Wijzigingen Officiële bron
Wet van 21 oktober 1996, houdende regels inzake de invoering van de Financiële-verhoudingswet (Invoeringswet Financiële-verhoudingswet) Invoeringswet Financiële-verhoudingswetWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te stellen inzake de invoering van de Financiële-verhoudingswet en in verband daarmee enige wetten te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage21 oktober 1996Beatrix De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,A. G. M. van de Vondervoort De Minister van Binnenlandse Zaken,H. F. Dijkstal De Staatssecretaris van Financiën,W. A. F. G. Vermeend De Minister van Financiën,G. Zalmde vijfde december 1996De Minister van Justitie,W. Sorgdrager

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder «Onze Ministers» verstaan: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Financiën.

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het doorlopen en beëindigen na de inwerkingtreding van deze wet van verplichtingen op grond van de Financiële-Verhoudingswet 1984.

Hoofdstuk 1 en de paragrafen 2.1, 2.7, 3.3 en 3.15 van het Besluit verfijningen algemene uitkering 1984 berusten na de inwerkingtreding van deze wet op artikel 3.

Een algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 38 van de Financiële-Verhoudingswet 1984 berust na de inwerkingtreding van deze wet op artikel 13 van de Financiële-verhoudingswet.

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Dit hoofdstuk bevat de bepaling en de vaststelling, bedoeld in artikel 24 van de Financiële-verhoudingswet.

Onze Ministers kunnen nadere regels stellen omtrent:

Bij de bepaling van het gecorrigeerde totaal, bedoeld in de maatstaf die in bijlage 2, onder nummer 1, is vermeld, worden de waarden die op grond van artikel 41 van de Wet waardering onroerende zaken geacht worden de waarden per 1 januari 1995 te zijn en waarvan de peildatum ligt op 1 januari 1992 of op 1 januari 1993, vermenigvuldigd met respectievelijk 1,16 en 1,1.

De maatstaf vermeld in bijlage 2, onder nummer 8, vervalt met ingang van het uitkeringsjaar 1999.

De lengte van de historische waterwegen in of rondom een historische kern wordt bepaald door het aantal meters historische waterweg in de kern te vermenigvuldigen met twee, dit produkt te vermeerderen met het aantal meters historische waterweg rondom de kern en deze som te verminderen met 1000. Een negatief aantal wordt op nul vastgesteld.

De gecorrigeerde daling van de algemene uitkering van de gemeente waarvan de grenzen zijn gewijzigd wordt slechts bepaald indien artikel 2.7.1, 2.7.3 of 2.7.4 van het Besluit verfijningen algemene uitkering 1984 niet op de gemeente van toepassing is.

Wijzigt de Gemeentewet.

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Wijzigt de Wet Bodembescherming.

Wijzigt de Wet herverdeling wegenbeheer.

De Financiële-Verhoudingswet 1984 wordt ingetrokken.

Wijzigt de Wet van 15 december 1993, houdende wijziging van het stelsel van stichtingsnormen en opheffingsnormen in de Wet op het basisonderwijs en van het huisvestingsstelsel in de Wet op het basisonderwijs en de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs (Stb. 1993, 716).

Wijzigt de Wet op het specifiek cultuurbeleid.

Voor de plaatsing in het Staatsblad brengt Onze Minister van Binnenlandse Zaken de in deze wet voorkomende aanhalingen van artikelen uit de Financiële-verhoudingswet met de nieuwe nummering van die wet in overeenstemming.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Deze wet wordt aangehaald als: Invoeringswet Financiële-verhoudingswet.