Regeling · BWBR0009280
Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998
Op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 november 1997, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/AVF/97/4557;
Gelet op artikel 3, vijfde lid, van de Algemene bijstandswet, artikel 3, vijfde lid, van de Algemene nabestaandenwet, artikel 1, zesde lid, van de Algemene Ouderdomswet, artikel 1, zesde lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, artikel 3, vijfde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel 3, vijfde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, artikel 1, zesde lid, van de Toeslagenwet, artikel 1, zesde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jongehandicapten, artikel 1, zesde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 1, zesde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekeringen zelfstandigen, artikel 1, zesde lid, van de Wet voorzieningen gehandicapten en artikel 1, zesde lid, van de Ziektewet;
De Raad van State gehoord (advies van 17 december 1997, nr. W12.97.0732);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 december 1997, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/AVF/97/5412;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Het Oude Loo24 december 1997 Beatrix De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, F. H. G. de Grave de dertigste december 1997 De Minister van Justitie, W. SorgdragerIn dit besluit wordt verstaan onder:
- a.
WWB: Wet werk en bijstand;
- b.
ANW: Algemene nabestaandenwet;
- c.
AOW: Algemene Ouderdomswet;
- d.
IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
- e.
IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
- f.
TW: Toeslagenwet;
- g.
WAJONG: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
- h.
- i.
- j.
Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
- k.
- l.
ZW: Ziektewet;
- m.
- n.
- o.
Dit besluit is van toepassing op registraties in de zin van:
- a.
- b.
- c.
- d.
- e.
- f.
- g.
- h.
- i.
- j.
- k.
- l.
- m.
- n.
- o.
Als registraties als bedoeld in artikel 2 worden aangewezen de registratie als:
- a.
duurzame gezamenlijke huishouding op grond van:
- b.
gezamenlijke huishouding op grond van:
- c.
duurzame gemeenschappelijke huishouding op grond van de onderafdeling 3 van afdeling 5 van titel 4 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
- d.
gemeenschappelijke huishouding op grond van:
- 1.
- 2.
een verblijfsrecht ingevolge de Vreemdelingenwet 2000 voor verblijf bij partner;
- e.
duurzame relatie op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap.
Een registratie als bedoeld in het eerste lid is aanwezig gedurende de periode waarin bij de toepassing van de in dat lid genoemde wetten op enig moment rechtsgevolgen worden verbonden aan het bestaan van een duurzame gezamenlijke huishouding, een gezamenlijke huishouding, een duurzame gemeenschappelijke huishouding, een gemeenschappelijke huishouding respectievelijk een duurzame relatie.
Voor de toepassing van artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, van de WWB, artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, van de WIJ, artikel 1, derde tot en met zevende lid, van de AOW, artikel 3, tweede tot en met zesde lid, van de IOAW, artikel 3, tweede tot en met zesde lid, van de IOAZ, artikel 1, derde tot en met zevende lid, van de TW, artikel 1, derde tot en met zevende lid, van de WAJONG, artikel 1, derde tot en met zevende lid, van de WAO, artikel 1, derde tot en met zevende lid, van de WAZ, artikel 2, tweede tot en met zesde lid, van de Wet WIA, artikel 1, derde tot en met zevende lid, van de Wmo, artikel 1, derde tot en met zevende lid, van de ZW, artikel 2, tweede tot en met zesde lid, van de IOW en artikel 2, tweede tot en met vierde lid, van de WWIK wordt een registratie als bedoeld in artikel 3 in aanmerking genomen indien deze:
- a.
bij de aanvraag van bijstand, uitkering of voorziening bestaat;
- b.
in een periode van twee jaar voorafgaand aan de aanvraag van bijstand, uitkering of voorziening op enig moment heeft bestaan; dan wel
- c.
gedurende de verlening van bijstand, uitkering of voorziening plaatsvindt.
Voor de toepassing van artikel 3, tweede tot en met zesde lid, van de ANW wordt voor de vaststelling van het recht op nabestaandenuitkering een registratie als bedoeld in artikel 3 in aanmerking genomen indien deze:
- a.
bestaat op de dag van overlijden van degene met wie een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd dan wel in de periode van twee jaar voorafgaande aan deze dag op enig moment heeft bestaan;
- b.
plaatsvindt gedurende de verlening van nabestaandenuitkering.
Dit besluit berust mede op artikel 3, vijfde lid, van de WWB, artikel 3, vijfde lid, van de WIJ, artikel 2, vijfde lid, van de WWIK en artikel 2, zesde lid, van de IOW.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de artikelen XVII tot en met XXXII van het bij koninklijke boodschap van 29 september 1997 ingediende voorstel van wet houdende nadere wijziging van een aantal socialeverzekeringswetten en enige andere wetten, houdende wijziging/intrekking van de Wet Werkloosheidsvoorziening, eenvormige definiëring van de term gezamenlijke huishouding en technische alsmede enige andere wijzigingen (Veegwet SZW 1997; kamerstukken 25 641) in werking treden.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998.