Ministeriële regeling · BWBR0009679

Uitvoeringsregeling reclassering

Wijzigingen Officiële bron
Uitvoeringsregeling reclasseringUitvoeringsregeling reclasseringDe Minister van Justitie,

Gelet op de artikelen 2, derde lid, onder c en d, 6, vierde lid, en 40 van de Reclasseringsregeling 1995;

Gehoord de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing, sectie reclassering, in zijn advies van 27 april 1998, kenmerk 695030/98;

Besluit:

’s-Gravenhage10 juni 1998 De Minister van Justitie, W.Sorgdrager

In dit besluit wordt verstaan onder:

a.medewerker:

een persoon in dienst van de in artikel 5, onder a, van de Reclasseringsregeling 1995 bedoelde instellingen van maatschappelijke dienstverlening of een vrijwilliger, als bedoeld in artikel 5, onder b, van de Reclasseringsregeling 1995, die een gedetineerde bezoekt;

b.directeur van het hofressort:

de directeur van het hofressort van de stichting;

c. gedetineerde:

een persoon ingesloten in een penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 1, onder d van de Reclasseringsregeling 1995;

d. reclasseringswerker:

de in artikel 6 van de Reclasseringsregeling 1995 bedoelde persoon.

Het bestuur van de stichting verstrekt de reclasseringswerker na diens beëdiging een bewijs waarmee hij zich als zodanig kan legitimeren.

Alvorens zijn functie te aanvaarden legt de reclasseringswerker voor de rechtbank in het arrondissement van de plaats waar hij is tewerkgesteld de volgende eed of belofte af:

’Ik zweer (beloof), dat ik mijn taak overeenkomstig de gestelde voorschriften naar geweten zal vervullen en de zaken waarvan ik door de uitoefening van mijn functie kennis draag en waarvan ik het vertrouwelijk karakter moet begrijpen, niet zal openbaren aan anderen dan aan hen, aan wie ik krachtens wettelijk voorschrift of uit hoofde van mijn functie tot mededeling verplicht ben. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat beloof ik)’.

De definitieve begroting en het activiteitenplan, als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de Reclasseringsregeling 1995 bevatten in samenhang in ieder geval:

De subsidie of een voorschot op de subsidie wordt slechts besteed voor kosten die verband houden met de uitvoering van de reclasseringswerkzaamheden.

Het jaarverslag, als bedoeld in artikel 26, tweede lid, onder b, van de Reclasseringsregeling 1995 beschrijft in samenhang met de jaarrekening in ieder geval:

De stichting informeert de Minister voorafgaand aan een besluit daartoe, over:

De stichting verstrekt de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing de inlichtingen die deze in het kader van zijn taak vraagt.

Bij de planning en uitvoering van de controlewerkzaamheden dient een goedkeuringstolerantie van 1% van de ontvangsten (ten opzichte van de financiële gang van zaken en de betrouwbaarheid van de productie) te worden aangehouden met een (gebruikelijke) betrouwbaarheid van 95%.

De directeur van de penitentiaire inrichting stelt de directeur van het hofressort schriftelijk in kennis van zijn beslissing omtrent toelating.

De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing vanaf het boekjaar 1998.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na plaatsing in de Staatscourant.

Dit besluit kan worden aangehaald als Uitvoeringsregeling reclassering.

Een afschrift van dit besluit wordt toegezonden aan de Algemene Rekenkamer.