Regeling · BWBR0009674

Uitvoeringsbesluit WIK

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 5 juni 1998, houdende uitvoering van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars (Uitvoeringsbesluit WIK)Uitvoeringsbesluit WIKWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 10 december 1997, nr. 97.005930;

Gelet op de artikelen 4, onder b, 6, eerste lid, onder b, 9, vierde lid, 16, vierde lid, 17, zesde lid, en 19, vijfde lid, van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars;

De Raad van State gehoord (advies van 24 december 1997, nr. W12.97.0776);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 juni, Directie Bijstandszaken, nr. BZ/VOL/98/11.576;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage5 juni 1998 Beatrix De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, A. P. W. Melkert achttiende juni 1998 De Minister van Justitie, W. Sorgdrager

In dit besluit wordt verstaan onder:

Burgemeester en wethouders nemen bij de toepassing van artikel 16, eerste lid, van de WIK de bepalingen van dit besluit in acht, onverminderd artikel 16, tweede en derde lid, van de WIK.

De gedragingen, bedoeld in de artikelen 15 en 16 van de WIK, worden onderscheiden in de volgende categorieën:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De vaststelling van de waarde van de woning met bijbehorend erf als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van de WIK, vindt plaats door een taxateur die door burgemeester en wethouders in overeenstemming met de kunstenaar wordt aangewezen of door een gemeentelijk taxateur.

Aan de belanghebbende wordt telkens na afloop van een kalenderjaar een opgave verstrekt van de stand van de geldlening en van de rentevorderingen.

Het bedrag, bedoeld in artikel 8, vierde lid, is gelijk aan twaalf maal het bedrag voor gehuwden, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van de WIK.

Recht op uitkering op grond van de WIK bestaat, indien de belanghebbende woonplaats heeft in:

Dit besluit treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit WIK.