het genot van een WW-conforme uitkering, bedoeld in artikel 2, danwel tijdens het genot van de uitkering bij ziekte ingevolge artikel 3, tweede lid, overlijdt, bestaat aanspraak op een eenmalige uitkering overeenkomstig artikel 35, danwel artikel 36 van de Ziektewet.

Betrokkene, die recht heeft op een loongerelateerde WW-conforme uitkering ingevolge artikel 2, danwel een verlenging van de duur van de loongerelateerde WW-conforme uitkering ingevolge artikel 6, heeft recht op een verhoging van de uitkering.

De overlijdensuitkering bedoeld in artikel 5 wordt indien betrokkene overlijdt binnen de termijn waarin hij recht heeft op een verhoging van de uitkering ingevolge artikel 7 verhoogd tot 100% van het voor betrokkene geldende ongemaximeerd dagloon over een tijdvak van 3 maanden.

Onze Minister beslist over de toekenning van een WW-conforme uitkering als bedoeld in hoofdstuk 2 van dit besluit en een aanvullende uitkering als bedoeld in hoofdstuk 3 van dit besluit op aanvraag van betrokkene.

Aan betrokkene, die elders arbeid of bedrijf ter hand gaat nemen, kan ter zake van de kosten, die voor hem aan een daartoe nodige verhuizing zijn verbonden, op zijn aanvraag een tegemoetkoming worden toegekend tot ten hoogste het bedrag van een vergoeding volgens de normen van het Verplaatsingskostenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, onder verrekening van een tegemoetkoming in verhuiskosten uit andere hoofde.

Op aanvraag van betrokkene kan het recht op de uitkering, al of niet direct aansluitend aan zijn ontslag, geheel of ten dele worden afgekocht.

Indien het niveau van de uitkering van de WW een algemene neerwaartse wijziging ondergaat, wordt deze neerwaartse wijziging, behoudens indien in het sector overleg Defensie sociale partners anders overeenkomen binnen 6 maanden na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin de maatregel is gepubliceerd, op overeenkomstige wijze ten aanzien van de WW-conforme uitkeringen en aanvullende uitkeringen doorgevoerd vanaf de in het Staatsblad vermelde datum van inwerkingtreding van bedoelde maatregel, doch niet eerder dan 6 maanden na de datum van uitgifte van het Staatsblad.

Onze Minister kan ter uitvoering van de artikelen 2, 13, 14 en 19 nadere regels stellen. Van de bevoegdheid tot het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in de eerste volzin kan mandaat worden verleend aan de directeur-generaal personeel van het Ministerie van Defensie.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 1996.

Dit besluit wordt aangehaald als: Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel.