U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 13-12-2006.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 24 december 1997, houdende regels omtrent de kamers van koophandel en fabriekenWet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe regels te stellen omtrent de instelling, het bestuur, de taken en de financiering van de kamers van koophandel en fabrieken;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Het Oude Loo24 december 1997 Beatrix De Staatssecretaris van Economische Zaken, A. van Dok-van Weele De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, J. Kohnstamm de dertigste december 1997 De Minister van Justitie, W. Sorgdrager

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

De kamers bezitten rechtspersoonlijkheid.

De bepalingen van deze wet zijn tevens van toepassing op instellingen die door de kamers met de uitvoering van een deel van hun taken als bedoeld in de artikelen 23 tot en met 29 worden belast.

Tot lid van het algemeen bestuur van een kamer kunnen alleen worden benoemd degenen, die:

Het algemeen bestuur draagt zorg voor de uitvoering van de taken van de kamer.

Het algemeen bestuur kan bij reglement bevoegdheden overdragen aan het dagelijks bestuur, met uitzondering van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 14, 15, 20, 32, vierde lid, 33, eerste lid, 34, 35, eerste lid, 37, tweede lid, 45, 47, 51, derde lid, en 52, tweede lid.

De voorzitter vertegenwoordigt de kamer in en buiten rechte.

Het algemeen bestuur stelt een bestuursreglement vast waarin regels zijn opgenomen omtrent zijn werkwijze en de werkwijze van het dagelijks bestuur.

In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over:

Naast de haar bij of krachtens andere wetten opgedragen taken, heeft een kamer tot taak desgevraagd inlichtingen van algemene aard te verstrekken ten aanzien van het oprichten en drijven van een onderneming in haar gebied.

Een kamer kan besluiten de volgende taken uit te oefenen:

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de in de artikelen 23 en 24 bedoelde taken.

Een kamer kan desgevraagd of uit eigen beweging openbare lichamen adviseren voor zover het betreft aangelegenheden die de economische belangen van handel, industrie, ambacht en dienstverlening in haar gebied raken. Artikel 20, vijfde lid, tweede en derde volzin, van de Kaderwet adviescolleges is niet van toepassing.

Voor zover daaromtrent geen andere regeling geldt heeft een kamer de bevoegdheid om desgevraagd:

Een kamer kan besluiten andere dan de in dit hoofdstuk of elders bij of krachtens wet geregelde taken uit te oefenen, voor zover deze passen binnen de in artikel 2, eerste lid, aangegeven doelstelling.

Indien een kamer besluit tot het uitvoeren van taken als bedoeld in de artikelen 24 en 28, stelt zij vergoedingen vast ter financiering van de aan de uitvoering van deze taken voor de kamer verbonden kosten.

Indien een kamer besluit tot het desgevraagd uitvoeren van de taak, bedoeld in artikel 26, kan zulks geschieden tegen vergoeding van de aan de uitvoering van deze taak voor de kamer verbonden kosten.

De in de artikelen 32, vierde lid, 33, eerste lid, 35, eerste lid, en 37, tweede lid, bedoelde besluiten worden bekendgemaakt door het ter inzage leggen ten kantore van de kamer en het kennisgeven daarvan in een door Onze Minister aangewezen publicatieblad.

Indien de toepassing van de artikelen 32 en 33 voor een kamer tot ernstige onbillijkheden zou leiden, kan Onze Minister bepalen dat tussen deze kamer en de overige betrokken kamers verrekening op een daarbij aangewezen wijze plaatsvindt.

Van de heffingen, bedoeld in de artikelen 35 en 37, zijn in het handelsregister ingeschreven ondernemingen waarin uitsluitend landbouw of visserij wordt uitgeoefend en die aan een rechtspersoon of vennootschap toebehoren, vrijgesteld.

Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft.

Het algemeen bestuur stelt vóór 1 juli de jaarrekening en het overzicht van het vermogen, alsmede de daarbij behorende toelichtingen vast.

Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld omtrent de inrichting van en de toelichting op de begroting, de jaarrekening en het overzicht van het vermogen alsmede omtrent aandachtspunten voor de accountantscontrole.

Het activiteitenplan en het jaarverslag worden na de vaststelling ervan binnen twee weken aan Onze Minister gezonden.

Wijzigt de Handelsregisterwet 1996.

Wijzigt de Wet op de bedrijfsorganisatie.

Tot het tijdstip waarop de gebiedsindeling van de kamers op grond van artikel 2, tweede lid, wordt gewijzigd, blijven de kamers, zoals die laatstelijk zijn ingesteld op grond van artikel 2 van de Wet op de Kamers van Koophandel en Fabrieken 1963, in stand.

De laatstelijk op grond van artikel 14, tweede lid, van de Wet op de Kamers van Koophandel en Fabrieken 1963 vastgestelde regelingen blijven van toepassing, totdat de regelingen, vastgesteld op grond van artikel 15, in werking zijn getreden.

Als begroting en plan van activiteiten voor het jaar waarin artikel 2 in werking treedt gelden de begroting onderscheidenlijk het beleidsplan zoals deze voor dat jaar zijn vastgesteld op grond van de Wet op de Kamers van Koophandel en Fabrieken 1963.

Vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 6 worden bij de in de artikelen 32, vierde lid, en 37, tweede lid, bedoelde besluiten de bedragen in drie jaarlijkse stappen gebracht op de bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen verhouding van naar rechtsvorm en grootte ingedeelde ondernemingen.

Onze Minister zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van artikel 2 van deze wet, en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

De Wet op de Kamers van Koophandel en Fabrieken 1963 wordt ingetrokken op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende hoofdstukken of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende hoofdstukken of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Wijzigt deze wet.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet op de kamers van koophandel en fabrieken, met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin zij zal worden geplaatst.