Ministeriële regeling · BWBR0008415
Regeling houdende nadere regels ten aanzien van liften
Handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken;
Gelet op de artikelen 4, vijfde en zesde lid, 5, derde lid, 11, eerste lid, 12, eerste lid, eerste zin, en 19 van de Wet op de gevaarlijke werktuigen en artikel 23, derde lid, van het Besluit liften;
Besluit:
’s-Gravenhage12 december 1996DeStaatssecretarisvoornoemd, F.H.G. deGraveIn deze regeling wordt verstaan onder:
a. het besluit:het Besluit liften;
b. lift, veiligheidscomponenten, keuringsinstantie, richtlijn en wet:hetgeen het besluit daaronder verstaat.
Als certificaat van goedkeuring als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet worden aangemerkt het in bijlage V van de richtlijn genoemde certificaat van EG-typeonderzoek, de in bijlage VI van de richtlijn genoemde verklaring van eindcontrole en het in bijlage X van de richtlijn genoemde certificaat van overeenstemming.
Als merk van goedkeuring als bedoeld in artikel 4 van de wet wordt aangemerkt de in artikel 15 van het besluit genoemde CE-markering.
Met het in het eerste lid genoemde certificaat van goedkeuring worden gelijkgesteld het in het buitenland afgegeven certificaat van EG-typeonderzoek, de in het buitenland afgegeven verklaring van eindcontrole en het in het buitenland afgegeven certificaat van overeenstemming.
Met het in het tweede lid genoemde merk van goedkeuring wordt gelijkgesteld een in het buitenland aangebrachte CE-markering.
De in artikel 15 van het besluit genoemde CE-markering voldoet aan de voorschriften van artikel 10 van de richtlijn en wordt op de daar omschreven wijze aangebracht.
De dossiers en de briefwisseling die betrekking hebben op de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures als bedoeld in het besluit worden gesteld in de Nederlandse taal, of in een andere door de keuringsinstantie aanvaarde taal.
Als bevoegd tot het aanbrengen van de CE-markering op liften en veiligheidscomponenten worden ingevolge artikel 5, derde lid, van de wet verklaard de in Nederland gevestigde fabrikant van de liften of veiligingscomponenten, alsmede de in Nederland gevestigde gemachtigde van de niet in Nederland gevestigde fabrikant of, bij ontstentenis daarvan, degene die verantwoordelijk is voor het in de handel brengen van de lift of veiligheidscomponent.
Aan de in het eerste lid bedoelde bevoegdverklaring worden de volgende voorwaarden verbonden:
- a.
De fabrikant of één der andere in het eerste lid genoemde personen neemt bij het beoordelen van de overeenstemming en het aanbrengen van merktekens de bij of krachtens de wet en het besluit gestelde regels in acht.
- b.
De fabrikant of één der andere in het eerste lid genoemde personen verschaft aan de algemeen directeur van de Arbeidsinspectie op diens verzoek alle in artikel 3, tweede lid, bedoelde bescheiden.
Als ambtenaar, die ingevolge artikel 11 van de wet bevoegd is tot het verlenen van ontheffing van het bij of krachtens de wet bepaalde, wordt, ten aanzien van liften en veiligheidscomponenten die gebruikt worden in de bij een mijn behorende bovengronds gelegen werken en inrichtingen, die zijn aangewezen krachtens artikel 9, eerste lid, onder a, van de Mijnwet 1903, aangewezen de Inspecteur-Generaal der Mijnen.
De vergoeding voor het uitvoeren van werkzaamheden met betrekking tot liften en veiligheidscomponenten door de keuringsinstantie bedraagt ten hoogste € 160 exclusief BTW per uur, daarbij de reis-, verblijfkosten of andere met de keuring verband houdende kosten niet inbegrepen.
Het merk van afkeuring van liften of veiligheidscomponenten bestaat uit een metalen plaat waarop duidelijk en onuitwisbaar vermeld is:
Schaal 1:1
Het merk van afkeuring wordt door middel van stevig metaaldraad en een loodzegel aan de lift of de veiligheidscomponent bevestigd.
Verzegeling van een lift vindt plaats door het aanbrengen van één of meer zegels op zodanige wijze, dat zonder verbreking, opheffing of beschadiging van die zegels de lift niet kan worden gebruikt.
Een certificaat van goedkeuring als bedoeld in artikel 17 van het besluit verliest zijn geldigheid twaalf maanden na de datum van de eerste keuring, op grond waarvan het certificaat is afgegeven en vervolgens telkens achttien maanden na afloop van de geldigheidstermijn van het vorige certificaat, met dien verstande dat, indien buiten toedoen van de lifthouder niet tijdig kan worden gekeurd, het certificaat zijn geldigheid behoudt gedurende ten hoogste vier maanden na afloop van de termijn waarvoor het is afgegeven.
De regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 juni 1987, nr. DGA/WJZ/87/6865A, ter uitvoering van de EEG-richtlijnen 84/528/EEG en 84/529/EEG (Stcrt. 124)1, wordt ingetrokken.
Wijzigt de Wet op de gevaarlijke werktuigen en het Liftenbesluit I (Stcrt. 168)
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 1997, met uitzondering van de artikelen 10 en 11, die in werking treden met ingang van 1 juli 1999.