Regeling · BWBR0008392

Besluit biotechnologie bij dieren

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 9 december 1996, houdende regelen ter zake van vergunningen voor biotechnologische handelingen bij dieren en ter zake van de Commissie biotechnologie bij dieren (Besluit biotechnologie bij dieren)Besluit biotechnologie bij dierenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 13 oktober 1994, nr. J.9415178, Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken, gedaan in overeenstemming met de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op de artikelen 69 en 70 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

De Raad van State gehoord (advies van 28 maart 1995, No. W11.94.0629.);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 3 december 1996, nr. J. 9611420, Directie Juridische Zaken, uitgebracht in overeenstemming met de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage9 december 1996Beatrix De Minister Van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,J. J. van Aartsende tiende januari 1997De Minister van Justitie,W. Sorgdrager

In dit besluit wordt verstaan onder:

De leden wijzen uit hun midden een plaatsvervangend voorzitter aan.

De commissie besluit bij meerderheid van stemmen. Bij het staken der stemmen beslist de stem van de voorzitter. De leden kunnen desgewenst een minderheidsstandpunt aan het advies toevoegen.

De commissie houdt de op haar adviezen betrekking hebbende voorbereidende stukken ter beschikking van Onze Minister.

Telkens binnen een termijn van vier jaar brengt de commissie een rapport uit aan Onze Minister, waarin de taakvervulling van de commissie aan een onderzoek wordt onderworpen en voorstellen kunnen worden gedaan voor gewenste veranderingen.

Geen vergunning, als bedoeld in artikel 66, eerste lid, van de wet, wordt verleend voor handelingen met betrekking tot dieren of dierlijke embryo’s, indien die handelingen of toepassingen daarvan niet zijn gericht op doeleinden van algemeen maatschappelijk belang.

Onze Minister zendt in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport binnen drie jaar na de inwerkingtreding van dit besluit aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit in de praktijk.

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Laatstbedoeld besluit wordt niet genomen voordat vier weken zijn verstreken nadat het onderhavige besluit is voorgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal, en evenmin indien binnen die termijn door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat de inwerkingtreding van dit besluit bij wet wordt geregeld.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit biotechnologie bij dieren.