Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 23 december 1997, houdende regels omtrent het verstrekken van subsidie aan voogdij- en gezinsvoogdij-instellingen (Subsidiebesluit voogdij- en gezinsvoogdij-instellingen)Subsidiebesluit voogdij- en gezinsvoogdij-instellingenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Justitie van 10 september 1997, nr. 649959/97/6, Directie Wetgeving;

Gelet op artikel 61 van de Wet op de jeugdhulpverlening;

De Raad van State gehoord (advies van 11 november 1997, no. WO3.97.0591);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Justitie van 15 december 1997, nr. 666780/97/6, Directie Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage23 december 1997 Beatrix De Staatssecretaris van Justitie, E. M. A. Schmitz tweeëntwintigste januari 1998 De Minister van Justitie, W. Sorgdrager

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op het verstrekken van een subsidie, als bedoeld in het eerste lid van artikel 61 van de wet, voor zover het betreft de subsidie in de kosten van de uitoefening van de taak en de door Onze Minister aan te geven bijzondere kosten.

De instelling behoeft de voorafgaande toestemming van Onze Minister voor de rechtshandelingen genoemd in de onderdelen a tot en met f en h tot en met j van het eerste lid van artikel 4:71 van de Algemene wet bestuursrecht alsmede voor een fusie als bedoeld in artikel 309 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

De aanvraag voor een subsidie voor bijzondere projecten of doeleinden wordt uiterlijk acht weken voor de aanvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, ingediend.

Onze Minister beslist binnen zes weken op de aanvraag tot verlening van de subsidie voor bijzondere projecten of doeleinden.

Onze Minister beslist binnen dezelfde termijn als bedoeld in het eerste lid van artikel 17.

Het Besluit subsidiëring voogdij- en gezinsvoogdij-instellingen en inrichtingen voor justitiële kinderbescherming blijft voor voogdij- en gezinsvoogdij-instellingen slechts van toepassing op subsidies die voor de inwerkingtreding van de Wet van 20 juni 1996 tot aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht (Derde tranche Algemene wet bestuursrecht), Stb. 333, zijn verleend of vastgesteld.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1998. Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 1997, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 januari 1998.

Dit besluit wordt aangehaald als: Subsidiebesluit voogdij- en gezinsvoogdij-instellingen.