U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 12-11-1999.

Ministeriële regeling · BWBR0008533

Regeling IBC-Code

Wijzigingen Officiële bron
Regeling, houdende voorschriften voor chemicaliëntankschepen, gebouwd op of na 1 juli 1986Regeling IBC-CodeDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 8, tweede lid, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen, en de artikelen 13, tweede lid, en 15 van het Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen;

Besluit:

’s-Gravenhage3 februari 1997De Minister van Verkeer en Waterstaat, A.Jorritsma-Lebbink

Op het onderzoek en de certificering van chemicaliëntankschepen zijn de artikelen 10 en 11, tweede en vierde lid, van het besluit van overeenkomstige toepassing.

In aanvulling op de voorschriften in hoofdstuk 10 van de IBC-Code wordt tevens voldaan aan de van toepassing zijnde aanbevelingen voor elektrische installaties, gepubliceerd door de Internationale Elektrotechnische Commissie (IEC), zoals omschreven in de Bekendmaking aan de Scheepvaart van 7 oktober 1986, nr. 204/1986, houdende nadere regels voor elektrische installaties (Stcrt. 199).

De voetnoot waaraan in lid 3.3.4, van hoofdstuk 3, van de IBC-Code wordt gerefereerd wordt gelezen als volgt:

Verwezen wordt naar de ’Recommendation on Safe Access to and Working in Large Tanks’ (Resolutie A.272(VIII), zoals geamendeerd door Resolutie A.330 (IX)) die is verwerkt in de Bekendmaking aan de Scheepvaart van 20 juli 1982, nr. 175/1982, betreffende de veilige toegang tot tanks op tankschepen (Stcrt. 149).

Het bepaalde in lid 11.2.1.2, van hoofdstuk 11, van de IBC-Code is uitsluitend toegestaan op chemicaliëntankschepen gebouwd voor 1 januari 1993, waarbij bovendien het gebruik van Halon 2402 niet is toegestaan.

In aanvulling op lid 13.2.3, van hoofdstuk 13, van de IBC-Code is, indien de bedoelde ontheffing wordt verleend, een aanvullende hoeveelheid perslucht aan boord en wordt op het certificaat een aantekening gemaakt waarin de aandacht wordt gevestigd op het bepaalde in de leden 14.2.4, van hoofdstuk 14, en 16.4.2.2, van hoofdstuk 16, van de IBC-Code.

In plaats van het bepaalde in lid 14.2.10, van hoofdstuk 14, van de IBC-Code wordt gelezen:

Aan dek zijn op duidelijk aangegeven plaatsen een of meer ringdouches, alsmede middelen voor het spoelen van de ogen, aanwezig. De douches, voorzien van een bediening door middel van een voetpedaal, zijn aangesloten op de zoetwaterleiding en zijn tijdens het laden en lossen voor onmiddellijk gebruik gereed. De ringdouches en de middelen voor het spoelen van de ogen zijn onder alle weersomstandigheden te gebruiken. De middelen voor het spoelen van de ogen moeten ten genoegen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie worden uitgevoerd.

De in lid 15.8.30, van hoofdstuk 15, van de IBC-Code bedoelde afstandbedienbare afsluiter behoeft slechts te zijn aangebracht indien daadwerkelijk propyleenoxide zal worden vervoerd.

In aanvulling op de operationele voorschriften van de IBC-Code:

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 1997.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling IBC-Code. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlage, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken, Bordewijkstraat 4 te Rijswijk, en bij de Scheepvaartinspectie, ’s-Gravenweg 665 te Rotterdam.