Wijzigingen Officiële bron
Regeling hoeveelheidsbepaling dierlijke en overige organische meststoffenRegeling hoeveelheidsbepaling dierlijke en overige organische meststoffenDe Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelet op de artikelen 13c, vierde lid, 13r, tweede lid, 13ak en 13al, onderdeel d, van de Meststoffenwet;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage4 december 1997De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, J.J. vanAartsen

Indien een bedrijf waarop artikel 22 van de wet van toepassing is gier met een drogestofgehalte van ten hoogste 2,5% afkomstig van konijnen aanvoert of afvoert, kan in afwijking van artikel D4, eerste lid, van bijlage D bij de wet, de hoeveelheid van deze aangevoerde of afgevoerde dierlijke meststoffen worden vastgesteld op basis van het gewicht en de forfaitaire omrekennormen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat en stikstof per 1000 kilogram dierlijke meststof, die zijn opgenomen in onderdeel X, onder 29, van bijlage C bij de wet en is artikel 5, eerste lid, niet van toepassing.

In de gevallen bedoeld in de artikelen 2, tweede lid, 2a, eerste lid en vierde lid, 2b, 2c, 2d en 2e, en in het geval bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet, wordt het gewicht van dierlijke meststoffen geschat.

Vervallen

In afwijking van artikel 1, eerste lid, van de Meststoffenwet, wordt voor de toepassing van het Besluit opslagcapaciteit dierlijke meststoffen Meststoffenwet, onder ‘dierlijke meststoffen’ verstaan: uitwerpselen van voor gebruiks- of winstdoeleinden gehouden dieren, daaronder begrepen mengsels van strooisel met deze uitwerpselen, alsook producten daarvan.

Vervallen

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1998.

Vervallen

De apparatuur die wordt gebruikt en de methodiek die wordt toegepast voor de bemonstering van vloeibare dierlijke meststoffen, moeten in ieder geval voldoen aan de volgende kenmerken:

Schematische weergave van het zijbuisapparaat, hier uitgevoerd als koppelstuk.

Schematische weergave en dwarsdoorsnede van de te gebruiken steeklans. Met A wordt bedoeld de monstergoot, met B wordt bedoeld het monsterdeksel

Technische uitvoering

De steeklans is vervaardigd van roestvrij staal en bestaat uit een monstergoot en een monsterdeksel. De effectieve lengte van de steeklans bedraagt ongeveer 2 meter. De steeklans is uitgevoerd met een harde aangescherpte punt.

Ter indicatie wordt vermeld dat de goot een diepte heeft van circa 3 centimeter en een breedte van circa 4 centimeter. De daadwerkelijke afmetingen mogen maximaal 50% afwijken van deze indicatieve afmetingen.

Technische uitvoering

De handbediende vijzelboor bestaat uit een vijzel, die over nagenoeg de gehele lengte wordt omhuld door een buis. Voor de aandrijving wordt een links- en rechtsdraaiende boormachine van circa 750 Watt gebruikt. Voor de starre verbinding tussen de buis en de boormachine wordt gebruik gemaakt van een koppelstuk, passend over de boorkop. In tabel 3 zijn technische details van de desbetreffende onderdelen opgenomen.

In geval van een (half)automatische uitvoering van de vijzelboor geschiedt het inbrengen en het uittrekken van de vijzelboor met behulp van motoren.

Bij een volledig geautomatiseerde opstelling bepaalt de aansturende microprocessor de plaats(en) waar bemonsterd moet worden. De lengte van de vijzel en de buis moet minimaal overeenkomen met de lengte opgenomen in Tabel 3. De lengte van de vijzel en de buis moet voorts dusdanig zijn dat de bodem van de gebruikte container kan worden bereikt.

Schematische weergave van het bemonsteringsapparaat in verschillende werkingstoestanden

De apparatuur die wordt gebruikt voor de verpakking van door een automatisch monsterapparaat genomen monster voldoet in elk geval aan de volgende prestatiekenmerken:

Door middel van een mechanische zwaaiarm wordt de monsterpot, bedoeld in bijlage 2, onderdeel C, onder punt 1, onder de vulopening van het bemonsteringsapparaat geklemd. Nadat de bij de monsterpot behorende deksel in het apparaat is ingebracht wordt de deur van het kabinet gesloten. De tapmonsters worden genomen nadat een camera-inspectiesysteem heeft vastgesteld dat de monsterpot en de deksel schoon en droog zijn en is vastgesteld dat de deur van het kabinet is gesloten. Nadat de bemonstering heeft plaatsgevonden, wordt de monsterpot verplaatst naar de inspectiepositie alwaar de zwaaiarm de deksel op de monsterpot drukt, zodat de verpakking wordt gesloten. Vervolgens wordt de deur van het kabinet vrijgegeven, zodat de gevulde en gesloten monsterpot kan worden uitgenomen.

Het verpakkingsapparaat maakt van twee vellen doorzichtige folie door middel van verhitting van twee U-vormige sealbalken een zak die aan drie zijden gesloten is. Deze zak wordt via de open zijde van boven gevuld met de tapmonsters. Vervolgens wordt de gevulde sealzak naar beneden getrokken, waarna de resterende opening wordt gesloten (geseald). Hierna wordt de folie wederom met de hand naar beneden getransporteerd en wordt de volgende zak gevormd. De afstand waarover de zak naar beneden getrokken wordt, wordt door het verpakkingsapparaat zelf begrensd met behulp van een sensor in het verpakkingsapparaat en door markeringsblokjes op de folie. De gevulde en gesloten monsterzak wordt met behulp van een mes losgesneden.