Wijzigingen Officiële bron
Regeling indeling van het bedrijfs- en beroepsleven in sectorenRegeling indeling van het bedrijfs- en beroepsleven in sectorenDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelet op artikel 51, eerste lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatsscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage25 februari 1997De Staatssecretaris van Sociale Zaken en WerkgelegenheidF.H.G. deGrave

Het bedrijfs- en beroepsleven wordt verdeeld in de volgende sectoren, elk omvattende één of meer takken van bedrijf of beroep of gedeelten daarvan, zoals aangegeven in de bij deze regeling behorende bijlage:

Tot elke sector van het bedrijfs- en beroepsleven worden gerekend de werkzaamheden, verricht in de takken van bedrijf of beroep of gedeelten daarvan, welke in de bij deze regeling behorende bijlage zijn vermeld. Werkzaamheden die een overheidswerkgever als bedoeld in artikel 1, onderdeel k van de Werkloosheidswet als werkgever doet verrichten, worden gerekend tot een van de sectoren 61 tot en met 66.

Werkzaamheden, verricht in takken van bedrijf en beroep, welke niet in de bijlage bij deze regeling zijn vermeld, worden geacht te behoren tot een sector van het bedrijfs- en beroepsleven, waartoe takken van bedrijf en beroep behoren, waarin werkzaamheden worden verricht, welke naar de aard het meest met de eerstbedoelde werkzaamheden overeenkomen.

Indien het bij koninklijke boodschap van 9 september 1996 ingediende voorstel van wet (Organisatiewet sociale verzekeringen 1997, Kamerstukken II 1996/97, 24877) tot wet wordt verheven en in werking treedt, treedt deze regeling op hetzelfde tijdstip in werking.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling indeling van het bedrijfs- en beroepsleven in sectoren.

De baggerbedrijven, inclusief de rijswerkersbedrijven en de zand- en grindwinning.

Gedetailleerde omschrijving van de metaalindustrie:

Onder vervaardigen, als bedoeld onder I en II, wordt eveneens verstaan het assembleren, monteren en samenstellen uit van derden betrokken onderdelen. Waar in deze omschrijving staat: mits in de betrokken ondernemingen in de regel tenminste 30 werknemers werkzaam zijn dient daarvoor in de plaats te rekenen van 1 januari 1985 te worden gelezen: mits in de betrokken onderneming, rekening houdende met het in de bedrijfstak geldende normale aantal arbeidsuren, in de regel gedurende ten minste 1200 uren per week door bij die onderneming in dienst zijnde werknemers werkzaamheden worden verricht.

Tot de elektrotechnische industrie behoort, mits in de betrokken ondernemingen in de regel ten minste 30 werknemers werkzaam zijn met uitzondering van het elektrotechnische installateursbedrijf (voor zover niet betreffende het elektrotechnische scheepsinstallatiebedrijf), het radio- en televisieïnstallateurs- en reparateursbedrijf, het neoninstallateursbedrijf en het elektrotechnische nettenbouwbedrijf : het bedrijf van vervaardigen en/of herstellen van apparaten, installaties, stoffen, toestellen, voorwerpen, e.d., die elektrische energie of haar componenten afgeven, bewaren, gebruiken, meten, omzetten, overbrengen, schakelen, transformeren, verbruiken, verdelen, voortbrengen of waarneembaar maken, zoals:

Onder vervaardigen wordt eveneens verstaan het assembleren, monteren en samenstellen uit van derden betrokken onderdelen. Waar in deze omschrijving staat: mits in de betrokken ondernemingen in de regel ten minste 30 werknemers werkzaam zijn dient daarvoor in de plaats te rekenen van 1 januari 1985 te worden gelezen: mits in de betrokken onderneming, rekening houdende met het in de bedrijfstak geldende normale aantal arbeidsuren, in de regel gedurende ten minste 1200 uren per week door bij die onderneming in dienst zijnde werknemers werkzaamheden worden verricht.

Hier worden bedoeld schoonmaakbedrijven, glazenwassersbedrijven, gevelreinigingsbedrijven e.d.

Werkgevers die postzendingen verzorgen, als bedoeld in artikel 1 van de Postwet

23. Bureaus voor beroepskeuze en psychotechnische adviesbureaus.

24. Kerkgenootschappen.

25. Kloosterorden.

26. Congregaties.

27. Zending.

28. Missie.

29. Instellingen en inrichtingen, welke in hoofdzaak één of meer der navolgende doeleinden nastreven:

30. Kinderbewaarplaatsen.

31. Crèches.

32. Consultatiebureaus voor maatschappelijke zorg.

33. Rusthuizen.

34. Het exploiteren van begraafplaatsen en crematoria.

1.Groothandel in bouwmaterialen

2. Groothandel in technische producten en metalen.

3. Bandengroothandel.

het dakdekkersbedrijf voor zover worden verwerkt bitumen, asfalt en kunststofmaterialen

het mortelbedrijf voor zover het betreft natte mortel

Overheidsinstellingen, welke qua activiteiten niet zijn te rangschikken onder de hiervoor vermelde overheidssectoren.

Instellingen of diensten die zich bezighouden met de feitelijke uitvoering van:

Het (doen) uitvoeren van werkzaamheden aangaande het (aan)leggen van een verdicht ballastbed, dwarsliggers en rails op bouwrijp gemaakte spoordijken, spoorbruggen, viaducten en tunnels, alsmede het verrichten van herstel en onderhoud (operationeel beheer) aan genoemde railstructuren, alsmede de verhuur met bemanning van specifiek groot materieel ten behoeve van deze werkzaamheden.