Ministeriële regeling · BWBR0009115

Klachtenregeling Rijksrecherche 1997

Wijzigingen Officiële bron
Regeling houdende de vaststelling van regels ten aanzien van de behandeling van klachten over het optreden van de bij de Rijksrecherche werkzame bijzondere ambtenaren van politieKlachtenregeling Rijksrecherche 1997De Minister van Justitie,

Gelet op de artikelen 61 en 62 van de Politiewet 1993;

Overwegende, dat het noodzakelijk is regels vast te stellen over de behandeling, het onderzoek en de afdoening van klachten over het optreden van de bij de Rijksrecherche werkzame bijzondere ambtenaren van politie;

Overwegende, dat het voor een goed functioneren van de organisatie van de Rijksrecherche wenselijk is dat klachten over het optreden van de bij de Rijksrecherche werkzame bijzondere ambtenaren van politie op een deugdelijke en zorgvuldige wijze worden afgedaan;

Stelt vast:

de volgende regels over de behandeling, het onderzoek en de afdoening van klachten over het optreden van de bij de Rijksrecherche werkzame bijzondere ambtenaren van politie.

Deze regeling zal met toelichting worden geplaatst in de Staatscourant. Van de plaatsing wordt mededeling gedaan in het Algemeen Politieblad.

Den Haag11 december 1997 De Minister van Justitie,W.Sorgdrager

In deze regeling wordt verstaan onder:

bijzondere ambtenaar van politie:

de ambtenaar van politie werkzaam bij de Rijksrecherche, als bedoeld in artikel 43 van de Politiewet 1993; alsmede de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van die bijzondere ambtenaren van politie;

ambtenaar:

de bijzondere ambtenaar van politie, tegen wie de klacht is ingediend;

beheerder:

het College van procureurs-generaal;

procureur-generaal:

de door het College van procureurs-generaal aangewezen procureur-generaal;

de klachtencommissie BAP:

de commissie als bedoeld in artikel 2;

directeur Rijksrecherche:

de directeur van de bijzondere ambtenaren werkzaam bij de Rijksrecherche.

De directeur Rijksrecherche stelt een onderzoek in naar de klacht, indien deze betrekking heeft op een gedraging van een ambtenaar. De directeur Rijksrecherche treft een regeling met betrekking tot het onderzoek.

De directeur Rijksrecherche stelt de procureur-generaal in de gelegenheid zijn visie op de onderzochte gedraging kenbaar te maken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1998.

Deze regeling kan worden aangehaald als: Klachtenregeling Rijksrecherche 1997.