Ministeriële regeling · BWBR0008205
Warenwetregeling Vrijstelling frisdranken met hoog cafeïnegehalte
Handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken en de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op artikel 16, eerste lid, van de Warenwet;
Gezien het advies van de Adviescommissie Warenwet van 7 november 1995 met nummer 14928/(12)5;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, EricaTerpstraVrijstelling wordt verleend van artikel 5, tweede lid, onder b, van het Warenwetbesluit Frisdranken, voor wat betreft het maximale gehalte aan cafeïne van de daar bedoelde waren, onder de voorwaarde dat het cafeïnegehalte van de waar niet hoger is dan 350 mg/l en dat
- a.
sprake is van drinkwaren op basis van koffie of thee, of drinkwaren met koffie- of thee-extract, waarvan de aanduiding de term `koffie' of `thee' bevat, of
- b.
bij het verhandelen van de waarop het etiket één van de volgende vermeldingen wordt gebezigd:
- 1°
`hoog cafeïnegehalte', tussen haakjes gevolgd door de in mg/100 ml uitgedrukte hoeveelheid cafeïne van de waar, in het zelfde gezichtsveld als de aanduiding van de waar; of
- 2°
`bevat 150-350 mg/l cafeïne; komt overeen met 2-4 koppen koffie'.
- 1°
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en vervalt met ingang van 1 juli 2004.
Deze regeling wordt aangehaald als: Warenwetregeling Vrijstelling frisdranken met hoog cafeïnegehalte.