Beleidsregel · BWBR0008446

Beleidsregels benoemingen Raad voor cultuur

Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregels benoemingen Raad voor cultuurBeleidsregels benoemingen Raad voor cultuurDe Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Overwegende dat het wenselijk is beleidsregels vast te stellen met betrekking tot de wijze waarop de voordrachten door de Minister aan de Kroon tot benoeming van leden van de Raad voor cultuur tot stand komen alsmede met betrekking tot de wijze waarop de benoeming van commissieleden van die Raad tot stand komen, en voorts dat het wenselijk is in dat verband een benoemingenadviescommissie in te stellen;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, A.Nuis

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.de Minister:

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;

b.de wet:

de Wet op het specifiek cultuurbeleid;

c.de Raad:

de Raad voor cultuur, bedoeld in artikel 2a van de wet;

d. de benoemingenadviescommissie:

de benoemingenadviescommissie, bedoeld in artikel 8.

Vervallen

In geval van een vacature in de Raad vraagt de Minister eerst aan de Raad een profiel voor de in te vullen vacature en daarna vraagt hij aan de benoemingenadviescommissie een voorstel te doen voor de vervulling van die vacature.

Bij een voorstel voor de vervulling van een vacature geeft de benoemingenadviescommissie in ieder geval aan op welke wijze rekening is gehouden met:

Alvorens de Minister op basis van het voorstel van de benoemingenadvies-commissie een voordracht voor een benoeming aan de Kroon doet, kan hij de Raad over de voordracht horen.

Indien de Raad van mening is dat voor de voorbereiding van een advies door een vaste of tijdelijke commissie als bedoeld in artikel 2c van de wet een specifieke deskundigheid is vereist die nog niet in voldoende mate in de betreffende commissie aanwezig is, kan de Raad de Minister voorstellen doen voor de benoeming van leden van de Raad of andere personen, die beschikken over de gewenste deskundigheid, tot lid van de betreffende commissie.

De Minister kan over een voorstel als bedoeld in artikel 5 advies vragen aan de benoemingenadviescommissie.

In een advies als bedoeld in artikel 6 geeft de benoemingenadviescommissie in ieder geval aan of bij het voorstel in voldoende mate rekening is gehouden met het streven naar:

De benoemingenadviescommissie regelt zelf haar werkwijze.

De Minister voegt aan de benoemingenadviescommissie een secretaris toe.

Vervallen

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels benoemingen Raad voor cultuur.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 20 november 1996.