U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 26-12-2004.

Ministeriële regeling · BWBR0008800

Regeling wapens en munitie

Wijzigingen Officiële bron
Regeling wapens en munitieRegeling wapens en munitieDe Minister van Justitie,

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, categorie I, onder 7° en categorie IV, onder 6°, 2, derde lid, 3a, derde lid, 4, 5, 7, eerste lid, onder a, 8, achtste en negende lid, 9, vijfde lid, 10, eerste en tweede lid, 14, vierde lid, 15, 22, tweede lid, 26, derde, vierde en zesde lid, 27 derde en vierde lid, 28a, tweede lid, 31, vijfde lid, 33, eerste en tweede lid, 38, eerste lid, 39, 40, 41, 42, eerste en tweede lid, 45, eerste lid, onder 2° en 52, derde lid, van de Wet wapens en munitie;

Besluit:

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Justitie, Schedeldoekshaven 100, Den Haag.

’s-Gravenhage4 juli 1997 De Minister van Justitie, W.Sorgdrager

Als voorwerpen van categorie I, onder 7°, die een ernstige bedreiging van personen kunnen vormen of die zodanig op een wapen gelijken dat zij voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn, worden aangewezen:

Het voorschrift, bedoeld in artikel 4, eerste lid, kan uitsluitend betrekking hebben op:

Van het verbod van artikel 14, eerste lid, 22, eerste lid, en 26, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend aan personen die werkzaam zijn bij het Nederlands Forensisch Instituut of de Divisie Logistiek van het Korps Landelijke Politiediensten, voor zover het doen binnenkomen of uitgaan, het vervoeren of het voorhanden hebben geschiedt uit hoofde van de dienstuitoefening.

Het verbod van artikel 14, eerste lid, 22, eerste lid, 26 eerste lid, en 27, eerste lid, van de wet is niet van toepassing op personen die deel uitmaken van of werkzaam zijn voor de Unit Bijstand en Ondersteuning en de Unit Vervoer van de Dienst Vervoer en Ondersteuning van de landelijke dienst Dienst Vervoer en Ondersteuning voor zover het doen binnenkomen of uitgaan, het vervoeren, het voorhanden hebben of het dragen geschiedt uit hoofde van de dienstuitoefening.

Het verbod van artikel 27, eerste lid, van de wet is niet van toepassing op personen, aangewezen door de directeur van een justitiële inrichting en die een toezichthoudende taak vervullen in het kader van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, voor zover het betreft wapens van de categorie IV, onder 3, en het dragen geschiedt uit hoofde van de dienstuitoefening.

Artikel 9, eerste lid, van deze regeling is niet van toepassing, indien de aangevraagde erkenning, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet, bedrijven betreft waarin:

Bij verkrijging van wapens van categorie III van personen die een verlof tot het voorhanden hebben als bedoeld in artikel 28 van de wet bezitten, dan wel op grond van artikel 26, tweede lid, van de wet voor de jacht bestemde wapens voorhanden mogen hebben, verstrekt de erkende, dan wel de beheerder, bedoeld in artikel 9, derde lid, van de wet, een ontvangstbewijs overeenkomstig het in bijlage III bij deze regeling opgenomen model.

Van het verbod in artikel 9, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend voor het vervaardigen, transformeren of in de uitoefening van een bedrijf uitwisselen, verhuren of anderszins ter beschikking stellen, herstellen, beproeven of verhandelen van wapens van categorie IV onder 1°, 2°, 3° en 5°.

Van het verbod in artikel 9, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend voor het vervaardigen en transformeren van munitie, voor zover het gaat om herladen:

Van het verbod van artikel 14, eerste lid, artikel 22, eerste lid, en artikel 26, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor het doen binnenkomen of uitgaan, vervoeren en voorhanden hebben van munitie, bestemd voor wapens die het karakter dragen van oudheden of replica’s daarvan, voorzover deze munitie bestaat uit ronde loden kogels.

Van het verbod in artikel 22, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor het vervoeren van andere noodsignaalmiddelen dan bedoeld in artikel 22, tweede lid, van deze regeling, aan de door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen ambtenaren van de Vaarwegmarkeringsdienst van het ministerie van Verkeer en Waterstaat.’

Van het verbod in artikel 26, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor het voorhanden hebben van andere noodsignaalmiddelen dan bedoeld in artikel 22, tweede lid, aan zeeverkeersambtenaren van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, in de daartoe door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen zeeverkeersposten.

Van het verbod van artikel 27, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend voor:

Van het verbod van artikel 14, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor het aan boord van een Nederlands schip of luchtvaartuig tijdelijk doen uitgaan en binnenkomen van wapens van categorie III en de bijbehorende munitie die behoren tot de uitrusting van dat schip of luchtvaartuig en die krachtens een verlof aan boord voorhanden gehouden mogen worden.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De in de artikelen 34 eerste lid en artikel 40, derde lid genoemde melding omvat een omschrijving van de goederen alsmede de vermelding van:

Voor het indienen van een verzoek om een erkenning, een consent, een vergunning of een verlof wordt gebruik gemaakt van een formulier overeenkomstig het daarvoor in bijlage III bij deze beschikking vastgestelde model.

Ingevolge artikel 45, eerste lid, onder 2°, van de wet worden als ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van het bij en krachtens de wet bepaalde, aangewezen de ambtenaren van de divisie Vervoer van de Inspectie Verkeer en Waterstaat die belast zijn met toezicht en opsporing.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Artikel 20, tweede lid, alsmede de aanduiding 1. voor het eerste lid, vervalt op 1 mei 1998.

Vervallen

Vervallen

Na de inwerkingtreding van deze regeling berusten krachtens de Regeling wapens en munitie (Stcrt. 1996, 245) vastgestelde besluiten op deze regeling.

De Regeling wapens en munitie (Stcrt. 1996, 245) wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling wapens en munitie.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie te Den Haag.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie te Den Haag.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie te Den Haag.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie te Den Haag.