Regeling · BWBR0009655
Boetebesluit inburgering nieuwkomers
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 12 februari 1998, nr. CIM98/239; gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Gelet op artikel 18, zevende lid, van de Wet inburgering nieuwkomers;
De Raad van State gehoord (advies van 3 april 1998, nr. W04.98.0053);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 22 mei 1998, nr. CIM98/790; uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad wordt geplaatst.
's-Gravenhage28 mei 1998 Beatrix De Minister van Binnenlandse Zaken, H. F. Dijkstal elfde juni 1998 De Minister van Justitie, W. SorgdragerIn dit besluit wordt verstaan onder:
- a.
wet: de Wet inburgering nieuwkomers;
- b.
bestuurlijke boete: de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de wet.
Het college van burgemeester en wethouders neemt bij toepassing van artikel 18, eerste lid, van de wet de bepalingen van dit besluit in acht, onverminderd artikel 18, tweede en vierde lid, van de wet.
De bestuurlijke boete bedraagt 20 procent van de voor de nieuwkomer geldende bijstandsnorm, genoemd in hoofdstuk IV, afdeling 1, paragraaf 2, van de Algemene bijstandswet, nadat deze bijstandsnorm voor een belanghebbende van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die een alleenstaande, of een alleenstaande ouder is eerst is verhoogd met de toeslag, genoemd in artikel 33, tweede lid, van die wet.
Indien de nieuwkomer geen belanghebbende in de zin van de Algemene bijstandswet is, wordt bij de toepassing van het eerste lid uitgegaan van de bijstandsnorm die voor hem zou gelden in het geval hij wel belanghebbende zou zijn.
Bij herhaling van een gedraging die in strijd met de artikelen 2, 4, vierde lid, 8, eerste volzin, 9, eerste lid, 10, derde lid, of 12, eerste lid, van de wet is, binnen twaalf maanden nadat aan de nieuwkomer ter zake van die gedraging een bestuurlijke boete is opgelegd, bedraagt de bestuurlijke boete 40 procent van de in artikel 3 bedoelde bijstandsnorm, verhoogd met de in dat artikel bedoelde toeslag.
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Dit besluit wordt aangehaald als: Boetebesluit inburgering nieuwkomers.