U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 13-04-2007.
Wijzigingen Officiële bron
Warenwetregeling Gebruik van additieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen in levensmiddelenWarenwetregeling Gebruik van additieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen in levensmiddelenDe Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Sport;

Gelet op Richtlijn nr 95/2/EG van het Europees Parlement en van de Raad van de Europese Unie van 20 februari 1995 betreffende levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen (PbEG L 61);

op artikel II, derde lid, van de Wijzigingswet 1988 Warenwet jo. artikel 16, eerste lid, van de Warenwet;

op artikel 22, tweede lid, van het Warenwetbesluit Verduurzaamde vruchtenprodukten;

op artikel 10, eerste en tweede lid, van het Warenwetbesluit Produkten voor bijzondere voeding;

alsmede op artikel 7, tweede lid, van het Warenwetbesluit Levensmiddelenadditieven;

Gezien het advies van de Adviescommissie Warenwet van 22 december 1995 met nummer 14926/(1)5;

BESLUIT:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.Terpstra

In de in bijlage II genoemde eet- en drinkwaren zijn geen andere additieven aanwezig dan de in de bijlagen II en III genoemde additieven, onder de in die bijlagen vermelde voorwaarden.

De in de bijlage III genoemde additieven mogen uitsluitend worden toegevoegd aan de in die bijlage genoemde eet- en drinkwaren, onder de in die bijlage vermelde voorwaarden.

Uitsluitend de in bijlage IV genoemde additieven mogen worden toegevoegd als draagstoffen of als oplosmiddelen die als draagstof fungeren, onder de in die bijlage vermelde voorwaarden.

In de in artikel 2, derde lid, onder m, bedoelde eet- en drinkwaren, bestemd voor zuigelingen en peuters, zijn additieven slechts aanwezig met inachtneming van bijlage V.

Wijzigt de Warenwetregeling Gedehydrateerde melk.

Ingetrokken worden:

Additieven die zijn toegelaten in eet- en drinkwaren met uitzondering van de eet- en drinkwaren die in artikel 2, derde lid, zijn vermeld

De volgende additieven mogen in eet- en drinkwaren, met uitzondering van de eet- en drinkwaren die in artikel 2, derde lid zijn vermeld, quantum satis worden gebruikt.

De stoffen E290, E938, E939, E941, E942, E948 en E949 mogen echter in alle eet- en drinkwaren worden gebruikt.

De stoffen E 400, E 401, E 402, E 403, E 404, E 406, E 407, E 407a, E 410, E 412, E 413, E 414, E 415, E 417, E 418 en E 440 worden niet gebruikt in geleiproducten met een vaste consistentie in halfstijve minicups of minicapsules die bedoeld zijn om in één hap te worden gegeten door in de minicup of minicapsule te knijpen waardoor de waar in de mond komt.

Eet- en drinkwaren waaraan slechts bepaalde additieven mogen worden toegevoegd

In deze bijlage is de maximale gebruiksdosis uitgedrukt in mg/kg tenzij anders vermeld.

Indien een eet- of drinkwaar in hoofdletters is vermeld, betekent dit dat uitsluitend de als zodanig aangeduide waar de betreffende additieven mag bevatten.

Additieven die slechts in bepaalde eet- en drinkwaren zijn toegelaten

Indien een eet- of drinkwaar in hoofdletters is vermeld, betekent dit dat uitsluitend de als zodanig aangeduide waar het betreffende additief resp. de betreffende additieven mag bevatten.

Deel I. Conserveermiddelen

A. Sorbaten, benzoaten en p-hydroxy-benzoaten

In dit onderdeel van deze bijlage is de maximale gebruiksdosis uitgedrukt in mg/kg tenzij anders vermeld. De maximale gebruiksdosis heeft betrekking op gebruiksklare eet- en drinkwaren die volgens de gebruiksaanwijzing bereid zijn.

De maximale gebruiksdoses van de stoffen E200 (sorbinezuur), E202 (kaliumsorbaat), E203 (calciumsorbaat), E210 (benzoëzuur), E211 (natriumbenzoaat), E212 (kaliumbenzoaat), E213 (calciumbenzoaat), E214 (ethyl-p-hydroxybenzoaat), E215 (ethyl-p-hydroxybenzoaat, natriumzout), E218 (methyl-p-hydroxybenzoaat) en E219 (methyl-p-hydroxybenzoaat, natriumzout) zijn uitgedrukt als vrij zuur. Met de in de tabel gebruikte afkortingen wordt het volgende bedoeld:

Benzoëzuur mag aanwezig zijn in bepaalde gefermenteerde producten die worden verkregen door fermentatieprocessen met inachtneming van goede productiemethoden.

B. Zwaveldioxide en sulfieten

De maximale gebruiksdoses van de stoffen E220 (zwaveldioxide), E221 (natriumsulfiet), E222 (natriumbisulfiet), E223 (natriummetabisulfiet), E224 (kaliummetabisulfiet), E226 (calciumsulfiet), E227 (calciumbisulfiet) en E228 (kaliumbisulfiet) zijn uitgedrukt als SO2 in mg/kg of mg/l en hebben betrekking op de totale hoeveelheid SO2 afkomstig uit alle bronnen; Een SO2 -gehalte van minder dan 10 mg/kg of 10 mg/l wordt geacht niet aanwezig te zijn.

C. Andere conserveermiddelen

Nisine kan van nature aanwezig zijn in bepaalde kaassoorten ten gevolge van fermentatieprocessen. Propionzuur en zijn zouten kunnen aanwezig zijn in bepaalde gefermenteerde producten die verkregen worden met inachtneming van goede productieprocedé's.

Het indicatief toegevoegde gehalte dat is vermeld bij de stoffen E249 en E250 wordt uitgedrukt als NaNO2.

Het restgehalte dat is vermeld bij de stoffen E249 en E250 wordt uitgedrukt als NaNO2 en heeft betrekking op het product bij aflevering aan de eindverbruiker;

Het restgehalte dat is vermeld bij de stoffen E251 en E252 wordt uitgedrukt als NaNO3, met uitzondering van het restgehalte dat is vermeld bij gepekelde haring. Dit restgehalte wordt uitgedrukt als NaNO2 en heeft tevens betrekking op uit nitraat gevormd nitriet.

De maximale gebruiksdoses van de stoffen E280, E281, E282 en E283 zijn uitgedrukt als vrij zuur.

(x) Nitriet met de vermelding ‘voor gebruik in voeding’ mag alleen vermengd met zout of met een zoutvervanger verkocht worden.

(y) Een Fo-waarde 3 staat gelijk met verhitting gedurende drie minuten bij 121 °C (vermindering van de bacteriële verontreiniging van een miljard sporen per 1000 blikken tot één spore per 1000 blikken).

(z) In sommige warmtebehandelde vleesproducten kunnen nitraten aanwezig zijn die voortkomen uit de natuurlijke omzetting van nitrieten in nitraten in een zuurarme omgeving.

1 De vleesproducten worden in een pekeloplossing van nitrieten of nitraten, zout en andere bestanddelen gedompeld. Deze vleesproducten kunnen verdere behandelingen ondergaan, bijvoorbeeld worden gerookt.

1.1 Het vlees wordt ingespoten met een pekeloplossing en vervolgens gedurende drie à tien dagen in een pekelbad gezouten. De bij onderdompeling gebruikte pekeloplossing omvat microbiologische startculturen.

1.2 Zouten in een pekelbad gedurende drie à vijf dagen. Product heeft geen hittebehandeling ondergaan en heeft een hoge wateractiviteit.

1.3 In een pekelbad gezouten gedurende ten minste vier dagen en voorgekookt.

1.4 Het vlees wordt ingespoten met een pekeloplossing, gevolgd door zouten in een pekelbad. De pekeltijd bedraagt 14 à 21 dagen, daarna rijping (koudroken) gedurende vier à vijf weken.

1.5 Het vlees wordt in een pekelbad gezouten gedurende vier à vijf dagen bij 5–7 °C, waarna het rijpt gedurende normaliter 24 à 40 uur bij 22 °C, eventueel wordt het gerookt gedurende 24 à 40 uur bij 22 °C, eventueel wordt het gerookt gedurende 24 uur bij 20–25 °C en wordt bewaard gedurende drie à zes weken bij 12–14 °C.

1.6 De pekeltijd is, afhankelijk van de vorm en het gewicht van de vleesstukken, ongeveer 2 dagen/kg gevolgd door stabilisatie/rijping.

2. Bij droogzouten wordt de buitenkant van het vlees (droog) ingewreven met een pekelmengsel dat nitrieten of nitraten, zout en andere bestanddelen bevat, gevolgd door stabilisatie/rijping. Deze vleesproducten kunnen verdere behandelingen ondergaan, bijvoorbeeld worden gerookt.

2.1 Droogzouten gevolgd door rijping gedurende ten minste vier dagen.

2.2 Droogzouten met een stabilisatieperiode van ten minste tien dagen en een rijpingsperiode van ten minste 45 dagen.

2.3 Droogzouten gedurende 10 à 15 dagen, gevolgd door een stabilisatieperiode van 30 à 45 dagen en een rijpingsperiode van ten minste twee maanden.

2.4 Droogzouten gedurende drie dagen + één dag/kg, gevolgd door een week bewaring na het zouten en een verouderings-/rijpingsperiode van 45 dagen tot 18 maanden.

2.5 De pekeltijd, afhankelijk van de vorm en het gewicht van de vleesstukken, is ongeveer 10 tot 14 dagen/kg gevolgd door stabilisatie/rijping.

3 Combinatie van zouten in een pekelbad en droogzouten, of waarbij nitrieten of nitraten bestanddeel zijn van een samengesteld product of waarbij de pekeloplossing in het product wordt ingespoten voordat het wordt gekookt. Deze producten kunnen verdere behandelingen ondergaan, bijvoorbeeld worden gerookt.

3.1 Combinatie van droogzouten en zouten in een pekelbad (zonder inspuiten van pekeloplossing). De rooktijd afhankelijk van de vorm en het gewicht van de vleesstukken, is ongeveer 14 tot 35 dagen/kg gevolgd door stabilisatie/rijping.

3.2 Het vlees wordt ingespoten met een pekeloplossing en vervolgens, na ten minste twee dagen, gekookt in kokend water gedurende ten hoogste 3 uur.

3.3 Het product is gedurende ten minste vier weken gerijpt met een water/proteïne-verhouding van minder dan 1,7.

3.4 Rijping gedurende ten minste 30 dagen.

3.5 Het gedroogde product wordt gekookt bij 70 °C, waarna het gedurende acht à twaalf dagen wordt gedroogd en gerookt. Gefermenteerd product, onderworpen aan een fermentatieproces van 14 à 30 dagen in drie fasen, waarna het wordt gerookt.

3.6 Gedroogde gefermenteerde rauwe worst zonder toevoeging van nitrieten. Het product wordt gefermenteerd bij een temperatuur van 18–22 °C of lager (10–12 °C) en ondergaat vervolgens gedurende ten minste drie weken een verouderings-/rijpingsproces. Het product heeft een water/proteïne-verhouding van minder dan 1,7.

Deel II. Antioxydanten

Het teken * in de tabel wijst op de evenredigheidsregel: als combinaties van gallaten, TBHQ, BHA en BHT worden gebruikt, worden de afzonderlijke gehaltes evenredig verminderd.

Deel III. Andere additieven

De maximale gebruiksdosis voor fosforzuur en de in de bijlage onder E338 t/m E341 en E450 t/m E452 vermelde fosfaten heeft betrekking op het toegevoegde gehalte aan deze stoffen. De stoffen worden zowel afzonderlijk als in combinatie gebruikt. De gebruiksdoses zijn uitgedrukt als P2O5. Fosfaten kunnen van nature in sommige eet- en drinkwaren voorkomen.

Draagstoffen en oplosmiddelen die zijn toegelaten als draagstof voor kleurstoffen, zoetstoffen en andere levensmiddelenadditieven

Eet- en drinkwaren mogen ook gebruikt worden als draagstoffen voor kleurstoffen, zoetstoffen en andere levensmiddelenadditieven.

Indien in de kolom beperkt gebruik bepaalde categorieën stoffen worden vermeld dan zijn de betreffende draagstoffen uitsluitend toegelaten in die categorieën

Additieven die zijn toegelaten in voeding die bestemd is voor zuigelingen en peuters In deze bijlage wordt onder babyvoeding verstaan de voeding als bedoeld in de bijlage, onder 3 van het Warenwetbesluit Produkten voor bijzonder voeding; In deze bijlage is de maximale gebruiksdosis uitgedrukt in mg/kg tenzij anders vermeld. De maximale gebruiksdosis heeft betrekking op gebruiksklare eet- en drinkwaren die volgens de gebruiksaanwijzing zijn bereid. Zuigelingenvoeding en bewerkte eet- of drinkwaren op basis van granen en babyvoeding bij de overgang op voedsel voor zuigelingen en peuters mogen E 414 (acaciagom, Arabische gom) en E 551 (siliciumdioxide) bevatten afkomstig van de toevoeging van preparaten van voedingsstoffen die meer dan 150 g/kg E 414 en 10 g/kg E 551 bevatten, evenals E 421 (mannitol) als dit gebruikt wordt als draagstof voor vitamine B12 (ten minste één deel vitamine B12 op 1000 delen mannitol). De hoeveelheid E 414 in het gebruiksklare product bedraagt niet meer dan 10 mg/kg. Zuigelingenvoeding en bewerkte eet- of drinkwaren op basis van granen en babyvoeding bij de overgang op vast voedsel voor zuigelingen en peuters mogen E 1450 (zetmeelnatriumoctenylsuccinaat) bevatten afkomstig van de toevoeging van vitaminepreparaten of preparaten van meervoudig onverzadigde vetzuren. De hoeveelheid E 1450 in het gebruiksklare product mag niet meer bedragen dan 100 mg/kg afkomstig van vitaminepreparaten en 1000 mg/kg afkomstig van preparaten van meervoudig onverzadigde vetzuren. Zuigelingenvoeding en bewerkte eet- of drinkwaren op basis van granen en babyvoeding bij de overgang op vast voedsel voor zuigelingen en peuters mogen E 301 (natrium-L-ascorbaat) bevatten, gebruikt in quantum satis-dosis in oppervlaktelagen van preparaten van voedingsstoffen die meervoudig onverzadigde vetzuren bevatten. De hoeveelheid E 301 in het gebruiksklare product bedraagt niet meer dan 75 mg/l.

Deel I. Additieven die zijn toegelaten in volledige zuigelingenvoeding voor gezonde zuigelingen

Voor de bereiding van aangezuurde melk mogen niet pathogene L(+)-melkzuurproducerende culturen worden gebruikt;

Als meer dan één van de stoffen E 322, E 471, E 472 c en E 473 aan een levensmiddel wordt toegevoegd, wordt de vastgestelde maximumconcentratie in dat levensmiddel voor elk van deze stoffen verlaagd naar rato van de hoeveelheid van de andere stoffen die in het levensmiddel aanwezig zijn.

Deel II. Additieven die zijn toegelaten in opvolgvoeding voor gezonde zuigelingen

Voor de bereiding van aangezuurde melk kunnen niet pathogene L(+)-melkzuurproducerende culturen worden gebruikt;

Bij het gebruik van de stoffen E322 en E471 wordt indien meerdere van deze stoffen in een eet- of drinkwaar aanwezig zijn de vastgestelde maximumconcentratie in die eet- of drinkwaar voor elk van deze stoffen verlaagd naar rato van de hoeveelheid van elk van deze stoffen die in die eet- of drinkwaar aanwezig is.

Als meer dan één van de stoffen E 322, E 471, E 472 c en E 473 aan een levensmiddel wordt toegevoegd, wordt de vastgestelde maximumconcentratie in dat levensmiddel voor elk van deze stoffen verlaagd naar rato van de hoeveelheid van de andere stoffen die in het levensmiddel aanwezig zijn.

Deel III. Additieven die zijn toegelaten in bewerkte eet- of drinkwaren op basis van granen en babyvoeding

Deel IV. Additieven die zijn toegelaten in dieetvoeding voor zuigelingen en peuters voor medisch gebruik, bedoeld in de Warenwetregeling Dieetvoeding voor medisch gebruik

De delen I, II en III, met uitzondering van E 333 en E 341, van bijlage V, zijn van overeenkomstige toepassing op de in dit deel bedoelde eet- en drinkwaren.