Ministeriële regeling · BWBR0008726
Regeling bewapeningsvoorschriften niet-Nederlandse politie en openbare dienst
Gelet op de artikelen 3a, tweede, derde en vierde lid, 14, eerste lid, 22, eerste lid, 26, eerste lid, en 27 eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
Besluiten:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag9 juni 1997 De Minister van Justitie, W.Sorgdrager De Minister van Binnenlandse Zaken, H.F.DijkstalDe artikelen 14, eerste lid, 22, eerste lid, en 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie zijn niet van toepassing op niet-Nederlandse politie, en op personen die daarvan deel uitmaken of daarvoor werkzaam zijn, indien en voor zover de Minister van Justitie een bewapeningsvoorschrift heeft gegeven. Aan een bewapeningsvoorschrift kunnen voorwaarden en beperkingen worden verbonden.
De artikelen 14, eerste lid, 22, eerste lid, en 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie zijn niet van toepassing op de niet-Nederlandse openbare dienst en op personen die daarvan deel uitmaken of daarvoor werkzaam zijn, indien en voor zover de Minister van Justitie een bewapeningsvoorschrift heeft gegeven. Aan een bewapeningsvoorschrift kunnen voorwaarden en beperkingen worden verbonden.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling kan worden aangehaald als Regeling bewapeningsvoorschriften niet-Nederlandse politie en openbare dienst.