U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-04-2001.

Wet · BWBR0009449

Wet bescherming Antarctica

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 5 maart 1998, houdende regels ter bescherming van het Antarctisch milieu ter uitvoering van het Protocol betreffende milieubescherming bij het Verdrag inzake Antarctica (Wet bescherming Antarctica)Wet bescherming AntarcticaWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is regels te stellen ter bescherming van het Antarctisch milieu ter uitvoering van het Protocol betreffende milieubescherming bij het verdrag inzake Antarctica;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage5 maart 1998 Beatrix De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Margaretha de Boer De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, J. J. van Aartsen de eenentwintigste april 1998 De Minister van Justitie, W. Sorgdrager

Onze Ministers houden er bij de uitoefening van hun bevoegdheden krachtens deze wet rekening mee dat het belang van de bescherming van het Antarctisch milieu in ieder geval vereist dat:

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van een maatregel als bedoeld in artikel IX, eerste lid, van het Verdrag.

Indien de aanvraag daarop uitdrukkelijk mede betrekking heeft, kunnen Onze Ministers, in afwijking van artikel 6, tweede lid, in een vergunning toestemming verlenen tot de bij dat artikel verboden handelingen, voor zover het betreft handelingen:

Afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer zijn van toepassing met betrekking tot de totstandkoming van de beschikking op de aanvraag om een vergunning.

De aan een vergunning te verbinden voorschriften houden in ieder geval in:

In een vergunning kan worden bepaald:

In een vergunning wordt bepaald dat zij slechts geldt voor een daarbij vast te stellen termijn.

Indien de aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een activiteit waarvoor bij de voorbereiding van de beslissing op de aanvraag een milieu-effectrapport is gemaakt, kunnen Onze Ministers, in afwijking van de artikelen 3:19, eerste lid, en 3:28 van de Algemene wet bestuursrecht, de in de artikelen 3:19, eerste lid, tweede volzin, en 3:28 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde termijnen, elk met een door hen te bepalen redelijke termijn verlengen tot uiterlijk twintig maanden na het indienen van de aanvraag.

Indien zich tijdens de uitvoering van een activiteit een ongewoon voorval voordoet of heeft voorgedaan, waardoor gevaar voor de veiligheid van mensenlevens, schepen, luchtvaartuigen of ander materieel en faciliteiten van grote waarde of nadelige gevolgen voor het Antarctisch milieu zijn ontstaan of dreigen te ontstaan, zijn de voorschriften die bij of krachtens deze wet zijn gesteld, met uitzondering van artikel 3, niet van toepassing voor zover het betreft maatregelen die onverwijld nodig zijn om de gevolgen van die gebeurtenis te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.

Beroep op de administratieve rechter staat open overeenkomstig hoofdstuk 20 van de Wet milieubeheer.

Onze Ministers zijn bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen.

De artikelen 18.4 tot en met 18.11, 18.12, eerste en derde lid, 18.14, eerste lid, 18.15 en 18.16 van de Wet milieubeheer zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde.

Een ieder is verplicht aan internationale waarnemers als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van het Protocol desgevraagd alle medewerking te verlenen en alle inlichtingen te verstrekken die zij redelijkerwijs bij de uitoefening van hun taak behoeven.

Een gedraging in strijd met een voorschrift dat is verbonden aan een krachtens artikel 8 verleende vergunning, is verboden.

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Wijzigt de Wet milieubeheer.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet bescherming Antarctica.