Ministeriële regeling · BWBR0008567
Regeling typering gasgevoede motorrijtuigen luchtverontreiniging
Gelet op artikel 1, derde lid, van het Besluit typekeuring motorrijtuigen luchtverontreiniging;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage24 februari 1997 De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Margaretha deBoerMotorrijtuigen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van het Besluit typekeuring motorrijtuigen luchtverontreiniging behoren tot eenzelfde type indien:
- a.
zij behoren tot een categorie met een cilinderinhoud die gelijk is aan of kleiner is dan die waartoe het exemplaar behoort dat ter typekeuring is aangeboden, en
- b.
het gebruikte systeem van uitworpbeperkende technieken dezelfde werking heeft als dat van het exemplaar dat ter typekeuring is aangeboden.
Motorrijtuigen als bedoeld in het eerste lid die zijn uitgerust met een gassysteem dat voldoet aan de bijlage bij artikel 3 van de Regeling keuringsvoorschriften motorrijtuigen luchtverontreiniging, behoren tot eenzelfde type indien zij zijn uitgerust met hetzelfde gassysteem en behoren tot hetzelfde merk als het exemplaar dat ter typekeuring is aangeboden.
Voor de toepassing van artikel 1, eerste lid, onder a, worden categorieën onderscheiden als bedoeld in richtlijn nr. 88/76/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 3 december 1987 tot wijziging van Richtlijn 70/220/EEG inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten met betrekking tot maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen (PbEG L 36).
Voor de toepassing van artikel 1, eerste lid, onder b, wordt onderscheid gemaakt tussen drie systemen, te weten:
- a.
een katalysator met electronisch geregelde mengselbereiding met zuurstofsensor;
- b.
een katalysator zonder electronisch geregelde mengselbereiding en zonder zuurstofsensor;
- c.
andere systemen zonder katalysator.
Voor de toepassing van artikel 1, tweede lid, is sprake van hetzelfde gassysteem indien de volgende kenmerken overeenstemmen:
- a.
de fabrikant;
- b.
de wijze waarop de juiste hoeveelheid brandstof aan de verbrandingslucht wordt toegevoerd;
- c.
de brandstofsoort.
Voor de toepassing van het eerste lid, onder b, wordt het volgende onderscheid gemaakt:
a. carburatie:methode van brandstof-dosering waarbij de brandstof door middel van een venturi in het inlaatkanaal van de motor met de verbrandingslucht wordt gemengd, en waarbij de onderdruk, die ten gevolge van de stroming van de inlaatlucht in de venturi ontstaat, maatgevend is voor de hoeveelheid toegevoerde brandstof;
b. inspuiting:methode van brandstofdosering waarbij de brandstof onder overdruk door middel van injectoren in het inlaatkanaal van de motor met de verbrandingslucht wordt gemengd, en waarbij de hoeveelheid toegevoerde brandstof wordt bepaald door middel van sensoren.
Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt het volgende onderscheid gemaakt:
a. natte inspuiting:methode van brandstofdosering door middel van injectoren, waarbij brandstof in de vloeibare fase wordt ingespoten;
b.droge inspuiting:methode van brandstofdosering door middel van injectoren, waarbij brandstof in de gasvormige fase wordt ingespoten;
c. monopoint inspuiting:methode van brandstofdosering waarbij de brandstof door middel van één centrale injector in het inlaatkanaal van de motor wordt ingespoten;
d.multipoint inspuiting:methode van brandstofdosering waarbij de brandstof door middel van meerdere injectoren wordt ingespoten.
Een typekeuring wordt op verzoek van de aanvrager van de typekeuring uitgebreid tot de door hem opgegeven typen.
Het besluit van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 18 juni 1990, nr. 1560010, Stcrt. 123, wordt ingetrokken.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling typering gasgevoede motorrijtuigen luchtverontreiniging.