U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 18-08-2001.
Wijzigingen Officiële bron
Warenwetregeling Gebruik van additieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen in levensmiddelenWarenwetregeling Gebruik van additieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen in levensmiddelenDe Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Sport;

Gelet op Richtlijn nr 95/2/EG van het Europees Parlement en van de Raad van de Europese Unie van 20 februari 1995 betreffende levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen (PbEG L 61);

op artikel II, derde lid, van de Wijzigingswet 1988 Warenwet jo. artikel 16, eerste lid, van de Warenwet;

op artikel 22, tweede lid, van het Warenwetbesluit Verduurzaamde vruchtenprodukten;

op artikel 10, eerste en tweede lid, van het Warenwetbesluit Produkten voor bijzondere voeding;

alsmede op artikel 7, tweede lid, van het Warenwetbesluit Levensmiddelenadditieven;

Gezien het advies van de Adviescommissie Warenwet van 22 december 1995 met nummer 14926/(1)5;

BESLUIT:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.Terpstra

In de in bijlage II genoemde eet- en drinkwaren zijn geen andere additieven aanwezig dan de in de bijlagen II en III genoemde additieven, onder de in die bijlagen vermelde voorwaarden.

De in de bijlage III genoemde additieven mogen uitsluitend worden toegevoegd aan de in die bijlage genoemde eet- en drinkwaren, onder de in die bijlage vermelde voorwaarden.

Uitsluitend de in bijlage IV genoemde additieven mogen worden toegevoegd als draagstoffen of als oplosmiddelen die als draagstof fungeren, onder de in die bijlage vermelde voorwaarden.

In de in artikel 2, derde lid, onder m, bedoelde eet- en drinkwaren, bestemd voor zuigelingen en peuters, zijn additieven slechts aanwezig met inachtneming van bijlage V.

Wijzigt de Warenwetregeling Gedehydrateerde melk.

Ingetrokken worden:

Additieven die zijn toegelaten in eet- en drinkwaren met uitzondering van de eet- en drinkwaren die in artikel 2, derde lid, zijn vermeld

De volgende additieven mogen in eet- en drinkwaren, met uitzondering van de eet- en drinkwaren die in artikel 2, derde lid zijn vermeld, quantum satis worden gebruikt.

De stoffen E290, E938, E939, E941, E942, E948 en E949 mogen echter in alle eet- en drinkwaren worden gebruikt.

Eet- en drinkwaren waaraan slechts bepaalde additieven mogen worden toegevoegd

In deze bijlage is de maximale gebruiksdosis uitgedrukt in mg/kg tenzij anders vermeld.

Indien een eet- of drinkwaar in hoofdletters is vermeld, betekent dit dat uitsluitend de als zodanig aangeduide waar de betreffende additieven mag bevatten.

Additieven die slechts in bepaalde eet- en drinkwaren zijn toegelaten

Indien een eet- of drinkwaar in hoofdletters is vermeld, betekent dit dat uitsluitend de als zodanig aangeduide waar het betreffende additief resp. de betreffende additieven mag bevatten.

Deel I. Conserveermiddelen

A. Sorbaten, benzoaten en p-hydroxy-benzoaten

In dit onderdeel van deze bijlage is de maximale gebruiksdosis uitgedrukt in mg/kg tenzij anders vermeld. De maximale gebruiksdosis heeft betrekking op gebruiksklare eet- en drinkwaren die volgens de gebruiksaanwijzing bereid zijn.

De maximale gebruiksdoses van de stoffen E200 (sorbinezuur), E202 (kaliumsorbaat), E203 (calciumsorbaat), E210 (benzoëzuur), E211 (natriumbenzoaat), E212 (kaliumbenzoaat), E213 (calciumbenzoaat), E214 (ethyl-p-hydroxybenzoaat), E215 (ethyl-p-hydroxybenzoaat, natriumzout), E216 (propyl-p-hydroxybezoaat), E217 (propyl-p-hydroxybezoaat, natriumzout), E218 (methyl-p-hydroxybenzoaat) en E219 (methyl-p-hydroxybenzoaat, natriumzout) zijn uitgedrukt als vrij zuur. Met de in de tabel gebruikte afkortingen wordt het volgende bedoeld:

Benzoëzuur mag aanwezig zijn in bepaalde gefermenteerde producten die worden verkregen door fermentatieprocessen met inachtneming van goede productiemethoden.

B. Zwaveldioxide en sulfieten

De maximale gebruiksdoses van de stoffen E220 (zwaveldioxide), E221 (natriumsulfiet), E222 (natriumbisulfiet), E223 (natriummetabisulfiet), E224 (kaliummetabisulfiet), E226 (calciumsulfiet), E227 (calciumbisulfiet) en E228 (kaliumbisulfiet) zijn uitgedrukt als SO2 in mg/kg of mg/l en hebben betrekking op de totale hoeveelheid SO2 afkomstig uit alle bronnen; Een SO2 -gehalte van minder dan 10 mg/kg of 10 mg/l wordt geacht niet aanwezig te zijn.

C. Andere conserveermiddelen

Nisine kan van nature aanwezig zijn in bepaalde kaassoorten ten gevolge van fermentatieprocessen. Propionzuur en zijn zouten kunnen aanwezig zijn in bepaalde gefermenteerde producten die verkregen worden met inachtneming van goede productieprocedé's.

Het indicatief toegevoegde gehalte dat is vermeld bij de stoffen E249 en E250 wordt uitgedrukt als NaNO2.

Het restgehalte dat is vermeld bij de stoffen E249 en E250 wordt uitgedrukt als NaNO2 en heeft betrekking op het product bij aflevering aan de eindverbruiker;

Het restgehalte dat is vermeld bij de stoffen E251 en E252 wordt uitgedrukt als NaNO3, met uitzondering van het restgehalte dat is vermeld bij gepekelde haring. Dit restgehalte wordt uitgedrukt als NaNO2 en heeft tevens betrekking op uit nitraat gevormd nitriet.

De maximale gebruiksdoses van de stoffen E280, E281, E282 en E283 zijn uitgedrukt als vrij zuur.

Deel II. Antioxydanten

Voor de maximale gebruiksdosis die is vermeld bij de categorieën "vetten en oliën.e.d.", "olie en vet e.d." en "reuzel, visolie e.d." geldt de evenredigheidsregel voor de hoeveelheid van de toegevoegde anti-oxidanten.

Deel III. Andere additieven

De maximale gebruiksdosis voor fosforzuur en de in de bijlage onder E338 t/m E341 en E450 t/m E452 vermelde fosfaten heeft betrekking op het toegevoegde gehalte aan deze stoffen. De stoffen worden zowel afzonderlijk als in combinatie gebruikt. De gebruiksdoses zijn uitgedrukt als P2O5. Fosfaten kunnen van nature in sommige eet- en drinkwaren voorkomen.

Draagstoffen en oplosmiddelen die zijn toegelaten als draagstof voor kleurstoffen, zoetstoffen en andere levensmiddelenadditieven

Eet- en drinkwaren mogen ook gebruikt worden als draagstoffen voor kleurstoffen, zoetstoffen en andere levensmiddelenadditieven.

Indien in de kolom beperkt gebruik bepaalde categorieën stoffen worden vermeld dan zijn de betreffende draagstoffen uitsluitend toegelaten in die categorieën

Additieven die zijn toegelaten in voeding die bestemd is voor zuigelingen en peuters In deze bijlage wordt onder babyvoeding verstaan de voeding als bedoeld in de bijlage, onder 3 van het Warenwetbesluit Produkten voor bijzonder voeding; In deze bijlage is de maximale gebruiksdosis uitgedrukt in mg/kg tenzij anders vermeld. De maximale gebruiksdosis heeft betrekking op gebruiksklare eet- en drinkwaren die volgens de gebruiksaanwijzing zijn bereid. Zuigelingenvoeding en bijvoedingsmiddelen bij de overgang op voedsel voor zuigelingen en peuters mogen E 414 (acaciagom, Arabische gom) en E 551 (siliciumdioxide) bevatten afkomstig van de toevoeging van preparaten van voedingsstoffen die meer dan 150 g/kg E 414 en 10 g/kg E 551 bevatten, evenals E 421 (mannitol) als dit gebruikt wordt als draagstof voor vitamine B12 (ten minste één deel vitamine B12 op 1000 delen mannitol). De hoeveelheid E 414 in het gebruiksklare product bedraagt niet meer dan 10 mg/kg. Zuigelingenvoeding en bijvoedingsmiddelen bij de overgang op vast voedsel voor zuigelingen en peuters mogen E 301 (natrium-L-ascorbaat) bevatten, gebruikt in quantum satis-dosis in oppervlaktelagen van preparaten van voedingsstoffen die meervoudig onverzadigde vetzuren bevatten. De hoeveelheid E 301 in het gebruiksklare product bedraagt niet meer dan 75 mg/l.

Deel I. Additieven die zijn toegelaten in volledige zuigelingenvoeding voor gezonde zuigelingen

Voor de bereiding van aangezuurde melk mogen niet pathogene L(+)-melkzuurproducerende culturen worden gebruikt;

Als meer dan één van de stoffen E 322, E 471, E 472 c en E 473 aan een levensmiddel wordt toegevoegd, wordt de vastgestelde maximumconcentratie in dat levensmiddel voor elk van deze stoffen verlaagd naar rato van de hoeveelheid van de andere stoffen die in het levensmiddel aanwezig zijn.

Deel II. Additieven die zijn toegelaten in opvolgvoeding voor gezonde zuigelingen

Voor de bereiding van aangezuurde melk kunnen niet pathogene L(+)-melkzuurproducerende culturen worden gebruikt;

Bij het gebruik van de stoffen E322 en E471 wordt indien meerdere van deze stoffen in een eet- of drinkwaar aanwezig zijn de vastgestelde maximumconcentratie in die eet- of drinkwaar voor elk van deze stoffen verlaagd naar rato van de hoeveelheid van elk van deze stoffen die in die eet- of drinkwaar aanwezig is.

Als meer dan één van de stoffen E 322, E 471, E 472 c en E 473 aan een levensmiddel wordt toegevoegd, wordt de vastgestelde maximumconcentratie in dat levensmiddel voor elk van deze stoffen verlaagd naar rato van de hoeveelheid van de andere stoffen die in het levensmiddel aanwezig zijn.

Deel III. Additieven die zijn toegelaten in babyvoeding

Deel IV. Additieven die zijn toegelaten in dieetvoeding voor medisch gebruik voor zuigelingen en peuters

De delen I, II en III, met uitzondering van E 333 en E 341, van bijlage V, zijn van overeenkomstige toepassing op de in dit deel bedoelde eet- en drinkwaren.