U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-10-2010.

Ministeriële regeling · BWBR0008540

Regeling geluidwerende voorzieningen 1997

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat en van de Staatssecretaris van Defensie van 6 februari 1997, DGRLD/VI/L 97.710034, inzake het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen binnen geluidszones rond luchtvaartterreinen Regeling geluidwerende voorzieningen 1997De Minister van Verkeer en Waterstaat en de Staatssecretaris van Defensie,

handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelet op artikel 26b van de Luchtvaartwet;

Besluiten:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage6 februari 1997De Minister van Verkeer en Waterstaat, A.Jorritsma-LebbinkDe Staatssecretaris van Defensie,J.C.Gmelich Meijling

Geluidwerende voorzieningen worden niet aangebracht aan de in artikel 2, eerste lid, bedoelde woningen, wanneer ten tijde van de bekendmaking van het isolatieprogramma, bedoeld in artikel 12, eerste lid:

Geluidwerende voorzieningen worden niet aangebracht aan de in artikel 2, tweede lid, bedoelde woningen, wanneer ten tijde van de bekendmaking van het isolatieprogramma, bedoeld in artikel 15, eerste lid:

Indien de kosten van het aanbod, bedoeld in artikel 14, derde lid, hoger zijn dan de kosten bedoeld in artikel 13, derde lid, onderdeel d, wordt niet tot het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen overgegaan, tenzij de eigenaar van de woning het verschil voor zijn rekening neemt.

Indien uit het onderzoek blijkt dat:

Indien de kosten van het aanbod, bedoeld in artikel 17, derde lid, hoger zijn dan de kosten, bedoeld in artikel 16, derde lid, onderdeel d, wordt niet tot het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen overgegaan, tenzij de eigenaar van de woning het verschil voor zijn rekening neemt.

Indien anders dan met toepassing van deze regeling aan een in artikel 2, eerste lid, bedoelde geluidsgevoelige ruimte, alsmede een in artikel 2, tweede lid, bedoelde slaapkamer geluidwerende voorzieningen zijn aangebracht, wordt geen vergoeding voor het aanbrengen van die voorzieningen toegekend.

In het aanbod, bedoeld in artikel 14, tweede lid, en artikel 17, tweede lid, dan wel in een afzonderlijk voorstel voor een overeenkomst, wordt een bepaling opgenomen dat indien de woning of het andere geluidsgevoelige gebouw waaraan op ’s rijks kosten geluidwerende voorzieningen zijn aangebracht, naderhand door het Rijk in eigendom wordt verworven, de door het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen toegenomen marktwaarde op de koopprijs in mindering wordt gebracht. Het in mindering te brengen bedrag wordt verlaagd met ééntiende gedeelte daarvan voor elk jaar dat is verstreken na het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen.

De minister kan een vergoeding toekennen aan de natuurlijke of rechtspersoon die deze regeling geheel of gedeeltelijk krachtens een daartoe met de minister gesloten overeenkomst uitvoert.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling geluidwerende voorzieningen 1997.

Voor toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:

K wordt berekend volgens:

K=T*W (1)

T wordt berekend volgens:

T=0,045*G(A)-0,8 (2)

W wordt bepaald door middel van berekening conform de berekeningsmethodiek die is aangegeven in paragraaf 3.1 van het rapport ’Methodiek en criteria voor de toetsing van isolatiekosten in relatie tot de opstal opnieuw bezien’, nr. 685/90790/R001 d.d. juli 1988 van adviesbureau Heidemij BV en de in de paragrafen 5.2, 5.3 en 5.5 van genoemd rapport opgenomen woningparameters en correctiefactoren.

Indien er sprake is van een uit akoestisch oogpunt lichte bouwkundige constructie, kan W worden bepaald door middel van taxatie. In dat geval wordt de taxatie verricht door een door de minister aan te wijzen beëdigd taxateur. Als uitgangspunt voor taxatie geldt de waarde van de woning in het economisch verkeer, beperkt tot de waarde van de opstallen met een geluidsgevoelige bestemming en exclusief de grond.

Indien I <= K, dan is de woning isoleerbaar;

indien I < K, dan is de woning niet isoleerbaar.

De in het rapport genoemde prijzen per kubieke meter worden jaarlijks geactualiseerd.

1. De bepaling van de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie, bedoeld in de artikelen 2, 19, 20 en 22 van de regeling, vindt plaats door middel van berekeningen dan wel door middel van metingen.

2. De berekeningen en metingen vinden plaats voor de octaafbanden met de middenfrequenties 125 Hz, 250 Hz, 500 Hz, 1000 Hz en 2000 Hz.

3. Bij de berekeningen wordt uitgegaan van de situatie zoals die voor een bepaling door metingen van de geluidwering volgens dit voorschrift van toepassing zijn.

1. Voor de toepassing van artikel 19 van de regeling, wordt bij de in artikel 1, eerste lid, bedoelde berekeningen en metingen, uitgegaan van de herleidingswaarden Ci volgens het standaard referentiespectrum voor luchtvaartgeluid, zoals opgenomen in tabel 6 van de NEN- 5077.

2. Voor de toepassing van artikel 20 van de regeling, wordt bij de in artikel 1, eerste lid, bedoelde berekeningen en metingen, onderscheid gemaakt tussen de geluidwering voor startend en landend vliegverkeer. Hierbij wordt uitgegaan van de herleidingswaarden Ci volgens het spectrum voor startend en landend vliegverkeer, zoals opgenomen in onderstaande tabel:

3. Indien, naar het oordeel van de Minister het spectrum van het luchtvaartgeluid buiten de woning of het ander geluidsgevoelig gebouw sterk afwijkt van het in het eerste respectievelijk tweede lid bedoelde spectrum, worden de dienovereenkomstige herleidingswaarden Ci in de plaats gesteld van de in het eerste respectievelijk tweede lid bedoelde waarden.

4. Bij de in artikel 1, eerste lid, bedoelde berekeningen en metingen, worden afscherming en reflectie verdisconteerd door toepassing van de correctiefactor CL, zoals opgenomen met betrekking tot de geluidsbelasting in Ke in artikel 3, eerste en tweede lid, en met betrekking tot de LAeq geluidsbelasting in dB(A) in artikel 3, derde lid.

1. Voor de toepassing van artikel 19 van de regeling, worden, indien bij meerdere geluidbelaste onderdelen van de uitwendige scheidingsconstructie deze onderdelen niet gelijktijdig door een vliegtuig direct aangestraald kunnen worden, voor de correctiefactor CL de volgende waarden gehanteerd:

De geluidwering (GA) van de uitwendige scheidingsconstructie is de laagste van de te berekenen geluidwering bij mogelijke combinaties van direct en niet direct aangestraalde onderdelen van de uitwendige scheidingsconstructie.

2. Voor de toepassing van artikel 19 van de regeling, wordt voor het onderdeel van de uitwendige scheidingsconstructie dat het verst van het gemiddelde grondpad is verwijderd, CL = 8 dB gehanteerd, indien de hoek tussen het onderdeel van de uitwendige scheidingsconstructie en het gemiddelde grondpad kleiner is dan 30°.

3. Voor de toepassing van artikel 20 van de regeling, wordt een correctiefactor CL toegepast ten gevolge van de hoekafhankelijkheid van de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie, φαßm. φαßm is afhankelijk van de momentane vliegtuigpositie die wordt beschreven door de hoeken α en ß. De horizontale hoek α is gedefinieerd als de hoek tussen de normaal op het onderdeel van de uitwendige scheidingsconstructie en de verbindingslijn tussen het middelpunt van het onderdeel van de uitwendige scheidingsconstructie in het referentievlak en de projectie van de vliegtuigpositie op het referentievlak. De verticale hoek ß is gedefinieerd als de hoek tussen de verbindingslijn tussen het middelpunt van het onderdeel van de uitwendige scheidingsconstructie in het referentievlak en de vliegtuigpositie en de verbindingslijn tussen het middelpunt van het onderdeel van de uitwendige scheidingsconstructie in het referentievlak en de projectie van de vliegtuigpositie op het referentievlak. φαßm wordt op grond van metingen of berekeningen per luchtvaartterrein vastgesteld.

CL wordt per onderdeel j van de uitwendige scheidingsconstructie per procedure m bepaald uit:

CL=LAeq(1)-LAeq(2)(1)

waarbij :

LAeq(1) = de LAeq geluidsbelasting in dB(A), als bedoeld in artikel 6, tweede lid, voor procedure m;

LAeq(2) = de LAeq geluidsbelasting in dB(A), berekend conform de ingevolge artikel 25g van de Luchtvaartwet vastgestelde Regeling berekening nachtelijke geluidsbelasting, met mede-integratie van de hoekafhankelijke geluidwering φαßm, voor procedure m en onderdeel j.

De geluidwering (GA) van de uitwendige scheidingsconstructie wordt bepaald overeenkomstig NEN 5077.

1. De geluidwering (GA) van de uitwendige scheidingsconstructie wordt berekend uit de partiële geluidwering Gi in octaafbanden volgens hoofdstuk 5 van NEN 5077 voor het relevante referentiespectrum.

2. De partiële geluidwering wordt bepaald uit het genormeerd geluiddrukniveauverschil van de uitwendige schedingsconstructie D2m,nT,i en de herleidingsterm voor gevelreflectie Cr voor het constructie-onderdeel met de hoogste geluidbelasting volgens:

Gi = D2m,nT,i – Cr

waarin Cr volgt uit tabel 3 van NEN 5077.

3. Het genormeerd geluiddrukniveauverschil van de gevel, D2m,nT,i, wordt bepaald uit het genormeerd geluiddrukniveauverschil per constructie-onderdeel, D2m,nT,i,j, en de herleidingsterm voor de variatie in geluidbelasting CL,j voor het betreffende constructie-onderdeel volgens de formule:

D2m,nT,i = –10 lg SOM(j=1 tot N) 10–(D2m,nT,i,j+CL,j)/10

waarin CL,j volgt uit artikel 3 van deze regeling.

4. Het genormeerd geluiddrukniveauverschil D2m,nT,i,j. wordt per constructie-onderdeel berekend volgens NEN-EN 12354-3, waarbij de invulling van de rekenmethode die in de annexen B, C en D wordt gegeven als een integraal onderdeel van de methode wordt beschouwd.

5. Ten aanzien van de te hanteren invoergegevens voor de berekeningen zijn de aanwijzingen in NEN-EN 12354-3 annexen B, C en D van toepassing. Indien hiervan afwijkenden waarden als invoergegeven worden toegepast, worden die afwijkingen nader gemotiveerd.

1. De LAeq geluidsbelasting in dB(A) binnen een slaapkamer, bedoeld in artikel 20 van de regeling, wordt als volgt berekend:

waarin:

2. De LAeq geluidsbelasting in dB(A) buiten de woning of het ziekenhuis, verpleeghuis of ander gezondheidszorggebouw voor startend en landend vliegverkeer wordt berekend overeenkomstig de Regeling berekening nachtelijke geluidsbelasting, waarbij de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie onderscheiden naar startend en landend vliegverkeer, Lgevel,m, gelijk wordt gesteld aan 0 dB(A).