Regeling · BWBR0008774

Besluit waardebepaling en verevening

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 27 juni 1997, houdende bepalingen inzake de vaststelling van een algemene berekeningswijze op de grondslag waarvan de waarde van gebouwen en terreinen wordt bepaald en de wijze waarop door verevening de instellingen voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie in een gelijkwaardige uitgangspositie worden gebracht voor wat betreft hun huisvesting in verband met decentralisatie van huisvestings- en bestedingsbeslissingen en vervallen van het economisch claimrecht en houdende vaststelling van het stortingsbedrag ten behoeve van het waarborgfonds (Besluit waardebepaling en verevening)Besluit waardebepaling en vereveningWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van 1 oktober 1996, nr. 96024.326/3686, directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Gelet op de artikelen II en V van de Wet van 29 mei 1997, Stb. 229, houdende wijziging van Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met decentralisatie van huisvestings- en bestedingsbeslissingen en vervallen van het economisch claimrecht;

De Raad van State gehoord (advies van 13 januari 1997, nr. WO5.96.0467);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van 23 juni 1997, nr. 97000947/3686, directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage27 juni 1997Beatrix De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,J. M. M. Ritzen De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,J. J. van Aartsenvijftiende juli 1997De Minister van Justitie,W. Sorgdrager

Het Besluit waardebepaling en verevening wordt als volgt vastgesteld:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2. Vaststelling van het te verevenen bedrag

Onze Minister stelt het bedrag vast dat een instelling op grond van artikel II, eerste en tweede lid, van de wet, aan het Rijk betaalt dan wel van het Rijk ontvangt, met inachtneming van de bepalingen van dit besluit.

Artikel 3. Waardebepaling en verevening gebouwen in eigendom

Artikel 4. Waardebepaling en verevening terreinen in eigendom

Artikel 5. Verevening schuldresten

Artikel 6. Collectieve last

Artikel 7. Saldo verevening

Het bedrag van de verevening per instelling is gelijk aan de optelsom van de uitkomst van de toepassing van de artikelen 3 tot en met 6. Indien dit saldo positief is, ontvangt de instelling een bedrag, indien dit saldo negatief is, wordt een bedrag door de instelling betaald.

Artikel 8. Citeertitel

Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit waardebepaling en verevening.

Enig artikel

Het bedrag, bedoeld in artikel V van de wet van 29 mei 1997, Stb. 229, houdende wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met decentralisatie van huisvestings- en bestedingsbeslissingen en vervallen van het economisch claimrecht, bedraagt f 22 mln.

Artikel I van dit besluit treedt in werking op 31 december 1998 met dien verstande dat bij koninklijk besluit een inwerkingtreding op een eerder tijdstip kan worden vastgesteld. Laatstbedoeld besluit wordt niet genomen voordat vier weken zijn verstreken nadat het onderhavige besluit is overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, en gedurende die termijn niet door of namens één of beide Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in het onderhavige besluit geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld.

Artikel II van dit besluit treedt in werking op 31 december 1997 met dien verstande dat bij koninklijk besluit een inwerkingtreding op een ander tijdstip, gelegen in 1997, kan worden bepaald.