Wijzigingen Officiële bron
Wet van 11 september 1997 tot verzelfstandiging van Staatsbosbeheer (Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer)Wet verzelfstandiging StaatsbosbeheerWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is Staatsbosbeheer te verzelfstandigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage11 september 1997 Beatrix De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, J. J. van Aartsen de dertiende november 1997 De Minister van Justitie, W. Sorgdrager

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Onze Minister kan aan de leden van de raad van toezicht, ten laste van Staatsbosbeheer, een vergoeding toekennen volgens door hem vast te stellen regelen.

De raad van toezicht kan aan de leden van de raad van advies, ten laste van Staatsbosbeheer, een vergoeding toekennen volgens door hem vast te stellen regelen.

De directeur wordt op voordracht van de raad van toezicht benoemd, geschorst of ontslagen door Onze Minister.

De directeur stelt bij reglement de inrichting van Staatsbosbeheer vast.

Indien Staatsbosbeheer zijn taken, voortvloeiend uit artikel 3, eerste en tweede lid, naar het oordeel van Onze Minister verwaarloost, kan deze al die maatregelen nemen die hij met het oog op de continuïteit van de werkzaamheden of beperking van de schade noodzakelijk acht. Onze Minister doet hiervan terstond mededeling aan de Staten-Generaal.

Wijzigt de Boswet.

Wijzigt de Wet op belastingen van rechtsverkeer.

In afwijking van artikel 14 geschiedt de eerste benoeming van de directeur door Onze Minister, zonder dat de raad van toezicht een voordracht daartoe doet.

Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van Staatsbosbeheer.

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer.