Ministeriële regeling · BWBR0008210
Vrijstellingsregeling uitrijverbod grasland 1996
handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op artikel 64 van de Wet bodembescherming;
Gezien het advies van de Technische commissie bodembescherming;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage21 augustus 1996 De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, M. de BoerVan het verbod, gesteld in artikel 8, derde lid, van het Besluit gebruik dierlijke meststoffen, wordt vrijstelling verleend voor de periode van 1 september 1996 tot en met 15 september 1996 voor gronden die niet zijn gelegen in de gebieden die zijn aangegeven op de als bijlage I bij het Besluit gebruik dierlijke meststoffen behorende kaarten (Stb. 1991, 385).
Van het verbod, gesteld in artikel 31, eerste lid, onderdeel c, en in het tweede lid, onderdeel b, van het Besluit kwaliteit en gebruik overige organische meststoffen, wordt vrijstelling verleend voor de periode van 1 september 1996 tot en met 15 september 1996 voor gronden die niet zijn gelegen in de gebieden die zijn aangegeven op de als bijlage I bij het Besluit gebruik dierlijke meststoffen behorende kaarten.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Vrijstellingsregeling uitrijverbod grasland 1996.