Regeling · BWBR0009372
Wijzigingsbesluit Uitvoeringsbesluit verontreiniging rijkswateren
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 10 januari 1997, nr. HW/RH 96/1671;
Gelet op artikel 22, eerste lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren;
De Raad van State gehoord (advies van 17 maart 1997, nr. W09.97.0019);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 3 februari 1998, nr. HKW/RH 1998/535, Hoofdkantoor van de Waterstaat, Stafafdeling Bestuurlijk-Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage7 februari 1998 Beatrix De Minister van Verkeer en Waterstaat, A. Jorritsma-Lebbink de vierentwintigste februari 1998 De Minister van Justitie, W. SorgdragerWijzigt het Uitvoeringsbesluit verontreiniging rijkswateren.
Indien de meetapparatuur in een bedrijf, als bedoeld in artikel 2, onderdeel l, van het Uitvoeringsbesluit verontreiniging rijkswateren, of in een onderdeel daarvan, op of voor 1 januari 1998 zodanig is geïnstalleerd dat nat kalibreren, als bedoeld in bijlage I van het Uitvoeringsbesluit verontreiniging rijkswateren, van die meetapparatuur niet mogelijk is, geschiedt, in afwijking van het bepaalde in bijlage I, onderdeel A, paragraaf 2, van het Uitvoeringsbesluit verontreiniging rijkswateren, het nat kalibreren van de meetapparatuur in dat bedrijf of in dat onderdeel van dat bedrijf voor de eerste keer voor 1 januari 2008.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1998.