Ministeriële regeling · BWBR0009028
Regeling vaststelling aanvraagperioden 1998 EG-premies ooien, stieren en ossen
Gelet op artikel 2.6, eerste lid, van de Regeling dierlijke EG-premies;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage 21 november 1997 De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, J.J. vanAartsenAls perioden als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, van de Regeling dierlijke EG-premies, waarbinnen aanvragen kunnen ingediend, worden voor 1998 de volgende perioden vastgesteld:
- 1.
voor het aanvragen van specifieke premierechten voor ooien, bedoeld in artikel 3.5.a van de Regeling dierlijke EG-premies: het tijdvak van 5 januari 1998 tot en met 2 maart 1998;
- 2.
voor het aanvragen van premie, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van de Regeling dierlijke EG-premies, voor ooien: het tijdvak van 5 januari 1998 tot en met 5 februari 1998;
- 3.
voor het aanvragen van premie, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van de Regeling dierlijke EG-premies, voor stieren en ossen:
- a.
het tijdvak van 1 februari 1998 tot en met 28 februari 1998;
- b.
het tijdvak van 1 mei 1998 tot en met 31 mei 1998;
- c.
het tijdvak van 1 augustus 1998 tot en met 31 augustus 1998;
- d.
het tijdvak van 15 oktober 1998 tot en met 14 november 1998.
- a.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling aanvraagperioden 1998 EG-premies ooien, stieren en ossen.