U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2002.

Regeling · BWBR0008353

Vergoedingenbesluit adviescolleges

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 27 november 1996, houdende regels inzake de vergoedingen aan leden van adviescolleges (Vergoedingenbesluit adviescolleges)Vergoedingenbesluit adviescollegesWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, J. Kohnstamm, van 31 oktober 1996, Stafafdeling Constitutionele Zaken, Wetgeving en Internationale Aangelegenheden, nr. CWI96/U1227;

Gelet op artikel 14 van de Kaderwet adviescolleges;

De Raad van State gehoord (advies van 15 november 1996, no. W04.96.0518);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, J. Kohnstamm, van 20 november 1996, Stafafdeling Constitutionele Zaken, Wetgeving en Internationale Aangelegenheden, nr. CWI96/1325;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage27 november 1996Beatrix De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,J. Kohnstammde tiende december 1996De Minister van Justitie,W. Sorgdrager

In dit besluit wordt verstaan onder:

Een lid ontvangt voor zijn werkzaamheden een vergoeding per vergadering.

De vergoeding, bedoeld in artikel 2, wordt bij ministeriële regeling voor elk adviescollege vastgesteld en bedraagt voor een voorzitter ten hoogste € 254,12 en voor een ander lid ten hoogste € 190,59.

De leden hebben overeenkomstig het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland recht op vergoeding wegens reis- en verblijfkosten.

Dit besluit is niet van toepassing op leden van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, bedoeld in artikel 1 van de Instellingswet W.R.R.

Wijzigt het Vacatiegeldenbesluit 1988.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1997.

Dit besluit wordt aangehaald als: Vergoedingenbesluit adviescolleges.