U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2009.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 24 december 1997, houdende regels omtrent de kamers van koophandel en fabriekenWet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe regels te stellen omtrent de instelling, het bestuur, de taken en de financiering van de kamers van koophandel en fabrieken;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Het Oude Loo24 december 1997 Beatrix De Staatssecretaris van Economische Zaken, A. van Dok-van Weele De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, J. Kohnstamm de dertigste december 1997 De Minister van Justitie, W. Sorgdrager

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

De kamers bezitten rechtspersoonlijkheid.

De bepalingen van deze wet zijn tevens van toepassing op instellingen die door de kamers met de uitvoering van een deel van hun taken als bedoeld in de artikelen 23 tot en met 29 worden belast.

Vervallen

Het algemeen bestuur draagt zorg voor de uitvoering van de taken van de kamer.

De voorzitter vertegenwoordigt de kamer in en buiten rechte.

Vervallen

In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over:

De vereniging met de naam Kamer van Koophandel Nederland wordt aangemerkt als samenwerkingsverband in de zin van deze wet.

Behalve de in deze wet opgedragen taken kunnen bij algemene maatregel van bestuur aan het samenwerkingsverband coördinerende en faciliterende taken worden opgedragen met betrekking tot het verkeer tussen de kamers onderling of tussen Onze Minister en de kamers.

Een kamer heeft tot taak desgevraagd inlichtingen van algemene aard te verstrekken ten aanzien van het oprichten en drijven van een onderneming in haar gebied.

Een kamer heeft tot taak:

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de in de artikelen 23, 24 en 25 bedoelde taken.

Een kamer kan besluiten andere dan de in dit hoofdstuk of elders bij of krachtens wet geregelde taken uit te oefenen, voor zover deze passen binnen de in artikel 2, eerste lid, aangegeven doelstelling.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet een kamer daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.

Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld omtrent de inrichting van en de toelichting op de begroting en de jaarrekening, omtrent eisen met betrekking tot de hoogte en samenstelling van het eigen vermogen en omtrent aandachtspunten voor de accountantscontrole.

Het algemeen bestuur stelt het activiteitenplan vast en zendt dit, gelijktijdig met de begroting als bedoeld in artikel 45, eerste lid, vóór 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop het activiteitenplan betrekking heeft aan Onze Minister.

Een kamer behoeft voor instemming met mandaatverlening de goedkeuring van Onze Minister, tenzij het mandaatverlening door Onze Minister betreft. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of op de grond dat de te mandateren bevoegdheid naar het oordeel van Onze Minister een goede taakuitoefening door de kamer kan belemmeren.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Onze Minister zendt twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens elke vijf jaar een verslag aan beide kamers der Staten-Generaal ten behoeve van de beoordeling van de doelmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren van de kamers.

De Wet op de Kamers van Koophandel en Fabrieken 1963 wordt ingetrokken op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende hoofdstukken of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende hoofdstukken of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Wijzigt deze wet.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet op de kamers van koophandel en fabrieken, met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin zij zal worden geplaatst.