U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 20-02-2003.

Ministeriële regeling · BWBR0008540

Regeling geluidwerende voorzieningen 1997

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat en van de Staatssecretaris van Defensie van 6 februari 1997, DGRLD/VI/L 97.710034, inzake het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen binnen geluidszones rond luchtvaartterreinen Regeling geluidwerende voorzieningen 1997De Minister van Verkeer en Waterstaat en de Staatssecretaris van Defensie,

handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelet op artikel 26b van de Luchtvaartwet;

Besluiten:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage6 februari 1997De Minister van Verkeer en Waterstaat, A.Jorritsma-LebbinkDe Staatssecretaris van Defensie,J.C.Gmelich Meijling

Geluidwerende voorzieningen worden niet aangebracht aan de in artikel 2, eerste lid, bedoelde woningen, wanneer ten tijde van de bekendmaking van het isolatieprogramma, bedoeld in artikel 10, eerste lid:

Geluidwerende voorzieningen worden niet aangebracht aan de in artikel 2, tweede lid, bedoelde woningen, wanneer ten tijde van de bekendmaking van het isolatieprogramma, bedoeld in artikel 13, eerste lid:

Indien de kosten van het aanbod, bedoeld in artikel 12, derde lid, hoger zijn dan de kosten bedoeld in artikel 11, vierde lid, onder d, wordt niet tot het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen overgegaan, tenzij de eigenaar van de woning het verschil voor zijn rekening neemt.

Indien de kosten van het aanbod, bedoeld in artikel 15, derde lid, hoger zijn dan de kosten bedoeld in artikel 14, vierde lid, onder d, wordt niet tot het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen overgegaan, tenzij de eigenaar van de woning het verschil voor zijn rekening neemt.

Indien anders dan met toepassing van deze regeling aan een in artikel 2, eerste lid, bedoelde geluidsgevoelige ruimte, alsmede een in artikel 2, tweede lid, bedoelde slaapkamer geluidwerende voorzieningen zijn aangebracht, wordt geen vergoeding voor het aanbrengen van die voorzieningen toegekend.

In het aanbod, bedoeld in artikel 12, tweede lid, en artikel 15, tweede lid, dan wel in een afzonderlijk voorstel voor een overeenkomst, wordt een bepaling opgenomen dat indien de woning of het andere geluidsgevoelige gebouw waaraan op ’s rijks kosten geluidwerende voorzieningen zijn aangebracht, naderhand door het rijk in eigendom wordt verworven, de door het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen toegenomen marktwaarde op de koopprijs in mindering wordt gebracht. Het in mindering te brengen bedrag wordt verlaagd met ééntiende gedeelte daarvan voor elk jaar dat is verstreken na het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen.

De minister kan een vergoeding toekennen aan de natuurlijke of rechtspersoon die deze regeling krachtens een daartoe met de minister gesloten overeenkomst uitvoert.

De Regeling geluidwerende voorzieningen wordt ingetrokken.

De Regeling geluidwerende voorzieningen blijft van toepassing op een aanbod tot het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen dat is aanvaard vóór de datum van inwerkingtreding van deze regeling, alsmede op een isolatieprogramma waarvoor de opdracht tot het doen uitvoeren van het akoestisch en bouwtechnisch onderzoek is verleend.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling geluidwerende voorzieningen 1997.

Voor toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:

K wordt berekend volgens:

K=T*W (1)

T wordt berekend volgens:

T=0,045*G(A)-0,8 (2)

W wordt bepaald door middel van berekening conform de berekeningsmethodiek die is aangegeven in paragraaf 3.1 van het rapport ’Methodiek en criteria voor de toetsing van isolatiekosten in relatie tot de opstal opnieuw bezien’, nr. 685/90790/R001 d.d. juli 1988 van adviesbureau Heidemij BV en de in de paragrafen 5.2, 5.3 en 5.5 van genoemd rapport opgenomen woningparameters en correctiefactoren.

Indien er sprake is van een uit akoestisch oogpunt lichte bouwkundige constructie, kan W worden bepaald door middel van taxatie. In dat geval wordt de taxatie verricht door een door de minister aan te wijzen beëdigd taxateur. Als uitgangspunt voor taxatie geldt de waarde van de woning in het economisch verkeer, beperkt tot de waarde van de opstallen met een geluidsgevoelige bestemming en exclusief de grond.

Indien I <= K, dan is de woning isoleerbaar;

indien I < K, dan is de woning niet isoleerbaar.

CL wordt per onderdeel j van de uitwendige scheidingsconstructie per procedure m bepaald uit:

CL =LAeq(1)-LAeq(2)(1)

waarbij :

LAeq(1) = de LAeq geluidsbelasting in dB(A), als bedoeld in artikel 6, tweede lid, voor procedure m;

LAeq(2) = de LAeq geluidsbelasting in dB(A), berekend conform de ingevolge artikel 25g van de Luchtvaartwet vastgestelde Regeling berekening nachtelijke geluidsbelasting, met mede-integratie van de hoekafhankelijke geluidwering φαßm , voor procedure m en onderdeel j;