Wijzigingen Officiële bron
Wet van 22 januari 1998, houdende een afzonderlijke inkomensvoorziening voor kunstenaars (Wet inkomensvoorziening kunstenaars)Wet inkomensvoorziening kunstenaarsWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te stellen betreffende een afzonderlijke inkomensvoorziening voor kunstenaars, die niet over voldoende middelen beschikken om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage22 januari 1998 Beatrix De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, A. P. W. Melkert De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, A. Nuis zeventiende februari 1998 De Minister van Justitie, W. Sorgdrager

ln deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

De kunstenaar heeft recht op uitkering indien hij:

De kunstenaar die beschikt over vermogen gebonden in een door hemzelf of zijn gezin in eigendom bewoonde woning met bijbehorend erf, heeft in afwijking van artikel 4, aanhef en onderdeel a, recht op uitkering voorzover tegeldemaking, bezwaring of verdere bezwaring van dat vermogen, anders dan op grond van artikel 8, in redelijkheid niet kan worden verlangd.

Een kunstenaar kan opnieuw uitkering aanvragen indien een omstandigheid als bedoeld in artikel 5, eerste lid, op grond waarvan het recht op uitkering is geëindigd, ophoudt te bestaan, of indien een grond voor beëindiging van de uitkering als bedoeld in artikel 6, eerste lid, is komen te vervallen.

Onze Minister herziet telkens met ingang van de dag waarop het netto minimumloon wijzigt de in de artikelen 4, 9 en 10 genoemde bedragen, alsmede het percentage genoemd in artikel 11, eerste lid. Artikel 37, eerste, tweede en derde lid van de Wet werk en bijstand is van overeenkomstige toepassing.

Kosten van de uitkering worden door de gemeente teruggevorderd in de gevallen en naar de regels aangegeven in dit hoofdstuk.

In afwijking van artikel 23 kunnen burgemeester en wethouders, onder voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat.

Kosten van een uitkering worden van de kunstenaar teruggevorderd voor zover hij naderhand met betrekking tot de periode waarover de uitkering is verleend over in aanmerking te nemen middelen als bedoeld in paragraaf 3.4 van de Wet werk en bijstand beschikt of kan beschikken.

Terugvordering geschiedt door burgemeester en wethouders van de gemeente die de uitkering heeft verleend.

Onder kosten van een uitkering in de zin van dit hoofdstuk wordt verstaan de door de gemeente betaalde uitkering verhoogd met de loonbelasting en de premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de uitkering verstrekt krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtige is, alsmede met de ziekenfondspremie, voor zover deze belasting en premies niet verrekend kunnen worden met de belastingdienst en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Vervallen

De uitvoering van deze wet berust bij burgemeester en wethouders en, voor zover het de advisering bedoeld in artikel 26 betreft, de daar bedoelde instelling.

Onze Minister oefent de hem in de artikelen 26, 27 en 28 verleende taken en bevoegdheden uit in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

De artikelen 63 tot en met 68 van de Wet werk en bijstand zijn van overeenkomstige toepassing.

Onze Minister kan aan burgemeester en wethouders, nadat zij gedurende acht weken in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze naar voren te brengen, aanwijzingen geven met betrekking tot een goede uitvoering van deze wet. Hij treedt daarbij niet in de besluitvorming in individuele gevallen.

In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter in beroep of hoger beroep het bedrag waarop de boete is vastgesteld ook ten nadele van de belanghebbende wijzigen.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Het recht tot strafvordering vervalt indien burgemeester en wethouders aan de belanghebbende ter zake van hetzelfde feit reeds een boete hebben opgelegd.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Als adviserende instelling wordt met ingang van de inwerkingtreding van deze wet erkend de Stichting Kunstenaars & Cultuur en Ondernemerschap te Amsterdam, zulks mede met toepassing van artikel 26, vierde lid.

Wijzigt de Algemene bijstandswet.

Wijzigt de Algemene bijstandswet.

Wijzigt de Beroepswet.

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet inkomensvoorziening kunstenaars.