U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2004.
Wijzigingen Officiële bron
Regeling financiering en verantwoording Wet sociale werkvoorzieningRegeling financiering en verantwoording Wet sociale werkvoorzieningDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 1, eerste lid, onderdelen i, o en p, en tweede lid, 3, eerste en tweede lid, 9, derde lid, 10, zevende lid, en 11, derde lid, van het Besluit financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage16 december 1997De Minister voornoemd, A.P.W.Melkert

Van de beschikbare begrotingsmiddelen voor het jaar 2002 worden voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, van het besluit, de volgende middelen buiten beschouwing gelaten:

Van de beschikbare begrotingsmiddelen voor het jaar 2003 worden voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, van het besluit, de volgende middelen buiten beschouwing gelaten:

Van de beschikbare begrotingsmiddelen voor het jaar 2004 worden voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, van het besluit, de volgende middelen buiten beschouwing gelaten:

Vervallen

Artikel 9, derde lid, van het besluit is van toepassing op de in dat artikel bedoelde personen werkzaam bij de blindenwerkplaats Blizo, behorend tot de bestuurlijke eenheid WSD te Boxtel, en de blindenwerkplaats Proson, behorend tot de bestuurlijke eenheid DSW, te Nunspeet.

Vervallen

De gemeente aan wie over een subsidiejaar de subsidie is verleend draagt er zorg voor dat de minister desgevraagd aanvullende informatie of gegevens die verband houden met de uitvoering van de wet binnen een daartoe door hem vastgestelde termijn en op een door hem aangegeven wijze heeft ontvangen.

Op verzoek van de minister verstrekt de gemeente aan wie over een subsidiejaar de subsidie is verleend gegevens of informatie, bedoeld in de artikelen 6 en 6a, aan personen of instanties die in zijn opdracht informatie vragen of de gegevens bewerken.

Artikel 6 van de Regeling financiering en verantwoording Wet sociale werkvoorziening, zoals dit artikel luidde op 31 december 2003, blijft van toepassing op het subsidiejaar 2003.

Onderdeel A: Subsidie

Code 101 Basissubsidie Wsw

Hier wordt opgenomen het bedrag aan Wsw-subsidie dat aan de gemeente is toegekend. Dit bedrag is opgenomen in de meest recente subsidiebrief van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor het betreffende verantwoordingsjaar.

Code 102 Overheveling uit de WIW

De gemeente neemt hier op het subsidieoverschot van de WIW dat is overgeboekt naar en gebruikt voor de uitvoering van de Wsw.

Code 199 Subsidie Wsw

Hier wordt opgenomen het totaal van de bedragen vermeld in de codes 101 en 102.

Code 111 Betaalde bijdrage uit eigen middelen

De gemeente neemt hier op het betaalde bedrag uit eigen financiële middelen, niet afkomstig uit de rijkssubsidie, aan de organisaties die voor de gemeente activiteiten verrichten in het kader van de uitvoering Wsw. Bij een Wgr-verband wordt hierbij bedoeld de door het bestuur van het Wgr-verband verstrekte middelen van de in het Wgr-verband deelnemende gemeenten (dus niet de rijkssubsidie) aan de organisaties die voor het Wgr-verband activiteiten verrichten in het kader van de uitvoering van de Wsw.

Het is voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van belang inzicht te hebben in de eigen bijdrage.

Onderdeel B: realisatie van toekenning arbeidsplaatsen (in standaardeenheden)

Standaardeenheid

Een standaardeenheid (SE) is een eenheid die overeenkomt met een arbeidsplaats voor een werkweek van 36 uur (ofwel 1 fte) voor een werknemer die is ingedeeld in de arbeidshandicap categorie matig. Een arbeidsplaats omvat een of meer dienstbetrekkingen zoals bedoeld in artikel 2 Wsw of een of meer arbeidsovereenkomsten zoals bedoeld in artikel 7 Wsw.

Dienstbetrekkingen in de Wsw betreffen aanstellingen van maximaal 36 uur. Bij begeleid werken kan sprake zijn van volledige arbeidsovereenkomsten van meer dan 36 uur. In die gevallen wordt een volledige arbeidsovereenkomst eveneens gelijk gesteld aan 1 fte, en part-time overeenkomsten gelijkgesteld aan een evenredig deel van 1 fte. Een 20-urige aanstelling (over een heel jaar) geldt dus bij een 36-uurs fte als 0,6 fte en bij een 40-urige fte als 0,5 fte realisatie.

Code 201 t/m 299 Realisatie van arbeidsplaatsen in standaardeenheden

Voor het betreffende jaar is voor een aantal standaardeenheden subsidie toegekend. In het financieel beeld wordt verantwoord in hoeverre het toegekende aantal standaardeenheden is gerealiseerd.

Daarbij wordt enerzijds de feitelijke realisatie verantwoord en anderzijds welk deel van de feitelijke realisatie ook subsidiabel is. Dit is van belang bij de categorie personen die na de invoering van de nieuwe Wsw per 1 januari 1998 in het Wsw-werknemersbestand zijn ingestroomd (het nieuwe werknemersbestand). Voor deze categorie geldt immers dat hun Wsw-arbeidsplaatsen voor gemiddeld maximaal 32 uur worden gesubsidieerd.

Voor de vaststelling wordt derhalve onderscheid gemaakt tussen het ‘oude’ werknemersbestand (al werkzaam in Wsw verband per 31-12-1997) en het nieuwe werknemers bestand. Bij het ‘oude’ werknemersbestand geldt de realisatie volledig als subsidiabel; voor het ‘nieuwe’ werknemersbestand kan de subsidiabele realisatie lager uitvallen dan de feitelijke realisatie. De personen die in 1998 en 1999 vanuit de zogenaamde SV-regelingen begeleid zijn gaan werken, gelden in de opgave als ‘oude’ werknemers.

Berekening van de realisaties

Voor elke categorie geldt dat de realisatie in SE’en gelijk is aan het gemiddelde van de twaalf einde maandstanden in SE’en in het verantwoordingsjaar. Er zijn verschillende berekeningsmethoden waarmee deze uitkomst kan worden berekend.

Als ondersteuning voor het invullen van de codes 211, 212, 301, 302, 311 en 312 zijn in de bijlage hulptabellen opgenomen. Met behulp hiervan kunnen de aantallen arbeidsplaatsen en standaardeenheden worden berekend.

Bij code 212 is een rekenvoorbeeld gegeven, waarmee het subsidiabele aantal standaardeenheden kan worden vastgesteld.

Voor 2004 is de arbeidshandicapcategorie licht gelijk gesteld aan de categorie matig; 1,0 fte is 1,0 SE (standaardeenheid) voor zowel licht als matig. Een fte ernstig komt overeen met 1,25 SE.

Code 201 Toekenning (in standaardeenheden)

Dit betreft de toekenning (uitgedrukt in standaardeenheden) op basis waarvan aan de gemeente de subsidie is toegekend.

De berekening van de subsidie is gebaseerd op het Besluit financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening en de Regeling financiering en verantwoording Wet sociale werkvoorziening.

Voor de opgave van het correcte aantal standaardeenheden voor de toekenning wordt verwezen naar de meest recente subsidiebrief van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor dit verantwoordingsjaar.

Code 211 Gemiddelde realisatie van het oude werknemersbestand (vóór 1/1/1998)

Het oude werknemersbestand omvat de personen die al een Wsw-dienstverband hadden per 31 december1997 en de personen voor wie per 31december1997 een begeleid werkenplaats was gefinancierd vanuit de zogenaamde SV-regelingen, en die in 1998 en 1999 zijn ingestroomd in de nieuwe Wsw.

De gemiddelde jaarrealisatie van het oude werknemersbestand in het verantwoordingsjaar betreft het aantal fte’s uitgedrukt in standaardeenheden dat de gemeente feitelijk (12 maandsgemiddelde) voor deze groep in het verantwoordingsjaar heeft gerealiseerd. Het gaat om dienstbetrekkingen van deze categorie personen bij de gemeente (of het samenwerkingsverband waar de gemeente toe behoort) en de arbeidsovereenkomsten met werkgevers in het kader van begeleid werken (voor zover het instroom begeleid werken betreft vanuit de SV-regelingen).

Niet van belang is waar de werkzaamheden feitelijk worden verricht. Ook detacheringen (de externe plaatsingen bij inlenende bedrijven en met aansturing van die bedrijven) vallen onder het begrip dienstbetrekking.

Berekening aantal SE’en

Het aantal standaardeenheden wordt als volgt berekend.

Uitgangspunt in de berekening zijn de 12 einde maandstanden in het verantwoordingsjaar in fte’s van:

Het gaat hier om de feitelijk gerealiseerde fte’s over het jaar, d.w.z. de gerealiseerde dienstbetrekkingen en arbeidsovereenkomsten, gecorrigeerd naar de duur (voor het aantal maanden per jaar, uitgaande van de ultimo stand van de maand) en rekening houdend met de uren aanstelling per week in elke maand.

De realisatie over het jaar is gelijk aan het gemiddelde van de twaalf maandstanden, ofwel de som van de twaalf maandstanden gedeeld door twaalf.

De omrekening naar standaardeenheden vindt als volgt plaats.

Het ‘oude’ werknemersbestand (de personen die reeds op 31 december 1997 tot het Wsw werknemersbestand behoorden) is collectief ingedeeld in de arbeidshandicapcategorie matig. Dit geldt ook voor de begeleid werkers die vanuit de SV-regelingen zijn ingestroomd in 1998 en 1999. Bij hen is dus het aantal SE’en gelijk aan het aantal fte’s.

Alleen voor een aantal oude werknemers bij de twee blindenwerkplaatsen geldt volgens het Besluit financieel verdeelmodel SW een indeling in de arbeidshandicapcategorie ernstig. Voor deze werknemers geldt dus een omrekening met de factor 1,25 om van fte’s SE’en te maken.

Voor het oude werknemersbestand gelden de gerealiseerde SE’en bij code 211 ook zonder meer als subsidiabel. Het aantal vermelde standaardeenheden bij de kolommen realisatie en subsidiabel dienen dan ook aan elkaar gelijk te zijn.

Code 212 Realisatie van het ‘nieuwe’ werknemersbestand (na 1/1/1998)

Voor personen die tot het ‘nieuwe’ werknemersbestand behoren (degenen die voor het eerst na 1 januari 1998 een Wsw-dienstverband hebben gekregen en niet zijn ingestroomd in begeleid werken vanuit de SV-regelingen) wordt gemiddeld maximaal 32 uur per week gesubsidieerd. Dit is geregeld in artikel 8, derde lid, Besluit financieel verdeelmodel SW. Voor het eventueel meerdere boven de 32 uur wordt geen subsidie verkregen; dit dient de gemeente zelf te financieren. Bij code 212 noteert de gemeente de betreffende uitkomsten; voor de berekening daarvan wordt verwezen naar onderstaand rekenvoorbeeld. Voor het overige geldt hetzelfde als voor het ‘oude’ werknemersbestand.

N.B.:

Onderdeel C: Volumegegevens

Codes 301 en 302 Dienstbetrekking/arbeidsovereenkomst aangegaan vóór 1 januari 1998

Bij de codes 301 en 302 vermeldt de gemeente de gemiddelde realisatie in 2004 in personen en fte’s (ook bij totaal) van degenen die al op 31 december 1997 een Wsw-dienstverband hadden (de oude werknemers) en de personen die in 1998 en 1999 zijn ingestroomd vanuit de SV-regelingen.

Het gaat hier derhalve niet om de eindstand 1997, maar om het gemiddelde van de 12 einde maandstanden in 2004 van de oude werknemers.

De verschillende einde maandstanden kunnen door de volgende oorzaken onderling (van maand tot maand) afwijken:

– uitstroom uit het werknemersbestand (personen en fte’s);

– verandering in het aantal gewerkte uren (fte’s); een toename geldt als instroom in het oude werknemersbestand, een daling als uitstroom. Daling in aantal gewerkte uren van (een) werknemer(s) dient ook tot uitdrukking te komen bij 332 (uitstroom in fte’s);

– verhuizing van een ‘oude’ werknemer naar een gemeente waar die persoon niet in dienst is, vervolgens gevolgd door een gelijktijdig ontslag bij de oude gemeente en indienstneming bij de gemeente waarvan die persoon ingezetene is geworden. De werknemer blijft als ‘oude’ werknemer gelden, en is dus instroom in het ‘oude’ werknemersbestand (personen en fte’s);

– overdracht met budget en taakstelling van een ‘oude’ werknemer door een andere gemeente (personen en fte’s) naar de gemeente waar de werknemer ingezetene is. Hierbij geldt eveneens dat de oude werknemer nog aangemerkt blijft als een oude werknemer. Een dergelijke overdracht dient wel te zijn gemeld aan het ministerie van SZW.

– instroom van een ‘oude’ werknemer via de terugkeergarantie binnen drie jaar na uitstroom naar regulier werk (personen en fte’s).

Codes 311 en 312 Dienstbetrekking/arbeidsovereenkomst aangegaan na 1 januari 1998

Evenals bij de codes 301 en 302 vermeldt de gemeente hier de gemiddelde realisatie in 2004 in personen en in fte’s (ook bij totaal). Voor de vaststelling van de gemiddelde realisatie berekent de gemeente het gemiddelde van de 12 einde maandstanden in 2004. De som van de realisaties – in personen en in fte’s – naar licht, matig en ernstig zijn gelijk aan de twee totalen. De twee totalen komen overeen met de betreffende uitkomsten in de hulptabellen opgenomen in de bijlage en de voorbeeldberekening voor de maximaal 32 uur gemiddeld nieuwe instroom Wsw bij code 312.

Bij de plaatsingen vanaf de wachtlijst in het werknemersbestand in 2004, kan het uitsluitend gaan om personen die op het moment van plaatsing ingezetene zijn in de eigen gemeente of het eigen WGR-gebied. Wanneer in 2004 een ingezetene uit een andere gemeente is geplaatst, dient de andere gemeente deze plaatsing op te geven in alle rubrieken waarin deze een rol speelt, inclusief de realisatie (codes 212, 311 en 312).

Codes 321 t/m 324 Wachtlijst (ultimo standen)

De opgave van de personen die gedurende 2004 op de wachtlijst staan vindt op de volgende wijze plaats:

Bij de codes 321 t/m 324 doet de gemeente opgave van het totaal van:

De datum waarop het indicatiebesluit is genomen en waarop de ingezetene formeel is toegelaten tot de doelgroep, geldt als datum voor plaatsing op de wachtlijst. Voor de vaststelling van de omvang van de wachtlijst per einde kwartaal is bij nieuw geïndiceerden deze datum doorslaggevend.

De ingezetene die in februari een verzoek tot plaatsing in de Wsw heeft ingediend en op wiens verzoek in mei de gemeente beslist, wordt derhalve pas vanaf het tweede kwartaal tot de wachtlijst gerekend. De datum van aanmelding is hierbij dan ook niet van belang.

Codes 331 en 332 Totale uitstroom werknemersbestand (in absolute aantallen)

De opgave van het werknemersbestand vindt op de volgende wijze plaats:

De gemeente geeft het aantal personen en het aantal arbeidsplaatsen (fte’s) op van degenen van wie de dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst gedurende het betreffende kalenderjaar is beëindigd en dat ten grondslag ligt aan de berekening van het netto-uitstroompercentage als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel m, Besluit financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening. Dit houdt ook in dat een vermindering in aantal arbeidsuren per week wordt opgegeven als een uitstroom, uitgedrukt in arbeidsplaatsen en niet in personen.

De gemeente waarmee de persoon die uitstroomt, een dienstverband had, doet de opgave. De gemeente die verantwoordelijk is voor de opgave over het ‘oude’ werknemersbestand doet ook de opgave over de uitstroom van personen uit dit oude werknemersbestand. Op dezelfde wijze doet de gemeente die verantwoordelijk is voor de opgave over het ‘nieuwe’ werknemersbestand (personen die bij plaatsing na 1 januari 1998 eigen ingezetenen waren) de opgave over de uitstroom van degenen uit dit nieuwe werknemersbestand.

Bij de uitstroomgegevens geeft de gemeente geen gemiddelden op, maar de gehele uitstroom in personen en fte’s die gedurende het kalenderjaar heeft plaatsgevonden. Hierbij gaat het dus om een cumulatief gegeven.

Codes 341 en 342 Uitstroom naar reguliere arbeid (doorstroom)

Als onderdeel van de totale uitstroom werknemersbestand neemt de gemeente apart de uitstroom naar reguliere arbeid op. Ook hier betreft het absolute aantallen zoals bij de codes 331 en 332.

Ligt met ingang van 1 november 2003 ter inzage bij Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De hierna genoemde hoofdstukken en artikelen corresponderen met de tekst van de Wet sociale werkvoorziening.

Artikel 1

Aantekening, indien dit speelt, van gemeenschappelijke regeling op grond van artikel 8, eerste lid WGR, alsmede samenstelling van dit Openbaar Lichaam.

Overige in dit artikel genoemde onderwerpen worden geregeld bij hoofdstuk 5: de Indicatie.

Artikel 2

Algemeen:

Artikel 4

Uit een document moet blijken op welke wijze de samenwerking tussen betrokken partijen gestalte krijgt, specifiek t.a.v. de in artikel 4 beschreven doelgroepen.

Artikel 5

Model of richtlijnen waaruit objectieve prijsstelling op grond van calculatie blijkt.

Artikel 6

Persoonsniveau:

Artikel 7

Algemeen:

Persoonsniveau:

Artikel 8

Zie hoofdstuk 2 Algemeen; arbeidsovereenkomsten.

Artikel 9, eerste lid, onder a

Algemeen:

Het aantal in het betreffende jaar gerealiseerde arbeidsjaren uit dienstbetrekkingen en arbeidsovereenkomsten op basis van volledige werkweken.

Persoonsniveau:

De arbeidshandicapcategorie, zoals vastgesteld door de gemeente naar aanleiding van het advies van de indicatiecommissie en de eventuele afwijking van het advies met motiverende redenen door gemeente.

Artikel 9, eerste lid, onder b

Persoonsniveau:

Artikel 9, eerste lid, onder c

Vindt uitwerking in alle hier weergegeven artikelen

Artikel 9, eerste lid, onder d

Algemeen:

Artikelen 11 en 12:

Algemeen:

Persoonsniveau:

N.B: Géén indicatie van personen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet werkzaam waren met toepassing van de artikelen 11 en 12 van de ’Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomsten uit arbeid’ en de ’Regeling vergoeding persoonlijke ondersteuning gehandicapte werknemers’; zie artikel 8, eerste en tweede lid, Besluit arbeidsinpassing en begeleiding sociale werkvoorziening.

Artikel 13

Aan de administratie zijn eisen van controleerbaarheid van de besluitvormings-, uitvoerings-, controle-, en verantwoordingsprocessen gesteld.

Artikel 16

Alle dienstbetrekkingen van vlak voor het inwerking treden van de Wsw alsmede de daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen zijn gehandhaafd.

Artikel 20

Instelling ondernemingsraad (toetspunt in jaar waarin de 2-jaarstermijn verloopt)