Ministeriële regeling · BWBR0009201

Uitvoeringsregeling lozingenbesluit bodembescherming

Wijzigingen Officiële bron
Uitvoeringsregeling lozingenbesluit bodembeschermingUitvoeringsregeling lozingenbesluit bodembeschermingDe Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op de artikelen 6, 8, 14, 14a, 17 juncto artikel 8, 18, tweede lid, 21, 21a, 22 en 34 van het Lozingenbesluit bodembescherming

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage18 december 1997 De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, M. deBoer.

In deze regeling wordt verstaan onder:

het Lozingenbesluit:

het Lozingenbesluit bodembescherming;

zandfractie:

het gewichtspercentage minerale delen met een korrelgrootte groter dan 50 micrometer en kleiner dan 2000 micrometer;

d60:

de korrelgrootte waarvoor geldt dat 60 procent van de zandfractie een kleinere korrelgrootte bezit;

effectievekorrel korreldiameter of d10-waarde:

korrelgrootte waarvoor geldt dat 60 procent van de zandfractie een kleinere korrelgrootte bezit;

uniformiteitscoëfficiënt:

de verhouding van de d60-waarde en de d10-waarde van de zandfractie;

ruw afvalwater:

huishoudelijk afvalwater, dat nog niet is voorbehandeld;

dagaanvoer:

het in een tijdvak van 24 aaneengesloten uren aangevoerde volume;

maximale uuraanvoer:

het maximaal aangevoerde volume over een vak van een uur;

organische vuilvracht:

de massahoeveelheid organisch vuil in water aangevoerd per tijdseenheidberekend als het produkt van de dagaanvoer en de BZV5-concentratie van dit water;

BZV5:

het Biochemisch Zuurstof Verbruik, zijnde de massahoeveelheid zuurstof die door micro-organismen per liter water wordt verbruikt, gedurende een aaneengesloten tijdvak van 5 dagen, bij 20° C;

voorbezonken afvalwater:

huishoudelijk afvalwater dat is voorbehandeld door een afscheiding van bezinkbare en opdrijvende stoffen, stoffen zonder toevoeging van chemicaliën, maar dat nog niet biologisch is behandeld;

verblijftijd:

de tijd gedurende welke een waterdeeltje gemiddeld in een tank verblijft, berekend als het quotiënt van de inhoud van de tank die kan worden benut en het aangevoerd watervolume per tijdseenheid;

hydraulischede ontwerpbelasting:

de bij de dimensionering aangehouden wateraanvoer per dag en per eenheid van het filteroppervlak;

ontwerpbelasting:

de bij de dimensionering aangehouden belasting;

specifiek oppervlak:

het totale oppervlak van een materiaal per eenheid van volume van het materiaal;

hydraulischede oppervlaktebelasting:

wateraanvoer per oppervlakte-eenheid van de nabezinktank;

leemgehalte:

het gewichtspercentage minerale bodemdelen met een korrelgrootte kleiner dan 50 micrometer;

lutumgehalte:

het gewichtspercentage minerale bodemdelen met een korrelgrootte kleiner dan 2 micrometer;

mediaan van de zandfractie (M 50):

de korrelgrootte waarvoor geldt dat 50 procent van de zandfractie een grotere korrelgrootte en 50 procent een kleinere korrelgrootte bezit;

bovengrond:

het bewortelde bovenste gedeelte van de bodem dat rijk is aan organische stof;

ondergrond:

het gedeelte van de bodem, niet zijnde de bovengrond;

infiltratieklasse:

de indeling van de grond naar doorlatendheid;

zijwand oppervlak:

het wandoppervlak van een zakput gerekend vanaf de onderzijde tot aan de hoogte van de aanvoerleiding van het huishoudelijk afvalwater;

horizontaal filteroppervlak:

de oppervlakte van het horizontale grensvlak gelegen tussen bodem en grindpakket bij een infiltratievoorziening, niet zijnde een zakput;

Het onderdeel van een zuiveringssysteem, waar het huishoudelijk afvalwater biologisch wordt behandeld, moet zodanig zijn uitgevoerd, dat voldoende lucht voor de instandhouding van een aëroob biologisch zuiveringsproces kan toetreden.

Filterzand moet aan de volgende eisen voldoen:

Grof grind en fijn grind van scheidings- en deklagen moeten aan de volgende eisen voldoen:

Bij de aanleg van of werkzaamheden ter plaatse van een infiltratievoorziening mag de structuur van de bodem niet zodanig worden verstoord dat de doorlatendheid van de bodem in horizontale of verticale richting wordt veranderd.

Naar een zuiveringssysteem of een infiltratievoorziening mag geen hemel- of drainagewater worden afgevoerd.

De dimensioneringsvoorschriften, die in deze paragraaf zijn opgenomen, gelden voor huishoudelijk afvalwater afkomstig van woonruimten alleen, indien dit afvalwater tezamen met huishoudelijk afvalwater afkomstig van een of meer andere lozingsbronnen op een zuiveringssysteem als bedoeld in artikel 15 van het Lozingenbesluit wordt aangesloten.

Bij de dimensionering van een zuiveringssysteem voor huishoudelijk afvalwater moet voor de aanvoer van ruw afvalwater worden aangehouden:

Bij de dimensionering van een zuiveringssysteem voor huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woonruimten, moet de organische vuilvracht in het ruwe afvalwater worden bepaald als het produkt van het waterverbruik, bepaald overeenkomstig artikel 12, en de BZV5-concentratie, bepaald overeenkomstig artikel 13.

De bij de dimensionering van een zuiveringssysteem voor huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woonruimten, gehanteerde waarden voor de maximale uuraanvoer moeten zodanig worden vastgesteld dat deze waarden:

Indien op één zuiveringssysteem verschillende lozingsbronnen van huishoudelijk afvalwater worden aangesloten, moet bij de dimensionering van het zuiveringssysteem worden uitgegaan van de gesommeerde dagaanvoer, maximale uuraanvoer en organische vuilvracht van het ruwe afvalwater van de afzonderlijke lozingsbronnen, vastgesteld overeenkomstig de artikelen 10, 11, 15 en 16.

Voor het bepalen van de organische vuilvracht aan BZV5 in voorbezonken afvalwater mag de organische vuilvracht aan BZV5 van ruw afvalwater worden verminderd met 25 procent bij toepassing van een septic tank met een verblijftijd van ten minste 3 dagen, bij een oxydatiebed- en een biorotorsysteem.

Indien in een zuiveringssysteem recirculatie van afvalwater plaatsvindt, moet bij de dimensionering in voldoende mate rekening worden gehouden met de verhoogde hydraulische belasting van het zuiveringssysteem of onderdelen hiervan.

Bij de dimensionering van een infiltratievoorziening voor huishoudelijk afvalwater, afkomstig van woonruimten, moet voor de aanvoer van afvalwater worden uitgegaan van een dagaanvoer van 0,15 m3 per inwoner.

De dimensionering van een infiltratievoorziening voor huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woonruimten, moet zijn gebaseerd op het geregistreerde waterverbruik, bepaald overeenkomstig artikel 12.

Bij de dimensionering van een infiltratievoorziening voor huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woonruimten, kan voor de te hanteren waarde van de dagaanvoer worden uitgegaan van de waarde van de dagaanvoer als bedoeld in artikel 15.

Indien op een infiltratievoorziening verschillende lozingsbronnen van huishoudelijk afvalwater worden aangesloten, moet bij de dimensionering van de infiltratievoorziening worden uitgegaan van de gesommeerde dagaanvoer van de afzonderlijke lozingsbronnen, vastgesteld overeenkomstig de artikelen 20, 21 en 23.

De septic tank, bedoeld in artikel 6 van het Lozingenbesluit, moet een zodanige inhoud hebben dat:

Het slib moet eenmaal per twee jaar, of zoveel vaker als voor een goede werking van de tank nodig is, uit de septic tank worden verwijderd.

De artikelen 27, 28 en 29 zijn van toepassing.

De biologische behandeling van omvangrijke lozingen van huishoudelijk afvalwater moet plaatsvinden:

De artikelen 36 en 37 zijn van toepassing.

Het aanvoersysteem boven het filterzandpakket moet zodanig zijn uitgevoerd dat het water gelijkmatig over het filteroppervlak wordt verdeeld.

De ontwerpbelasting van een biorotor met voorbezonken afvalwater mag ten hoogste 5 gram BZV5 per m2 dragermateriaal per dag zijn.

Het dragermateriaal moet:

De nabehandeling van omvangrijke lozingen van huishoudelijk afvalwater moet plaatsvinden in een nabezinktank of in een trommelfilter.

Een infiltratiekanaal moet zodanig zijn uitgevoerd dat:

Artikel 67 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de drainleidingen van een infiltratiebed zijn gelegen in een aaneengesloten grindpakket.

Een infiltratiekanaal moet zodanig zijn uitgevoerd dat:

De aanvoerleiding moet zodanig zijn uitgevoerd dat:

Het gebruik van meerdere zakputten is uitsluitend toegestaan indien:

Artikel 35, tweede lid, en de artikelen 36 en 37 zijn van toepassing.

Een kennisgeving, als bedoeld in de artikelen 22 en 34 van het Lozingenbesluit, moet worden gedaan op een formulier waarvan het model is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

Als deskundig bedrijf bedoeld in artikel 18 van het besluit, wordt aangewezen de keuringsinstantie die voor het uitvoeren van de keuring gecertificeerd is door een certificeringsinstantie, daartoe geaccrediteerd door de Raad voor accreditatie danwel door een nationale accreditatieinstelling van een der andere lid-staten van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte.

Na de inwerkingtreding van deze regeling berusten de krachtens de Uitvoeringsregeling lozingenbesluit bodembescherming (Stcrt. 1990, 123) vastgestelde besluiten op deze regeling.

De Uitvoeringsregeling lozingenbesluit bodembescherming (Stcrt. 1990, 123) wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop het Lozingenbesluit bodembescherming (Stb. 1997, ...) in werking treedt.

Deze regeling kan worden aangehaald als: Uitvoeringsregeling lozingenbesluit bodembescherming.

Bestaande omvangrijke lozing van huishoudelijk afvalwater in de bodem

Aan: Burgemeester en wethouders van de gemeente of gedeputeerde staten van de provincie

- Streepje is: hier invullen wat gevraagd wordt

0 Aankruisen wat van toepassing is

Datum: ...

Handtekening: ...