Wijzigingen Officiële bron
Regeling aanwijzing bewijzen van voldoende didactische bekwaamheid in de bve-sectorRegeling aanwijzing bewijzen van voldoende didactische bekwaamheid in de bve-sector De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,Handelend in overeenstemming met de minister van landbouw, natuurbeheer en visserij,

Gelet op de artikelen 4.2.1, eerste lid, onderdeel b, onder 2, 12.3.8, tweede lid en 12.3.9, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

Besluit:

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappendr. ir. J.M.M.Ritzen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 4.2.1 van de wet is van toepassing op de instituten, bedoeld in artikel 12.3.8, van de wet, alsmede op de hogescholen, bedoeld in artikel 12.3.9, van de wet.

Als bewijs van voldoende didactische bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.2.1, eerste lid, onderdeel b, onder 2, van de wet, om als docent aan een instelling te worden benoemd, worden aangewezen:

Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen, waarin deze regeling is geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1996 .

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing bewijzen van voldoende didactische bekwaamheid in de bve-sector