U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 13-02-2009.

Wet · BWBR0008159

Kaderwet adviescolleges

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 3 juli 1996, houdende algemene regels over de advisering in zaken van algemeen verbindende voorschriften of te voeren beleid van het Rijk (Kaderwet adviescolleges)Kaderwet adviescollegesWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, mede in verband met artikel 79 van de Grondwet, algemene regels te stellen over de advisering in zaken van algemeen verbindende voorschriften of te voeren beleid van het Rijk;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage3 juli 1996Beatrix De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,J. Kohnstammde elfde juli 1996De Minister van Justitie,W. Sorgdrager

In deze wet wordt verstaan onder:

Geen adviescollege in de zin van deze wet is:

De hoofdstukken 3 en 5 en artikel 28 gelden niet ten aanzien van adviescolleges waarvan de adviestaak, bedoeld in artikel 1, onderdeel a , niet de hoofdtaak is.

Een adviescollege wordt bij wet ingesteld.

Alle wetten, koninklijke besluiten en ministeriële regelingen tot instelling van adviescolleges worden mede door Onze Minister van Binnenlandse Zaken ondertekend.

Bij de instelling van een adviescollege wordt de adviestaak omschreven.

De artikelen 4 tot en met 8 zijn van overeenkomstige toepassing op het toekennen van een adviestaak als bedoeld in artikel 1, onderdeel a , aan een college dat krachtens publiekrecht een andere taak heeft.

Een adviescollege bestaat uit een voorzitter en ten hoogste veertien andere leden. Het adviescollege kan uit de leden ondervoorzitters aanwijzen.

Leden van adviescolleges worden op eigen aanvraag door Onze Minister ontslagen. Zij kunnen voorts bij koninklijk besluit worden geschorst en ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.

Vervallen

Een adviescollege kan ter voorbereiding van een of meer adviezen uit zijn midden commissies instellen.

Een adviescollege adviseert op schriftelijk verzoek van Onze Minister of van een van beide kamers der Staten-Generaal.

Een adviescollege kan Onze Minister uit eigen beweging adviseren. Van een voornemen daartoe stelt het adviescollege Onze Minister en de beide kamers der Staten-Generaal onverwijld in kennis.

Een adviescollege kan zijn werkwijze nader vaststellen in een reglement van orde.

Indien een advies wordt uitgebracht aan één van de kamers der Staten-Generaal, zendt het adviescollege een afschrift van het advies aan Onze Minister.

Een adviescollege zendt jaarlijks voor 1 april aan Onze Minister een ontwerp voor de begroting voor het daaropvolgende kalenderjaar van de aan de taakvervulling door het adviescollege verbonden uitgaven.

Een adviescollege houdt bij het vervullen van zijn taak zoveel mogelijk rekening met het werkprogramma. Onverminderd de Comptabiliteitswet 2001 vervult het zijn taak met de middelen die ingevolge de desbetreffende begrotingswet ter beschikking zijn gesteld.

Een adviescollege verstrekt desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken zendt elke vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Wijzigt de Ambtenarenwet.

Wijzigt de Comptabiliteitswet.

Na de instelling van een adviescollege stelt Onze Minister voor dat college een werkprogramma vast voor het resterende deel van het kalenderjaar waarin het is ingesteld en, indien de instelling heeft plaatsgevonden na 31 augustus, tevens voor het daaropvolgende kalenderjaar. Artikel 26 is daarbij zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1997.

Deze wet wordt aangehaald als: Kaderwet adviescolleges.