Wijzigingen Officiële bron
Wet van 25 mei 1998 tot samenvoeging van de gemeenten Gulpen en WittemWet samenvoeging gemeenten Gulpen en WittemWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de gemeenten Gulpen en Wittem samen te voegen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage25 mei 1998 Beatrix De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, A. G. M. van de Vondervoort de achttiende juni 1998 De Minister van Justitie, W. Sorgdrager

Met ingang van de datum van herindeling worden de gemeenten Gulpen en Wittem opgeheven.

Met ingang van de datum van herindeling wordt de nieuwe gemeente Gulpen-Wittem ingesteld, zoals aangegeven op de bij deze wet behorende kaart.

De nieuwe gemeente Gulpen-Wittem bestaat uit het grondgebied van de op te heffen gemeenten Gulpen en Wittem.

Voor de nieuwe gemeente Gulpen-Wittem wordt de op te heffen gemeente Wittem aangewezen voor de toepassing van artikel 36 van de Wet algemene regels herindeling, in verband met de toepassing van de instructies en reglementen, bedoeld in dat artikel.

Voor de op te heffen gemeenten Gulpen en Wittem wordt de nieuwe gemeente Gulpen-Wittem aangewezen voor de toepassing van de volgende bepalingen van de Wet algemene regels herindeling:

Wijzigt de Wet op de rechterlijke indeling.

Wijzigt de Politiewet 1993.

Wijzigt de wet van 11 september 1996 tot gemeentelijke herindeling in de samenwerkingsgebieden Midden-Brabant, Breda en Westelijk Noord-Brabant en in een gedeelte van de samenwerkingsgebieden Zuidoost-Brabant en 's-Hertogenbosch (Stb. 1996, 449).

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.